nieuws

Afwachten is er niet meer bij

bouwbreed

– De aanbesteding van rioolwaterzuiveringsinstallatie Garmerwolde in 2012 was een unicum voor het waterschap Noorderzijlvest. Voor het eerst selecteerde het Groningse schap de opdrachtnemer niet op de laagste prijs, maar op basis van best value procurement (BVP).

De rioolzuiveringsinstallatie Garmerwolde, een werk van 20 miljoen euro, werd gegund aan een consortium van GMB Civiel en Imtech Infra, bijgestaan door de advies- en ingenieursbureaus Witteveen+Bos en DHV.

Bij een aanbesteding volgens BVP laat een opdrachtgever het oplossen van zijn probleem over aan de markt. Aannemers worden uitgedaagd hun kennis optimaal in te zetten. Bij een gecompliceerde opdracht krijgen bedrijven de kans niet alleen technisch, maar ook procesinhoudelijk hun toegevoegde waarde aan te tonen.

Michiel Kaatman, projectmanager van GMB Civiel, ervoer de nieuwe vorm van samenwerking met het waterschap als een rollenspel. “Het waterschap moest zaken los durven laten en wij moesten hen door het proces leiden. Samen zijn we erin geslaagd de beste oplossing te bieden met maximale risicobeheersing voor de opdrachtgever.’’

Aanbesteden volgens prestatiecontracten zoals bij de Groningse rioolwaterzuiveringsinstallatie gebeurde, wint in de (semi)publieke sector langzaam terrein. Daardoor verandert de verhouding tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. Waterschappen, corporaties en zorginstellingen moeten wennen aan een nieuwe rol. Voor de bouw is dat niet anders.

“Het is een interessant leerproces,’’ zegt Remond Molenkamp. Als vestigingsmanager Arnhem van Vastbouw doet hij veel werk voor corporaties en lagere overheden. Molenkamp zette voor het kennisproject ‘Op weg naar de goede vraag’ van Hogeschool Utrecht zijn ervaringen met anders aanbesteden op een rijtje.

Van traditioneel aanbesteden zijn de nadelen inmiddels overbekend, stelt hij. “Een wethouder die snel wil scoren, gaat voor een school of een brandweerkazerne met de laagste aanbieder in zee. Maar ik geef je op ’n briefje dat hij na een paar jaar een probleem heeft omdat het toch allemaal niet zo voordelig is uitgepakt als hij had verwacht.’’

Een school bouwen kan ook anders. Zo werd Vastbouw geselecteerd door een schoolbestuur in Boxmeer dat een nieuw gebouw wilde, maar geen ervaring als opdrachtgever had. Het bestuur had alleen een aantal functionele eisen op papier gezet. Prijsopgave deed niet ter zake; er was een vast budget beschikbaar en daarvoor moest het gebouw worden gerealiseerd.

Molenkamp: “Het bestuur zocht zelf de architect, de installateur en het onderhoudsbedrijf uit. Er werd heel bewust op familiebedrijven geselecteerd. Die laten de langetermijnvisie prevaleren en dat is belangrijk bij een onderhoudscontract voor veertig jaar. De vraag aan de markt was: kun je garanderen dat de opdrachtgever krijgt wat hij vraagt. Bijvoorbeeld dat de temperatuur in de leslokalen constant 18 tot 22 graden is gedurende een lange reeks jaren.’’

Een nieuwbouwwerk op dergelijke voorwaarden aannemen was voor Vastbouw een novum. Het werd een leerzame ervaring. Molenkamp: “Er zijn veel dingen goed gegaan maar er waren ook punten waarop we slimmer en handiger hadden kunnen opereren. De tijdsdruk was behoorlijk hoog waardoor we soms te pragmatisch te werk gingen. Dan zeiden we omwille van de tijd: jongens, we moeten door! Daardoor hebben we niet aan alle eisen kunnen voldoen.’’ Het bijzondere aan het project in Boxmeer was dat het werd gerealiseerd zonder bouwovereenkomst. Molenkamp: “Als je goede partners hebt en het vertrouwen is aanwezig, dan heb je soms helemaal geen contract nodig.’’

Vertrouwen is ook het eerste woord dat Klaartje Molthof in de mond neemt als zij wordt gevraagd naar haar ervaringen met nieuwe aanbestedingsvormen. Molthof, commercieel manager bij BAM Woningbouw: “Het komt vaak neer op vertrouwen hebben in elkaar. Dat is lastig, want vertrouwen ontstaat meestal pas gedurende de samenwerking. In nieuwe vormen van samenwerking wordt dit principe juist omgedraaid. Dit is een leerproces en vraagt om een andere mindset .’’

Volgens Molthof blijkt keer op keer dat de interactie tussen mensen en de wil om het beste in een project naar boven te halen, doorslaggevend is bij het al dan niet tot stand komen van een transactie. “Vaak lopen projecten stroef doordat de communicatie niet soepel loopt. Of doordat men te veel vasthoudt aan standaard procedures. Dit komt de inhoud en kwaliteit van een project niet ten goede.”

Bewonerscommunicatie

Door goede communicatievaardigheden met bijvoorbeeld bewoners kan een opdrachtnemer een belangrijke toegevoegde waarde hebben voor de opdrachtgever. Molthof geeft een praktijkvoorbeeld. Met het oog op de benodigde instemming van 70 procent van de huurders wilde de opdrachtgever persé de bewonerscommunicatie zelf doen. Molthof: “Maar omdat de opdrachtgever sommige specifieke vragen van de bewoners niet kon beantwoorden, kwamen wij automatisch meer met hen in contact. Door onze open houding en doordat wij hun wensen in haalbare oplossingen wisten om te zetten, was de 70 procent in no time bereikt.” Als opdrachtnemer moet je ook routines en vooronderstellingen durven loslaten, meent Molthof. Het gaat om het ontdekken van ‘de vraag achter de vraag’. “Kijk met een open blik en neem niet automatisch aan dat jouw oplossing de juiste is. Wij hadden bij een renovatieproject een mooie uitgetimmerde koof bedacht om een rookkanaal aan het zicht te onttrekken. De bewoners kwamen met een veel simpelere oplossing, die én goedkoper was én beter voldeed aan hun wensen.’’

Prestatiecontracten stellen opdrachtnemers voor uitdagingen en boren bij hen onderbelichte kwaliteiten aan. “Wachten tot er een bestek op de deurmat valt, is er niet meer bij. Je moet heel proactief worden en continu bezig zijn met samen slimme oplossingen te bedenken,” aldus Molthof.

“De bouw moet ook de hand in eigen boezem durven steken,’’ vindt ook Molenkamp. “Je moet er niet van uitgaan dat jij de wijsheid in pacht hebt, je moet ook oog hebben hoe de ander denkt.’’ Om te begrijpen hoe beslissingstrajecten bij opdrachtgevers verlopen, contracteerde Vastbouw een manager onderhoud met vijftien jaar ervaring bij een corporatie. “Zo kunnen wij nadenken over het onderhoud op hetzelfde niveau als de opdrachtgever. Dat heeft duidelijk tot verbeteringen in onze dienstverlening geleid.”

Omdat opdrachten in technische en soms ook financiële zin steeds complexer worden, verwachten zowel Molthof als Molenkamp dat prestatiecontracten in de (semi)publieke sector steeds meer de norm zullen worden. Molenkamp verwijst naar een opdracht voor de bouw van 31 ecologische, zelfvoorzienende woningen in Nijmegen met als bouwmaterialen onder meer stro en leem. De huizen worden voorzien van zonnepanelen en niet aangesloten op het riool en het gasnet. “De opdrachtgever, een corporatie, treedt enkel op als bank; zij stelt de grond beschikbaar en financiert en laat de ontwikkeling van het plan volledig over aan de aannemer en de bewoners. Je bouwt die woningen tenslotte voor de bewoners, niet voor de directeur van de corporatie. Ik denk dat het in de toekomst vaker zo zal gaan.” n

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels