nieuws

Terugkomen op een beslissing

bouwbreed

De mogelijkheid voor een aanbestedende dienst om na een onjuiste (gunnings)beslissing alsnog tot ongeldigverklaring over te gaan, staat nogal eens ter discussie.

Ten aanzien van de gunningsbeslissing heeft de Hoge Raad (LJN: BW9231) eind vorig jaar duidelijkheid verstrekt door vast te stellen dat, behoudens bijzondere omstandigheden, geen andere redenen mogen worden aangevoerd dan als vermeld bij de gunningsbeslissing. Dit brengt met zich dat een aanbestedende dienst niet meer kan terugkomen op een onjuiste gunningsbeslissing.

Voor wat betreft beslissingen voorafgaand aan de gunningsbeslissing is onlangs eveneens uitspraak (LJN: BY6309) gedaan. Daarbij lijkt meer ruimte voor de aanbestedende dienst te zijn overgelaten. Wat was het geval. Bij een openbare aanbesteding werden de inschrijvingen in drie fasen beoordeeld. De eerste beoordelingsfase zag op volledigheid, techniek en haalbaarheid van de inschrijving. De tweede en derde fase hadden betrekking op de inschrijvingssommen.

Nadat een inschrijver in eerste instantie telefonisch was medegedeeld niet te worden toegelaten, werd deze na bezwaar daartegen alsnog toegelaten. In de daarop volgende fasen is gebleken dat de inschrijving van deze inschrijver als economisch meest voordelig uit de bus is gekomen. Bij de gunningsbeslissing werd zij echter alsnog afgewezen omdat niet aan de eisen als getoetst in de eerste fase was voldaan.

Rechtbank Dordrecht oordeelde dat een dergelijk terugkomen op een eerdere beslissing toelaatbaar is. Sterker nog, naar haar oordeel is dat de plicht van de aanbestedende dienst en is afwijkend handelen in strijd met het essentiële beginsel van aanbestedingsrecht dat louter op basis van objectieve criteria mag worden getoetst.

De mogelijkheid dat bij de betreffende inschrijver het vertrouwen zou zijn gewekt dat zij aan de eisen in de eerste fase voldeed en was toegelaten tot de volgende fase, maakt naar oordeel van de rechter nog niet dat daaraan rechten kunnen worden ontleend. Dit omdat anders een individuele inschrijver wordt bevoordeeld ten opzichte van andere inschrijvers die wel aan de gestelde eisen voldoen en een zorgvuldige aanbesteding juist een voorkeursbehandeling beoogt te voorkomen. Het gelijkheidsbeginsel ging in deze kwestie aldus voor op het vertrouwensbeginsel. Het feit dat de beslissing niet behoorlijk was gemotiveerd, werd in dit geval enkel bestraft met een proceskostenveroordeling.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels