nieuws

Software legt duurzaamheid werk vast

bouwbreed

TNO helpt onderhoudsbedrijven en timmerfabrikanten met het programma KozijnBrein de scenario’s voor hun opdrachtgevers wetenschappelijk te onderbouwen. Bedrijfstakorganisatie Vereniging van Verffabrikanten (VVVF) werkt aan een methode waarmee onderhoudsbedrijven de duurzaamheid kunnen bepalen van het product dat ze opleveren.

Verf is namelijk een halffabrikaat, zegt Gerben Dijkstra van de VVVF. De ondergrond en de manier waarop verf wordt aangebracht bepalen mede hoe duurzaam het resultaat is. De Europese koepel van verffabrikanten CP verzamelt daarvoor relevante gegevens in een database. De leden van de koepel kunnen deze gegevens naslaan om de invloed van producten in te schatten. Dijkstra werkt momenteel met bedrijfstakvereniging OnderhoudNL aan een methode waarmee bedrijven de duurzaamheid kunnen bepalen van hun onderhoudswerk. “Eind dit jaar zou er een overzichtelijk systeem moeten zijn.” De praktijk moet uitwijzen of TNO er een nuttige bijdrage aan kan leveren.

Opdrachtgevers sluiten voor het onderhoud van hun vastgoed steeds vaker een resultaatgericht contract af, zegt Jan de Jong van TNO. “De bepalingen binden de opdrachtnemers aan strenge prestatie-indicatoren.” TNO bedacht daarvoor het programma KozijnBrein. Dat gaat verder dan alleen de verf, zegt sectormanager Edwin Meeuwsen van OnderhoudNL. “Het programma kijkt naar het hele gevelelement; de reden dat de Nederlandse Branchevereniging voor de Timmerindustrie er ook bij betrokken is.” Leden van OnderhoudNL testen momenteel de software. Eenmaal goed bevonden kunnen gegadigden er een licentie op nemen voor naar verwachting 750 tot 1000 euro per jaar.

KozijnBrein is een afgeleide van het wegenbouwprogramma LOT. Het programma moet in De Jongs woorden “een onverwacht snelle degradatie” van houten gevelelementen voorkomen. Daardoor blijven volgens hem de onderhoudskosten beperkt en ontstaat er meer inzicht in de risico’s die een kozijn in de nieuwbouw en de bestaande bouw kunnen treffen. In het programma worden daarvoor ruim dertig factoren ingevoerd die daarop invloed hebben. KozijnBrein heet niet voor niets KozijnBrein, benadrukt De Jong: het programma is ‘zelflerend’ en neemt eerdere gegevens mee in een bepaling.

De methode lijkt grof g enomen wel wat op die van onderhoudsnorm NEN 2767. Met dit verschil dat de norm niet ingaat op risico’s maar de toestand weergeeft in een getal. Het gaat ook verder dan de rekenmodellen die een aantal verffabrikanten momenteel ontwikkelt, zegt De Jong. “De verf is een deel van een groter geheel. In KozijnBrein is het project leidend; daar wordt al het andere aan opgehangen.” Dat maakt het volgens hem moeilijk om rekenmodellen van verffabrikanten te koppelen aan KozijnBrein.

Wijzonol is een van de verffabrikanten die een eigen programma ontwikkelt waarmee onderhoudbedrijven online kunnen nagaan hoe lang buitenverf meegaat. De levensduur hangt volgens Johan Mendel, verftechnisch voorlichter bij de Zwolse producent, mede af van de regio waarin de verf wordt gebruikt. “Nederland telt vier verschillende klimaatsoorten: een industrieklimaat in de Randstad, een zeeklimaat langs de kust, een combinatie van een zee- en industrieklimaat rond bijvoorbeeld IJmuiden en een landklimaat elders.”

Het weer en de locatie bepalen mede de uiteindelijke levensduur. Uit onder meer die factoren leidt het programma van Wijzonol af hoe lang buitenverf onder bepaalde omstandigheden zal meegaan. De fabrikant geeft geen garantie op de uitkomst. Mendel: “Die geven we alleen op basis van de expertise van onze verftechnische adviseurs die nu het programma testen.”

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels