nieuws

Nieuwe wet zeer beperkt houdbaar

bouwbreed

Nieuwe wet zeer beperkt houdbaar

De nieuwe Aanbestedingswet is maximaal twee jaar houdbaar en gaat dan op de schop door de nieuwe Europese regels die in de maak zijn. “Daarbij hoort een discussie over de benadering van het mkb”, bepleit inkoopprofessor Jan Telgen van de Universiteit Twente.

Telgen beschouwt de invoering van de nieuwe Aanbestedingswet inmiddels als een gegeven en de gevoerde strijd ertegen – mede namens de vereniging van inkoopmanagement NEVI – als een gelopen race. De komende twee jaar zullen overheidsinkopers ermee uit de voeten moeten, waarbij hij het verplichte gebruik van de proportionaliteitsgids als “doorgeschoten” ervaart.

Tijdens het grote Aanbestedingscongres van het Instituut van Bouwrecht bepleit hij een nieuwe discussie over de toegankelijkheid van opdrachten in relatie tot het midden- en kleinbedrijf. Die discussie komt al snel op gang, verwacht de inkoopexpert. De verwachting is namelijk dat ‘Europa’ in september stemt over de nieuwe inkoopregels en dat lidstaten daarna twee jaar krijgen om de nieuwe aanbestedingsregels door te voeren.

“Wij hebben acht jaar gesteggeld over de nieuwe Aanbestedingswet en die zal na 1 april ongeveer twee jaar gaan gelden. De focus en energie gaat nu naar vertaling van de nieuwe Europese regels waar we naar verwachting daarna tien jaar mee uit de voeten moeten.” Volgens Telgen, die ook voorzitter van NEVI Publiek is, legt de nieuwe wet meer nadruk op het besteden van de belasting-euro aan maatschappelijk welzijn en minder aan het creëren van concurrentie.

Telgen vindt dat daarbij een nieuwe discussie op gang moet komen over het midden- en kleinbedrijf in relatie tot aanbesteden. “Om kleine bedrijven een kans te geven mee te dingen naar overheidsopdrachten, kiezen bijna alle omringende landen voor verlaging van de drempel om openbaar aan te besteden. Men is het zat dat onderhandse opdrachten altijd naar een select aantal dezelfde bedrijven gaat. In Nederland doen we precies het tegenovergestelde en houden we in ‘Brussel’ zelfs een pleidooi om de drempels te verhogen. Achterliggende gedachte hier is om de onderhandse competitie te beperken tot het mkb en het aantal onderhandse opdrachten daarom te vergroten. Twee totaal verschillende benaderingen dus, waar naar mijn weten nog nooit een politieke discussie over is gevoerd en nog nooit iets democratisch over besloten. Er is voor beide manieren iets te zeggen, maar het is hoog tijd om die discussie te voeren”, bepleit hij richting politiek Den Haag. In zijn ogen heeft de lobby van Loek Hermans van MKB Nederland bij deze wet wel een erg grote vinger in de pap gekregen.

Telgen is in de archieven gedoken en komt op basis van cijfers van het Instituut voor Overheids Onderzoek tot de conclusie dat momenteel al enorm veel onderhands op de markt komt. De hoogleraar schat het in op jaarlijks 5000 openbare aanbestedingen en 300.000 onderhandse opdrachten. “Daar is al heel veel geld mee gemoeid.” Van het overheidsbudget van ruwweg 60 miljard euro wordt ongeveer de helft al onderhands ingekocht. Ruim 70 procent van de opdrachten onder de drempel is, met een waarde van maximaal 20.000 euro, echt heel klein.

Nederland verdient verder nog niet de schoonheidsprijs als het gaat om het melden van opdrachten in Brussel. Het staatje met de cijfers van Tenders Electronic Daily laat zien dat Nederland onderaan bungelt als het gaat om het aantal meldingen. Uitgerekend Griekenland, Polen, Slowakije, Spanje en België zijn daar een stuk trouwer in. De nieuwe Aanbestedingswet zal daar verandering in brengen, want die vereist zelfs dat een Europese opdracht eerst in TED wordt geregistreerd en daarna pas nationaal, via TenderNed. In het huidige elektronische tijdperk is het overigens niet de bedoeling dat daar veel tijd tussen zit.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels