nieuws

‘Grote aannemers kunnen niet meer wat ze vroeger wel konden’

bouwbreed

Pensioenuitvoerder PGGM is alle grote Nederlandse bouwers langs geweest. Op zoek naar een bouwpartner waarbij de pensioenpremies van verpleegsters, brandbeveiligers en architecten veilig belegd konden worden. Twee jaar geleden kwam BAM als winnaar uit de bus. “BAM had verreweg de grootste portefeuille. Daarnaast was BAM de grootste aannemer, was internationaal actief en had misschien ook […]

Pensioenuitvoerder PGGM is alle grote Nederlandse bouwers langs geweest. Op zoek naar een bouwpartner waarbij de pensioenpremies van verpleegsters, brandbeveiligers en architecten veilig belegd konden worden. Twee jaar geleden kwam BAM als winnaar uit de bus. “BAM had verreweg de grootste portefeuille. Daarnaast was BAM de grootste aannemer, was internationaal actief en had misschien ook wel de meeste expertise”, kijkt Han Claessens, senior investeringsmanager infrastructuur bij PGGM terug.

Dat Bunnik, waar BAM zetelt, bij wijze van spreken op een steenworp afstand van het PGGM-kantoor in Zeist ligt, speelde niet mee. “Nee, maar het praat wel makkelijk. We zijn heel snel bij elkaar. Dat is toch een voordeel. Zo hebben we maandelijks board meetings. ‘s Ochtend begin je om negen uur in Bunnik en om half twaalf zit je weer achter je eigen bureau.”

De samenwerking met BAM gaat op basis van exclusiviteit. “Dat is erg belangrijk”, zegt Henk Huizing, hoofd van de afdeling infra-investeringen.”Omdat je in de keuken kijkt bij een bedrijf. Je kunt niet zeggen: ik kijk vandaag in de keuken bij BAM en ik ga morgen in de keuken kijken bij Strukton. Dat is ook wat de overheid niet wil uit concurrentieoverwegingen.”

Gebonden

Andersom wilde PGGM ook niet dat BAM bij ieder project zou gaan “shoppen” bij verschillende financiers. “Wij wilden een afspraak hebben die een aantal jaren geldig is tussen twee partijen. Voor die periode zijn we aan elkaar gebonden. Tot nu toe bevalt dat uitstekend. We praten over uitbreiding van de samenwerking.”

PGGM en BAM zegden in mei 2011 toe gezamenlijk 400 miljoen euro te investeren via de joint venture. PGGM legt 250 miljoen euro in, BAM 150 miljoen. In de loop van dit jaar zal het investeringsbedrag omhoog moeten. De combinatie PGGM/BAM heeft nog veel biedingen lopen en verwacht nog twee pps-projecten binnen te kunnen halen in de loop van dit jaar.

Hoeveel geld PGGM de komende jaren gaat investeren is nog onduidelijk. “We bepalen op projectbasis hoeveel geld we beschikbaar stellen”, zegt Claessens. De intentie is in ieder geval om veel meer geld in Nederlandse projecten te investeren. Tot voor kort waren de mogelijkheden daarvoor volgens de PGGM-beleggers er niet of nauwelijks. Of de projecten waren te klein. Voor de pensioenuitvoerder worden investeringen pas interessant als ze boven de 25 miljoen euro uitkomen.

PGGM heeft in totaal 135 miljard euro aan pensioengeld te beheren. Op dit moment wordt 3 miljard euro (2,2 procent) hiervan geïnvesteerd in infrastructuur wereldwijd. Huizing: “Tot nu toe gaat het bedrag elk jaar omhoog. We hebben de verwachting dat het bedrag de komende jaren door blijft stijgen.” Al is PGGM daarbij afhankelijk van de wensen van de pensioenfondsen waarvoor de pensioenuitvoerder belegt. Ook hangt het volgens Huizing af van rendementsontwikkelingen en de mogelijkheden in de inframarkt. De PGGM-investeerders zijn daar heel positief over.

Claessens hamert erop dat voor de nieuwe investeringen wel geldt dat de risico-rendementsverhouding goed moet zijn, de cash flow stabiel en dat de periodieke vergoeding als het even kan “inflatie-linked” moet zijn, dat wil zeggen: in gelijke pas moet lopen met de inflatie.

PGGM is tot nu toe in Nederland de enige pensioenpartij die rechtstreeks eigen vermogen aan projecten verschaft. Tot 2008 investeerde de pensioenuitvoerder via infrastructuurfondsen, die meestal door banken beheerd werden. Huizing: “Die tussenschakel blijkt nogal veel te kosten. De fees zijn 2 tot 3 procent per jaar. Door de joint venture met BAM hebben we gewoon die schakels ertussenuit gehaald. Dat betekent dat je die 2 à 3 procent nu binnenhoudt. Dat geld vloeit rechtstreeks in de kassen van de pensioenfondsen. Op een totaal van 3 miljard euro is dat een heel groot bedrag.”

Vooruit

PGGM is internationaal gezien ook veel pensioenpartijen vooruit als het gaat om beleggen in infrastructuurprojecten. Al zijn de Canadese pensioenfondsen veel verder, bekent Claessens. “Maar die zijn veel eerder begonnen en hebben soms tot 10 tot 15 procent belegd in infrastructuur en hebben daar goede ervaringen mee. Ik zie ons niet gelijk op 10 à 15 procent komen, maar de verwachting is wel dat die 2,2 procent omhoog gaat. Maar afgezien van de Canadezen lopen wij met PGGM wereldwijd redelijk voorop.”

Dat vooroplopen gebeurt met een team van veertien personen. Ze hebben veel ervaring hebben op gebied van projectfinanciering, ook internationaal.

In de joint venture met BAM beslist het PGGM-infrateam mee bij biedingen. Voor de rest blijft de rol van PGGM binnen de joint ventures er vooral een van vermogensverschaffer. Claessens: “We zitten bij alle belangrijke beslissingen. Er gaat geen bieding de deur uit zonder dat wij het goedkeuren. BAM neemt alle operationele beslissingen. Binnen ons team werken veertien mensen. Die moeten hun aandacht verdelen over 3 miljard euro aan wereldwijde investeringen. Bij de pps-divisie van BAM werken honderd mensen.”

PGGM draagt geen nieuwe projecten aan. “Nee, BAM ziet alles wat er gebeurt in haar marktgebied. Daar zijn ze veel meer op gefocust dan wij. In theorie kunnen wij natuurlijk wel projecten aanleveren, maar in de praktijk komt dat niet voor. Alles wat wij zien vanuit Zeist, hebben zij met hun lokale teams op de grond al drie keer gezien.”

De financieringsconstructie die PGGM heeft met BAM is bij enkele grote Europese bouwers in positieve zin opgevallen. Ook heeft PGGM al een tijdje een vergelijkbare joint venture met de Britse projectontwikkelaar Lend Lease, dat in Engeland ppp’s (public private partnerships) investeert. Samen met het Spaanse Globalvia wordt verder belegd in tolwegen, onder meer in Mexico, Costa Rica en Chili en een aantal Zuid-Europese landen.

PGGM is benaderd door een aantal grote Europese bouwers om een dergelijke financieringsconstructie in hun thuisland op te zetten. “Daar praten we nu over”, zegt Huizing. Wie het zijn? “Het zijn de Bammers van andere landen.” Het gaat om landen waar BAM niet zit, is het enige wat Huizing er nog over kwijt wil. Frankrijk? Spanje? Zou kunnen.

De gang van deze concerns naar Zeist verbaast Huizing en Claessens niet. Claessens: “Je ziet dat de grote aannemers ook niet meer kunnen wat ze vroeger konden. Ze zijn op zoek naar een langetermijninvesteerder. Het liefst eentje die het al een paar keer gedaan heeft. Het lijkt vrij logisch dat ze dan bij ons terecht komen.”

Dat andere grote Nederlandse pensioenfondsen geen aansluiting zoeken bij grote bouwbedrijven voor pps-projecten vindt Huizing “verbazingwekkend”. Het gaat tenslotte om langetermijnprojecten die je met langetermijnfinancieringen kunt afdekken. De rendementen zijn gemiddeld zo’n 10 procent. “Wij hadden verwacht dat andere partijen met andere bouwers in zee zouden gaan, maar dat gebeurt niet. En ik weet niet waarom.” n

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels