nieuws

Geen gouden tijden ondanks record

bouwbreed

De bouwsector wordt relatief hard geraakt door de crisis en de roep om subsidies en extra projecten zwelt aan. Ondanks een record aantal gww-projecten in uitvoering beleven de infrabouwers allesbehalve gouden tijden.

“Ik geef meer uit dan mijn voorgangers”, hield minister Schultz onlangs de Kamerleden in het parlement voor. Wegverbredingen en een record aantal wegtunnels zorgen voor de bulk aan werk. Op dit moment wordt gewerkt aan de A2-Maastricht, Eerste Coentunnel, A4-Schiedam, de Combi-tunnel Nijverdal en de spoortunnel (Spoorzone) Delft. Ook de projecten Schiphol-Amsterdam-Almere en A15 Maasvlakte-Vaanplein zijn miljardenprojecten in uitvoering.

Tegelijkertijd staan tot april volgend jaar concreet vier projecten met een investeringsbudget van boven de 100 miljoen euro op stapel, blijkt uit het meest recente werkenpakket van Rijkswaterstaat. Het betreft de traverse Harlingen N31, de Zuidelijke Ring Groningen, IJsseldelta en knooppunt Hoevelaken. De Tweede Coentunnel, de Westrandweg, de brug in de A50 en Tweede Maasvlakte zijn onlangs opgeleverd.

Er is vooral veel geld uitgetrokken voor infrastructuur in de noordvleugel, maar ook Rotterdam komt er met de A13/A16, een tweede tunnel onder de Maas, de A15 en doorgetrokken A4 niet bekaaid van af. Minister Schultz heeft dit jaar een bedrag van 7 miljard euro te besteden, waarvan het leeuwendeel voor de gww.

Als het gaat om de focus op nieuwe infrastructuur wordt in de Randstad het hardst aan de weg getimmerd. Tot 2028 heeft de minister ruim 50 miljard euro te besteden. Van dat bedrag is 42 procent bestemd voor de Randstad, een stijging van 2 procent vergeleken met de afgelopen tien jaar.

De post infrastructuur ontkomt voor een groot deel aan de druk om miljarden te bezuinigen op de rijksbegroting. De uitvoering van diverse projecten wordt echter wel naar later datum geschoven, zodat deze langer op zich laten wachten. De jaarlijkse indexering van de meerjarenbegroting (MIRT) is eveneens geschrapt, zodat de budgetten niet meer automatisch meestijgen met de inflatie. Ook die boekhoudkundige truc is een verkapte bezuiniging.

Over de hele linie is met behulp van de kaasschaaf geschaafd op allerlei onderhoudsbudgetten. Dat geldt bij het Rijk, maar ook bij provincies en gemeenten. Voor Rijkswaterstaat wordt dat zichtbaar in het verminderen van de snelwegverlichting en een versoberd snoei- en maaibeleid. Er is voor miljoenen euro’s aan kleinere projecten die niet of versoberd op de markt komen. Tegelijkertijd zijn tot april 2014 nog eens ruim vijftig projecten beneden de 100 miljoen euro te vergeven. Daarbij gaat het onder meer om variabel onderhoud, baggerwerk, de nieuwe keersluis in Limmel en A67 brug Someren.

De crisis komt vooral tot uiting bij de lage inschrijfprijzen van marktpartijen, omdat de honger naar werk groot is. Vooral grote bouwers proberen de mager gevulde orderportefeuilles in de b&u en de woningmarkt te compenseren met een groter aandeel gww-projecten, maar de concurrentie is moordend omdat alle partijen hetzelfde proberen. De spoeling wordt dun, omdat steeds meer partijen minder kieskeurig inschrijven dan in vette jaren.

Het gevolg is dat de marges broodmager zijn en onverwachte tegenvallers keihard kunnen aankomen.

Met de komst van de innovatieve contracten is de focus verschoven naar langjarige contracten, maar ook naar duidelijke risicoverdelingen. Een tegenvaller resulteert niet zomaar meer in een meerwerkpost en kostenoverschrijdingen komen niet meer automatisch op het bordje van de opdrachtnemer.

Dat zorgt ervoor dat bouwers innovatiever zijn gaan werken en beter opletten om ‘mean’ en ‘lean’ te werken met aandacht voor de keten. Tegelijk is het wachten op het omvallen van een grote bouwpartij die zich vergaloppeert aan het binnenslepen van een worst die halverwege een stuk minder vet bleek.

Het lot van een minister van Infrastructuur is dat die de lintjes knipt die altijd het resultaat zijn van beslissingen van je voorgangers. De doorlooptijden zijn onder invloed van de Commissie-Elverding en de Crisis- en herstelwet wel een beetje korter geworden, maar een aanloopperiode van tien jaar is nog altijd eerder de regel dan de uitzondering.

De druk op projectplanning gedurende de uitvoering van een project is echter onverminderd hoog.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels