nieuws

Werking emvi afhankelijk van juiste toepassing

bouwbreed

Sinds 1 april is de Aanbestedingswet van kracht. Het gebruik van emvi zal daardoor structureel hoger worden. Maar krijgen we daardoor ook betere projectenresultaten?

Nergens is omschreven wat de verhouding prijs/kwaliteit zou moeten zijn

Emvi (economisch meest voordelige inschrijving) staat volop in de belangstelling. Aanleiding daarvoor is de Aanbestedingswet, die sinds kort van kracht is. Ook op Europees niveau werpt het verplichte gebruik van meat ( most economically advantageous tender, het equivalent van emvi) zijn schaduw vooruit. In de voorstellen voor de nieuwe Europese aanbestedingsrichtlijnen is prijs als gunningcriterium – waarschijnlijk – niet meer toegestaan.

Emvi als gunningcriterium bestaat al geruime tijd, naast het gunningcriterium ‘prijs’. Die laatste werd tot op heden het meest toegepast. Dat is logisch als het gaat om werken die tot in detail zijn omschreven. Dan is de scope immers helder en weten aanbesteder en inschrijver precies wat er moet worden gerealiseerd. De prijs is dan de enige variabele en kan uitstekend dienen als gunningcriterium. De aanbesteder gaat er daarbij vanuit dat zijn selectiecriteria goed zijn opgesteld, waardoor de aanbieders onderling gelijkwaardig zijn.

Maar wat is nu precies het effect van het gebruik van emvi? De term zelf zegt niet zoveel meer dan dat de inschrijving die “economisch het meest voordelig is”, de winnende inschrijving is. In de praktijk worden – naast prijs – andere aspecten meegewogen, meestal kwalitatieve aspecten. Het gaat dan om een plan van aanpak, een planning of een risico-analyse. Als de principes van best value procurement worden toegepast, wegen ook de resultaten van een interview en een kansendossier mee. Door dit soorten aspecten mee te wegen, kan het gebeuren dat het project gegund wordt aan de partij die niet de laagste prijs heeft ingediend. Kennelijk is de verwachting dat de hogere prijs gecompenseerd wordt doordat er meer kwaliteit wordt geleverd dan door de partij die de laagste prijs heeft geoffreerd.

In veel gevallen blijft het vervolgens bij een verwachting, want de aantoonbaarheid is erg lastig. Ten eerste is de relatie tussen bijvoorbeeld een goed plan van aanpak en het uiteindelijke projectresultaat niet eenduidig. Er bestaat daarnaast echter een nog belangrijker verschil tussen prijs en emvi. Prijs is een uitstekend criterium: objectief en transparant. De prijs is echter niet alleen een criterium, maar werkt ook volledig door in het contract c.q. het project. De prijs is het bedrag waarvoor de inschrijver het project moet realiseren, en er bestaat geen criterium dat meer ‘smart’ is dan prijs.

Hier zit een groot nadeel van emvi. De kwaliteitsaspecten worden beoordeeld en gewogen. Steeds vaker worden ze in – fictief – geld uitgedrukt en die bedragen worden afgetrokken van de inschrijfsom. Aldus ontstaat een fictieve inschrijfsom, die de basis voor de gunning is. Een prima methodiek, maar meestal komen de beoordelingen niet meer terug in het project. Met andere woorden, ze hebben alleen een functie in de aanbestedingsprocedure, niet in het project. Het is dus van belang om te werken aan emvi-criteria die niet alleen smart worden gemaakt, maar die ook worden opgenomen in het contract. En dan zodanig, dat ze ook echt leiden tot een betere prestatie van de opdrachtnemer.

Zoals eerder aangegeven, wordt emvi al langer toegepast. Het effect van kwaliteitsaspecten naast de prijs was in veel gevallen echter gering, omdat de prijs bijvoorbeeld een wegingsfactor van 80 procent kreeg toebedeeld. De werkelijke invloed van andere aspecten is dan zo gering dat prijs uiteindelijk toch de bepalende factor is. Dat heeft te maken met de wijze van beoordelen en het feit dat inschrijvingen meestal niet zo onderscheidend zijn. Om werkelijk van belang te zijn moeten andere aspecten dus echt meewegen (bij voorkeur niet minder dan 50 procent) en moet de beoordelingsmethodiek het aanwezige verschil tussen de biedingen echt zichtbaar maken.

N ergens is omschreven wat de verhouding prijs/kwaliteit zou moeten zijn, dus een kwaadwillende aanbesteder kan feitelijk – door prijs een hoge weging te geven – alsnog op prijs gunnen. In zo’n geval hoeft een aanbesteder dus niet te beargumenteren waarom hij niet via emvi gunt (zoals vereist in de nieuwe Aanbestedingswet), maar gunt hij eigenlijk wel op prijs. De praktijk zal uitwijzen of dit ook werkelijk aan de orde zal zijn.

De verplichting om emvi toe te passen als gunningcriterium is een stap in de goede richting in het streven naar evenwichtig en effectief aanbesteden en contracteren, maar de sleutel ligt in een juiste toepassing. Alleen de wettelijke verplichting is niet voldoende.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels