nieuws

Aanbesteden onder de drempelwaarde

bouwbreed

Aan welke regels is een aanbestedende dienst gebonden als een opdracht onder de drempelwaarde vrijwillig wordt aanbesteed? In een recente uitspraak van de rechtbank Zeeland West-Brabant was deze vraag aan de orde.

De gemeente Oisterwijk had vier bedrijven uitgenodigd om in te sch rijven op een onderhandse aanbesteding v oor een opdracht tot directievoering en toezi cht op sloop en saneringswerkzaamheden. Het gunningscriterium was emvi. Op 25 januari 2013 kreeg een van de inschrijvers (“het Adviesbureau”) het bericht dat de opdracht niet aan hem zou worden gegund. Het Adviesbureau scoorde voor het plan van aanpak geen punten, omdat hij niet minimaal 40 uur toezicht had geoffreerd. Op 6 maart 2013 berichtte de gemeente het Adviesbureau dat zijn inschrijving bovendien ongeldig was, omdat de geoffreerde afkoopprijs meer dan 15 procent van de werkelijke kosten afweek. Het Adviesbureau was het hier niet mee eens en stapte naar de voorzieningenrechter.

De gemeente voerde in de procedure als verweer dat het Bao en de WIRA niet op de opdracht van toepassing waren, maar slechts de algemene, precontractuele aanbestedingsrechtelijke beginselen. De gemeente betwistte eveneens dat Europeesrechtelijke uitspraken van toepassing waren, maar erkende wel dat in het aanbestedingsdocument aansluiting werd gezocht bij Europese normen. De rechtbank stelde voorop dat onder die Europese normen in ieder geval de algemene beginselen van behoorlijk bestuur vallen, waaronder het fair-play en het motiveringsbeginsel. Dit laatste houdt in dat een gunningsbeslissing aanstonds volledig moet worden gemotiveerd. Een nadere toelichting is toegestaan, maar er mogen geen nieuwe redenen worden aangevoerd. De brief van 6 maart 2013 bevatte wel nieuwe redenen en werd daarom buiten beschouwing gelaten. Bovendien had de gemeente het transparantiebeginsel geschonden door te verzuimen om de (intern) gehanteerde urennorm voor het toezicht niet in de aanbestedingsstukken op te nemen. De rechtbank concludeerde dat het handelen van de gemeente in strijd was met de fundamentele beginselen van het aanbestedingsrecht.

Kortom, deze uitspraak laat nog eens zien dat het vrijwillig aanbesteden van een opdracht onder de drempelwaarde niet zonder gevolgen is. De gemeente diende zich te gedragen conform de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en de normen van redelijkheid en billijkheid die in de precontractuele fase gelden.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels