nieuws

‘Bij de Raad van Arbitrage staan deskundigen dichter op de zaak’

bouwbreed

De Raad van Arbitrage nog nadrukkelijker op de kaart zetten. Dat doel stelde voorzitter Klaas Mollema zich bij zijn aantreden twee jaar terug. Nu het aantal arbitragezaken door de bouwmalaise terugloopt, is het ook bittere noodzaak.

< vervolg van pagina 1

Praten voor eigen parochie doet Mollema niet, verzekert hij. Hij mag dan voorzitter zijn van de Raad van Arbitrage, hij is ook al jaren vicevoorzitter van het gerechtshof in Leeuwarden – en al 36 jaar actief in de rechtspraak. Zijn oproep om bouwzaken vooral te laten beslechten door de arbitrageraad, heeft dan ook niets te maken met eigenbelang.

“Ik ken beide kanten van het verhaal”, benadrukt Mollema. “Wat ik constateer is dat veel rechters niet gelukkig zijn met al die bouwzaken. Het is voor hen vaak moeilijke materie. Een rechter buigt zich nu eenmaal het liefst over een juridisch geschil. Bouwzaken gaan echter al snel over meerwerkposten, materiaalkeuzes en technische details. Dat vergt deskundigheid die een rechter niet heeft en dus veelal moet inschakelen. Dat is vaak weer een lastig en langdurig traject. Voor je het weet ben je een half jaar tot een jaar verder. Als je er over nadenkt, is het ook gewoon krom: rechters worstelen met technische geschillen en moeten daardoor deskundigen benoemen. Dat zijn vaak dezelfde deskundigen die bij de raad actief zijn als arbiter.”

Hoe komt het dat veel bouwzaken bij de rechter aanhangig worden gemaakt en niet bij de Raad van Arbitrage?

“Dat is toch vaak een kwestie van onwetendheid. Maar er zijn ook advocaten en opdrachtgevers die bevooroordeeld zijn.”

Ze vinden de Raad van Arbitrage vooral een aannemersclub, bedoelt u?

“Ja, dat is een hardnekkig vooroordeel, waar ik overigens sinds mijn aantreden al tegen vecht. Het blijkt maar moeilijk uit te bannen. Het komt te paard en gaat te voet, zal ik maar zeggen. Dat is op zich ook niet zo gek, want een bevooroordeelde beleidsmaker, bijvoorbeeld bij een gemeente, kan zo maar tientallen jaren op zijn post zitten en al die tijd de raad boycotten. Ik roep overigens steeds weer: degene die denkt dat de Raad van Arbitrage een aannemersvriendelijke club is, moet dat maar eens aantonen. Ik kan met cijfers laten zien dat het niet zo is. In 54 procent van de zaken krijgt de eiser gelijk. De eiser is in 50 procent van de gevallen een opdrachtgever.”

Waar komt dat vooroordeel vandaan?

“Ik weet het niet, maar zoals ik al zei, het mist elke grond. Je denkt toch niet dat ik laat gebeuren dat bij de Raad een beslissing wordt genomen waarbij een aannemer per sé gelijk moet krijgen? Dat kan helemaal niet, want er zitten nooit drie aannemers op één zaak. Er zit altijd een architect of andere deskundige aan tafel. Partijen kunnen overigens ook zelf de voorkeur voor een arbiter uitspreken.”

Heeft de keuze van veel partijen om bij de civiele rechter te procederen ook te maken met de voortgaande juridisering van de maatschappij?

“Dat speelt ongetwijfeld een rol. Overigens, ook bij de Raad zie je dat procespartijen steeds vaker om een jurist vragen als voorzitter. Rijkswaterstaat staat er zelfs op; grote ondernemingen en andere overheden in toenemende mate ook. Ze vinden dat een jurist de procesorde beter kan bewaken dan een arbiter. Zeker als een zaak een groot juridisch aspect heeft, vind ik het zelf ook verstandig om er een ervaren jurist bij te hebben. Arbiters zijn zeer deskundig, maar natuurlijk geen geboren rechters. Onze juristen zijn ervaren rechters.”

Hoe is het eigenlijk gesteld met de kwaliteit van de uitspraken van rechters in bouwzaken? Is die van een lager niveau dan de beslissingen van de Raad van Arbitrage?

“Er is nooit vergelijkend onderzoek naar gedaan. Mijn overtuiging is wel dat als de rechter deskundigen inschakelt, het vaak wel goed komt. In eerste aanleg gebeurt dat echter vaak niet, vanwege tijd en kosten. Ik heb dan ook soms twijfels over de kwaliteit van die vonnissen. Daarom ook mijn pleidooi om bouwzaken vooral bij de Raad van Arbitrage te voeren. Het gaat sneller en is goedkoper. Bovendien is deskundigheid verzekerd doordat de deskundigen medeverantwoordelijk zijn voor de beslissing. Dat is een groot verschil met de rechtbank, waar de rechter wel deskundigen kan raadplegen maar uiteindelijk zelf beslist.”

Maakt dat dan zo veel uit?

“Als de deskundige medeverantwoordelijk is voor het vonnis staat hij veel dichter op de zaak. Zijn handtekening staat onder de uitspraak en hij zal zich dus nog een keer extra achter de oren krabben voordat hij een standpunt inneemt. Een deskundige die ingeschakeld is door een rechter doet ongetwijfeld ook zijn best, maar is niet verantwoordelijk voor de eindbeslissing. Dat is toch anders. Hij zal er ook minder snel op worden aangesproken.”

Twee jaar geleden pleitte u ervoor de aanbestedingsgeschillen die sinds de bouwfraudeaffaire het domein zijn van de rechtbanken, weer onder te brengen bij de Raad van Arbitrage. Ziet u dat nog gebeuren?

“Dat heeft nog wat meer tijd nodig, denk ik. De politiek is nog niet zo ver. Maar zeker is dat rechters ook niet gelukkig zijn met al die aanbestedingszaken. Hoewel ze geen materiedeskundigen zijn, moeten ze vaak wel heel snel beslissen. Dat is lastig. Ik ben ervan overtuigd dat die zaken op termijn ook weer door de Raad van Arbitrage worden behandeld. Maar ik tamboereer er niet verder op. Ik heb destijds gezegd wat ik moest zeggen.”

In hoeverre heeft de Raad van Arbitrage last van de crisis in de bouw?

“Als er minder wordt gebouwd, zijn er minder geschillen. Meestal lopen we twee jaar achter de marktontwikkelingen aan. We merken nu dat het heel beroerd gaat. In de aanloop naar een faillissement zie je veel geschillen ontstaan, over betalingen bijvoorbeeld. Als het bedrijf dan omvalt, zijn we al snel een paar zaken kwijt. Dat gebeurt nu regelmatig. Het aantal zaken daalt dit jaar ongeveer met 20 procent. In topjaar 2010 hadden we 1300 zaken, dit jaar komen uit op zo’n 800.”

Baart u dat zorgen?

“In de jaren 80 zag je een dergelijke teruggang ook. Dat is toen wel weer goed gekomen. Maar het heeft natuurlijk wel zijn weerslag op onze organisatie. Ook wij hebben moeten saneren. Wij worden niet gesubsidieerd en zijn dus afhankelijk van de instroom. Maar ondanks de crisis zijn we nog steeds een vitale organisatie met veertig werknemers; twintig juristen en twintig medewerkers in de ondersteuning. Met ongeveer achthonderd zaken per jaar zijn we nog steeds het grootste arbitrage-instituut van Nederland.”

De Raad van Arbitrage heeft momenteel geen winstoogmerk. Zou dat op enige wijze een uitkomst bieden?

“Nee, want wij willen op de meest goedkope manier werken. Daarom worden de arbiters ook niet betaald per uur, zoals bijvoorbeeld een advocaat. Het is een honoraire functie. We zoeken momenteel wel naar mogelijkheden om onze dienstverlening uit te breiden. Binnenkort start een proef om arbiters te laten meelopen tijdens de uitvoering van grote projecten. Bij problemen kunnen ze dan desgevraagd bindend advies geven.”

Heeft u ook overwogen mediation aan te bieden?

“Het had gekund, maar we hebben er bewust voor gekozen om het niet te doen. We zitten niet in het voortraject, maar in het beslistraject. Bij de Raad kom je als er al een geschil is. Wij bieden dan toegevoegde waarde in de vorm van deskundigheid. Bij mediation hoef je niets van de materie te weten, terwijl dat juist onze kracht is. De toename van mediation zien we dan ook niet als een bedreiging.” n

De Raad van Arbitrage gaat voor Cobouw uitspraken bespreken. Voorzitter Klaas Mollema wil inzicht geven in de dagelijkse praktijk van de raad. Zaken zijn vaak interessant voor een breder publiek. De nieuwe rubriek start volgende week en zal maandelijks op de pagina economie verschijnen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels