nieuws

‘Personeel bijna wegwerpartikel’

bouwbreed

Een hoogoplopend cao-conflict met werkgevers, massaal banenverlies onder leden en een ingrijpende herpositionering van de vakbeweging; het zijn geen gemakkelijke tijden voor FNV Bouw.

Charley Ramdas (49) maakt zich zorgen. Over de huidige crisis, die in de bouw niets en niemand lijkt te sparen. Duizenden bedrijven op de fles, meer dan 50.000 bouwvakkers op straat; de voorman van FNV Bouw vindt het verschrikkelijk. Maar misschien nog wel zorgelijker vindt hij hoe er momenteel over de factor arbeid wordt gedacht. Personeel lijkt te verworden tot een soort wegwerpartikel, constateert Ramdas. Eén keer gebruiken en weg ermee. Of in bouwtermen: klus klaren en wegwezen. “Perspectief bieden, je ziet het steeds minder. Dat vind ik zorgelijk”, zegt Ramdas. “In het bedrijfsleven voert geld verdienen de boventoon. Natuurlijk, een onderneming moet winst kunnen maken. Niets mis mee. Maar de balans tussen winst maken en goed voor je werknemers zorgen, is zoek. Het kabinet werkt daar ondertussen aan mee door de ontslagregels te versoepelen. Er zijn genoeg mogelijkheden om afscheid te nemen van werknemers, waarom moet hun positie verder worden aangetast? Nee, de financiën regeren, ook in Den Haag. Arbeid moet zo goedkoop mogelijk.”

Om met de crisis te beginnen. Wat heeft de vakbond kunnen doen om het leed voor bouwvakkers te verzachten?

“Wij kunnen helaas geen werk maken, maar we duwen en trekken om het banenverlies zo beperkt mogelijk te houden. We wijzen op de mogelijkheden om vanuit duurzaamheid de werkgelegenheid te stimuleren. Vijf miljoen woningen zijn nog niet duurzaam. Leegstaande panden kunnen omgebouwd en verduurzaamd worden, evenals scholen. En waarom zouden we woningen niet levensloopbestendig gaan maken? Investeer in domotica. Sluit woningen aan op medische instellingen. Dat levert werk op en zorgt voor lagere zorgkosten, lagere energienota’s en een beter milieu.”

Veel effect heeft uw ‘duw- en trekwerk’ nog niet gehad. Het kabinet lijkt althans niet echt begaan met de bouw.

“Kennelijk duwen we niet hard genoeg. Hoewel: in het woonakkoord is wel een begin gemaakt, met het energiefonds. Dat is bemoedigend. Maar die 150 miljoen is natuurlijk bij lange na niet genoeg gezien de opgave die er ligt. Er is nu een stapje gezet, dat moet een stap worden. Dus gaan we verder tamboereren, onder meer via het sociaal overleg.”

U heeft het over een stapje. Maar vooralsnog staat de verhuurdersheffing overeind. Die pakt toch dramatisch uit voor de bouwsector en dus ook voor de bouwvakkers?

“Die heffing is een dolkstoot, ja. Ik begrijp werkelijk niet waarom men dat in Den Haag niet inziet. De corporaties zijn goed voor 60 procent van de investeringen in de woningmarkt. Die vallen nu weg.”

U bent niet de eerste die dat zegt. Werkgevers, maar ook vooraanstaande economen, waarschuwen al enige tijd voor de negatieve effecten van de heffing. Waarom lukt het niet om de minister te overtuigen?

Ramdas slaakt een diepe zucht en vouwt zijn armen achter zijn hoofd. Na een overpeinzing van enige seconden, zegt hij: “In Den Haag hebben ze alleen oog voor de begrotingsnorm van 3 procent.”

Zo simpel is het?

“Zo simpel is het. Je ziet toch dat er geen integraal plan of visie is. Men is gebiologeerd op de korte termijn. De besparingen zullen en moeten behaald worden. Ja, dat maakt me boos en teleurgesteld. Want er is behoefte aan plannen die een impuls geven aan de werkgelegenheid. Nu wordt de bouw alleen maar verder de vernieling in geholpen. Iedereen weet: stimuleer de bouw en andere sectoren zullen daar ook profijt van hebben. Leveranciers, architecten, tuincentra, noem ze maar op. De spin-off is enorm. Daarom zeg ik: help de bouw via verduurzaming. De politiek kan zo geschiedenis schrijven: in één klap werkgelegenheid creëren én het milieu verbeteren.”

Uitgerekend in deze zware tijden voor de bouw, kunnen werkgevers en werknemers het niet eens worden over een nieuwe cao. Is dat niet fnuikend?

“Wij willen graag met werkgevers praten over de crisis en hoe die het het hoofd te bieden. Zij leggen echter de nadruk op vernieling van gemaakte afspraken.”

Ze vinden de bestaande cao te duur. Bedrijven kunnen meer werknemers binnen boord houden als de cao goedkoper voor ze zou uitpakken, zeggen werkgevers. Hebben ze daarmee geen punt?

“Ik draai het om: kennelijk waren de werknemers voor de crisis te goedkoop. Toen het goed ging in de bouw, heb ik niemand horen klagen over loonkosten. Er werden zelfs toeslagen betaald om mensen te behouden en aan te trekken. Bedrijven zeggen dat ze moeten concurreren met zzp’ers die veel goedkoper zijn. Maar vergeet niet: die concurrentie hebben ze zelf, jaren geleden, georganiseerd. Overigens geloof ik helemaal niet dat de bouwers meer werknemers in dienst zullen houden. Er is namelijk geen werk.”

U vindt niet dat sommige cao-afspraken niet meer van deze tijd zijn?

“Het salaris komt tot stand door een groot aantal aspecten. Het werk in de bouw is zwaar, er wordt in weer en wind gewerkt en dikwijls op grote afstand van huis. Er zijn objectieve criteria die het loon en andere arbeidsvoorwaarden rechtvaardigen. En die criteria hebben we, werkgevers en werknemers, met ons volle verstand opgesteld.”

Wat u betreft blijft de cao zoals die is?

“Nou ja, het goedkoper maken van arbeid is voor mij in ieder geval onbespreekbaar. Natuurlijk moeten we kijken of de cao kan worden aangepast aan de huidige tijdgeest. Maar dat is heel wat anders dan zaken afpakken. Die behoefte voel ik niet. In crisistijd kan er best tijdelijk afstand worden gedaan van bepaalde afspraken, zolang dat leidt tot werkzekerheid.”

Dat belooft nog wat voor het cao-overleg dat later dit jaar van start gaat.

“Het gekke is, we hebben eigenlijk best goed contact met Bouwend Nederland en andere organisaties. Alleen aan de cao-tafel verloopt het moeizaam. Daar heerst een andere dynamiek.”

U zult toch met ze in overleg moeten. De kans dat werkgevers opnieuw zullen vergeten de cao op te zeggen, is natuurlijk nul.

“Ja, maar weet je waar ik nou zo graag over wil praten met werkgevers? Over hoe we met elkaar ervoor gaan zorgen dat jongeren in de bouwsector willen gaan en blijven werken. Ik zie nu een sector waar afspraken niet worden nagekomen en waar werknemers onder druk worden gezet. De bouw dreigt te verworden tot een sector waar werknemers achter hun geld aan moeten terwijl ze keihard werken. Ik zou graag zien dat werkgevers op dat vlak hun verantwoordelijkheid pakken. Ja, Bouwend Nederland doet er wat aan, maar het is nog steeds een druppel op de gloeiende plaat. Als ze deze problemen echt willen aanpakken, dan zijn ze welkom. Ik zeg: laten we samen orde op zaken stellen. Laten we investeren in naleving. Belijd het niet alleen met je mond op centraal niveau, maar zorg er ook voor dat de achterban zich gedraagt. Dat zou prioriteit nummer één moeten zijn.” n

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels