nieuws

Verborgen techniek in Jachthuis Sint Hubertus

bouwbreed

Jachthuis Sint Hubertus op de Hoge Veluwe, tot in de kleinste details ontworpen door Berlage, laat weinig ruimte over voor moderne aanpassingen. Toch moet het rijksmonument, in gebruik als museum, na de restauratie voldoen aan het bouwbesluit.

Voor die opgave stond restauratiearchitect Maarten Fritz toen hij in 2009 de prestigieuze klus van de Rijksgebouwendienst gegund kreeg. Na een lange periode van onderzoek, experimenten en voorbereiding, is de eerste fase van de uitvoering nu bijna voltooid. Een belangrijke aanleiding voor de restauratie vormde de verouderde elektrische installaties, waardoor de brandveiligheid in het geding was.

Jachthuis Sint Hubertus, als buitenhuis gebouwd in opdracht van het welgestelde Haagse echtpaar Kröller-Müller, was in 1920 voorzien van vele, voor die tijd, technische hoogstandjes. Naast elektrische verlichting functioneerde er een lift in het pand, was er een stofzuiginstallatie, telefoon, een ventilatiesysteem, een uurwerksysteem en centrale verwarming. De ruimte tussen het plafond van de begane grond en de eerste verdiepingsvloer fungeerde als doorvoerruimte voor kabels en leidingen.

Zoals destijds vaker toegepast, is ook in het jachthuis zeegras aangebracht als geluidsisolatie in de verdiepingsvloer. Ingebed in het kurkdroge gras, leverden de oude bedrading en koppelingen een uiterst brandgevaarlijke situatie op. Al het zeegras is inmiddels verwijderd. Om de installaties te kunnen vervangen en te komen tot een goede compartimentering van het gebouw, zoals vereist in het bouwbesluit, stelde de restauratiearchitect voor om de gehele verdiepingsvloer te lichten. ‘‘Dat heeft de nodige overtuigingskracht gekost’’, geeft Fritz toe. Want de vloeren, grotendeels van parket, konden restauratietechnisch best in tact blijven. Alles is gedocumenteerd en later exact teruggeplaatst.

Toch bleek de ingreep een goede keuze. Zo kon er een nieuw horizontaal leidingentracé worden aangelegd in de vloer en zijn alle moderne installaties goed weggewerkt. Lasdozen en koppelingen zijn naar de zijkant gebracht en deels achter knieschotten op de verdiepingsvloer geplaatst. ‘‘Alle koppelingen en verbindingen in het systeem zijn voor de toekomst eenvoudig te bereiken’’, stelt Fritz. Verticale buisleidingen zijn aan de binnenzijde gecoat en leiden nieuwe kabels, voorzien van een beschermende mantel, naar de verschillende ruimtes. Hoofdaannemer Nico de Bont en Heijmans Utiliteit Services, ingeschakeld voor de installaties, konden daardoor de wanden en plafonds van geglazuurd metselwerk zo veel mogelijk onaangetast laten. Voor de brandmeldinstallatie is gekoz en voor een aspiratie-detectiesysteem, die in de museale ruimtes nauwelijks zichtbaar is.

Het aanbrengen van brandwerende schillen vergde inventieve oplossingen om het oorspronkelijke ontwerp in ere te houden. ‘‘De grenenhouten deuren in de kelder zijn vervangen door eikenhouten deuren, met een gelijkende uitstraling’’, geeft Fritz als voorbeeld. ‘‘Daarmee voldoen we aan de eisen.’’ Ook de paneeldeuren van teakhout op de begane grond leverden problemen op. ‘‘Teakhout zou op zich kunnen, maar op de plaats van de bossing is de deur te dun. Voor de bossing hebben we nu een opschuimende, brandwerende lak gevonden, waarna we de deur opnieuw politoeren.’’

Dat ook buiten de gebaande paden naar oplossingen wordt gezocht, bewijst het innovatieve systeem voor noodverlichting. De traditionele armaturen die naar nooduitgangen verwijzen, zijn de architect een doorn in het oog. ‘‘We hebben heel precies de regels nagezocht en onze oplossing getoetst. Maar we kunnen nu met led-verlichting onder de wandtapijten af, die pas oplichten als dat nodig is.’’

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels