nieuws

Noordzeekanaalgebied klaar voor wind

bouwbreed

De verwachtingen voor offshore windparken zijn redelijk gunstig. Geen wonder dat havengebieden kijken naar mogelijkheden om juist in die tak van sport te groeien. Amsterdam IJmuiden Offshore Port (AYOP) haalde samen met de Kamer van Koophandel Buck Consultants International (BCI) in huis om de potentie van het Noordzeekanaalgebied te onderzoeken.

Nederland staat momenteel nummer drie op het gebied van offshore windenergie. Nummer één is uiteraard het Verenigd Koninkrijk met bijna 2100 megawatt geïnstalleerd vermogen, 55 procent van het totale vermogen dat op de Noordzee een plek heeft gevonden. Denemarken is goede tweede met een aandeel van 23 procent. Daarna volgt een hele tijd niets en dan komt Nederland met een aandeel van 6 procent, op de voet gevolgd door Duitsland en België met 5 procent.

Dat gaat echter veranderen, denken de deskundigen van BCI.Momenteel ligt de omzet in de Nederlandse offshore windsector op zo’n 1 miljard. Dat zal echter groeien naar 6 miljard in 2020, is de verwachting. Die is gebaseerd op recente uitspraken van minister Kamp die de offshore windparken als een belangrijk middel om de doelstelling van 16 procent duurzame energieopwekking in 2016 te behalen. Daarbij mogen wat hem betreft windparken dichtbij de kust niet worden uitgesloten, ook al vinden kustplaatsen dat niet leuk. Waar nu nog 247 megawatt geïnstalleerd vermogen is, moet in 2020 5200 megawatt aangelegd zijn. Voor de kust van Engeland moet zelfs 25.000 megawatt aan windenergie worden opgewekt.

IJmuiden en het Noordzeekanaalgebied zijn er klaar voor en kunnen de concurrentie met andere havens aan, denkt de AYOP, een samenwerkingsverband van 35 bedrijven en lokale overheden die zich inzet voor de positionering en profilering van het Noordzeekanaalgebied op het gebied van offshore activiteiten.

“De Amsterdamse havenregio biedt een ideale uitvalsbasis voor aanleg en onderhoud van windparken op de Noordzee. De gunstige ligging ten opzichte van de geplande windparken, de beschikbare ruimte en de aanwezigheid van een sterk en gespecialiseerd netwerk van bedrijven, vormt een krachtige combinatie”, vertelt AYOP-voorzitter Ron Davio.

Hij baseert zich daarbij mede op het onderzoek van BCI dat aangeeft dat het gebied al heel veel in huis heeft om de offshore windparken te bedienen. In het gebied zaten van oudsher al bedrijven die zich bezighielden met de offshore gas- en oliewinning.

Zo zijn er al 66 bedrijven in de regio direct of indirect betrokken bij het offshore windcluster in het Noordzeekanaalgebied. Al die bedrijven doeren nu al activiteiten uit in de offshore windketen die loopt van kennis en innovatie via projectontwikkeling, productie, bouw, installatie, onderhoud tot aan ontmanteling, hetgeen overigens de eerste decennia niet aan de orde is. De meeste bedrijven in het windcluster in het Noordzeekanaalgebied zijn actief in de projectontwikkeling, installatie en onderhoud.

Dat betekent dat er nog wat witte vlekken zijn waar BCI adviseert om die in te vullen voor zover het belangrijk is dat ze in de regio zelf zitten. Zo zou het handig zijn als er productiebedrijven voor de bladen, turbines en masten zouden komen en assemblagebedrijven.

Wel sterk scoort het gebied op havens. Dat is van cruciaal belang voor de toegang tot installatieschepen. Die worden weer ondersteund door een vloot van werkschepen waarvan er volop aanwezig zijn in het gebied. Ook is de afstand tot de windparken, zelfs voor de Engelse voor de kust van East-Anglia, concurrerend. Alleen Rotterdam scoort op dat punt nog beter omdat er nu eenmaal geen sluis in de Nieuwe Waterweg ligt.

Ook heeft het Noordzeekanaalgebied nog voldoende ruimte, zo’n 100 hectare, waar grootschalige offshore windactiviteiten een plaats kunnen vinden.

De bedrijven die erbij zijn betrokken, vinden wel dat de overheid te weinig doet om offshore windparken van de grond te krijgen. Dat is wel nodig om de doelstelling van 5200 megawatt te halen. Het vorige kabinet heeft alle energiesubsidies echter gericht op de goedkoopste oplossingen, vooral wind op het land. Een hoopvol signaal vinden de ondernemers daarom de recente woorden van Kamp die offshore wind belangrijk noemde. De ondernemingen vinden immers dat de beste impuls voor offshore windenergie de ontwikkeling van nieuwe parken voor de Nederlandse kust is.

Dat kan er immers toe leiden dat het Noordzeekanaalgebied een groot productiebedrijf voor windmolens aan kan trekken, zo menen andere ondernemingen. De komst van een dergelijk bedrijf is dan op zijn beurt een goede impuls voor de offshore windenergiesector in de regio.

De gedeputeerde van Noord-Holland Jaap de Bond is daar helder over. Samenwerking binnen het windcluster, van bedrijven tot netwerkorganisaties en kenniscentra, is onmisbaar om de beoogde ambities te realiseren. “De aanwezigheid van een groot kenniscluster en bedrijvennetwerk binnen de provincie biedt hier een kansrijke gelegenheid toe”, zei hij toen hij het rapport van BCI mocht ontvangen uit handen van Davio.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels