nieuws

Modellen schieten nog tekort

bouwbreed

Reserveer bij elk groot infraproject een vast percentage voor monitoring en onderzoek. Zo blijven geotechnische risico’s beperkt en wordt de kwaliteit van bouwwerken stap voor stap beter.

Promovenda: Vast percentage bouwsom voor monitoring infraproject

Die oproep deed geotechnicus Mandy Korff tijdens een symposium ter gelegenheid van haar promotie.

Korff bestudeerde monitoringgegevens over een periode van tien jaar van de gebouwen langs de diepe bouwputten voor de stations van de Noord-Zuidlijn. Haar opvallende conclusie luidt dat de vervormingen in de bodem zich in een veel vroegere fase voordoen dan de gangbare modellen voorspellen. Niet het ontgraven van de bouwput bleek in Amsterdam kritisch. Vooral bij het verwijderen van obstakels in de ondergrond, zoals oude funderingspalen en kademuren deden zich vervormingen voor die hun weerslag hadden op de gebouwen naast de diepe stations. Het risico was dus in het begin van de aanleg van de diepe stations het grootst.

Naar incidenten als de verzakkingen bij de Vijzelgracht keek Korff alleen met een schuin oog. “Hoe ingrijpend ze ook waren voor de voortgang van het project, technisch was het een ander mechanisme en konden we er voor de dagelijkse praktijk weinig van leren. Wil je echt weten wat er in de ondergrond gebeurt dan moet je naar langetermijngegevens kijken. Maar dan moet je wel tijdig beginnen met monitoren.”

Korff had niet alleen de beschikking over de gegevens die de aannemer en de Dienst Noord-Zuidlijn dagelijks gebruikten om het bouwproces te sturen. Ze ploegde ook gegevens door van meetraaien die al in 2001 waren geïnstalleerd.

Die extra metingen leverden een schat aan informatie op. Korff, die behalve onderzoeker bij Deltares ook voorzitter is van de afdeling Geotechniek van KiVi/Niria, breekt daarom een lans voor meer intensieve monitoringsprogramma’s die verder gaan dan wat de aannemer voor zijn werkzaamheden nodig heeft. “Extra onderzoek bij de Heinenoordtunnel had meteen gevolgen voor het ontwerp van de Sophia-spoortunnel. En het aanvullende onderzoek dat daar plaats vond werd weer direct toegepast bij de Noord-Zuidlijn. Maar die traditie lijkt nu gebroken. Er moet weer, net als in de eerste jaren van het Centrum Ondergronds Bouwen, structureel onderzoeksgeld worden uitgetrokken bij elk groot infraproject. Liefst een vast percentage van de bouwsom. Dat verdien je snel terug.”

> pagina 11: ‘Oude panden het gevoeligst voor zakkingen’

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels