nieuws

Utrecht geeft juristen masterclass bouwrecht

bouwbreed

De Universiteit van Utrecht start een masterclass bouwrecht. Initiatiefnemer Klaas Mollema hoopt hiermee een lichting bouwjuristen op te leiden die veel meer weten van bouwrecht dan de gemiddelde niet gespecialiseerde advocaat.

“Jaren geleden heb ik vanuit het gerechtshof in Leeuwarden het initiatief genomen voor een togamaster aan de Universiteit van Groningen. Die was bestemd voor iedere juridische student die in de rechterlijke macht, het Openbaar Ministerie of de advocatuur wilde gaan werken. Dat heeft goede resultaten opgeleverd. Dat idee heb ik meegenomen naar de Raad van Arbitrage voor de bouw toen ik in 2010 voorzitter werd”, vertelt Mollema. Naast voorzitter van de Raad en arbiter is hij ook nog coördinerend vice-president bij het gerechtshof te Leeuwarden.

“In die hoedanigheid was het me al opgevallen dat er goede bouwrechtadvocaten zijn maar er ook nogal wat advocaten rondlopen die nauwelijks verstand van bouwrecht hebben. Ze weten bij wijze van spreken nog niet eens van het bestaan van de UAV. Het idee van de togamaster is daarmee omgezet naar een bouwrechtmaster”, aldus Mollema.

De masteropleiding is heel breed. Die loopt van privaatrecht via bestuursrecht naar aanbestedings- en mededingingsrecht. Die worden op een vaste dag in de week gegeven. Daarnaast lopen de masterclassers in de vijf maanden durende opleiding stage bij deelnemende organisaties. Behalve de Raad van Arbitrage zelf zitten daar ook bouwbedrijven bij, BAM, Ballast Nedam en Strukton. Ook Bouwend Nederland is van de partij naast enkele advocatenkantoren.

Breed

De klas is bestemd voor studenten die al in hun masterfase zitten. De studies die toegang geven tot de opleiding zijn net zo breed als het bouwrecht zelf, ondernemingsrecht, notarieel recht, privaatrecht, staats- en bestuursrecht, Europees recht of publiek internationaal recht. Het gaat daarbij niet alleen om Utrechtse studenten. Ook van andere universiteiten zijn mensen welkom.

“Vooralsnog gaan we met één opleiding per jaar van start waar plaats is voor zo’n twaalf studenten. Ik sluit echter niet uit dat als de belangstelling heel groot is, we naar twee opleidingen per jaar gaan”, zegt Mollema.

Het goede aan deze wijze van werken vindt hij de koppeling tussen theorie en praktijk. “Het is ook opgezet omdat er behoefte is vanuit de praktijk, zowel advocatuur als bedrijven”, weet hij.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels