nieuws

Industrie partner van aannemer met uitgewerkte deelconcepten

bouwbreed

Met de levering van concepten ‘ontzorgen’ toeleveranciers hun afnemers. Aannemer en industrie blijven partners. Concurrenten worden het, vooralsnog, niet.

Bij de glazen bol klinkt een dreigende boodschap voor het bestaan van de aannemerij: over een tijd bestellen opdrachtgevers huizen bij fabrieken. Kant en klaar gaan ze daar de deur uit.

De uitvoerende bouw stangen, is dat vooral. De aannemer blijft naar verwachting op zijn minst nog lange tijd nodig. Wel steekt de industrie hem vaker een helpende hand toe.

Fabrieken die volgens een standaardproces produceren in elke gewenste maat en uitvoering. De autoindustrie geldt als lichtend voorbeeld. Waarom niet hetzelfde doen met woningen? Een groot verschil is dat aan bouwobjecten door hun vele verschijningsvormen en locatiegebondenheid enorm veel meer maatwerk vast zit.

Componeren

Niettemin staan beide sectoren voor een vergelijkbare uitdaging: ook een huis bevat onderdelen van veel verschillende toeleveranciers. Zeker op bouwdeelniveau moeten die naadloos op elkaar aansluiten. Maar ook die bouwdelen onderling moeten een harmonieus geheel vormen. Bij het componeren ontstaan, in muziektermen gesproken, te vaak valse noten.

Een spraakmakend voorbeeld is de Zürichtoren in Den Haag. Dit 88 meter hoge zeshoekige gebouw was een aantal jaren geleden amper gereed toen bleek dat de bakstenen gevel alweer volledig moest worden vervangen. In het metselwerk ontstonden scheurtjes. Als gevolg van een fout in de ondersteuningsconstructie bleek de dilatatie slecht te werken.

Ontwerpers en uitvoerende bouwers hoeven niet incompetent te zijn om af en toe de mist in te gaan, weten ze bij het MadeCenter in Tilburg. Dat is een piepjong samenwerkingsverband van circa vijftien complementaire bedrijven die samen totaalconcepten ontwikkelen voor de gemetselde gevel. Zij willen zo aannemers en architecten beter van dienst kunnen zijn.

In een gemetselde gevel komen onderdelen van minstens zeven verschillende toeleveranciers, schetst Harrie Vekemans, directeur van de prille organisatie. Naast bakstenen bijvoorbeeld mortel, lijm, lateien, roosters, ankers, wapening, raamdorpels, kozijnen en afdekplaten.

Paul Jas van Holonite, een van de deelnemende bedrijven, schuift aan bij Vekemans. Jas ziet in zijn de sector bedrijven ook zelfstandig werken aan concepten maar die zijn dan vaak begrensd op productniveau. “Wij zoeken samenwerking omdat we toe willen naar complete bouwdelen. In dit geval gevels, andere bedrijven nemen soortgelijke initiatieven voor bijvoorbeeld daken.”

Bij de constructie van buitengevels worden “ontzettend veel fouten gemaakt”, zagen beiden. “Verkeerde uitslagpatronen, problemen met de ventilatie, vochthuishouding, verankeringen, geveldragers, van alles. Je ziet producten soms zo worden toegepast dat je weet dat het fout zal gaan.”

De onkunde kan volgens hem liggen bij de architect of het bouwkundig adviesbureau maar ook bij de uitvoerende partij. “Je moet je afvragen waarom het fout gaat. Want het zijn wel kundige mensen, niet de eerste de beste schoolverlaters, die bijvoorbeeld zo’n Zürichtoren omhoog trekken.”

De helpende hand komt van het MadeCenter, dat zich profileert als metselwerk-kenniscentrum. De hoop is dat hierin nog veel meer partijen gaan meedoen die zich richten op de gemetselde gevel.

Recyclebaar

In het Overijsselse Goor maakt Eternit-directeur Cees Doevelaar gewag van een ander soort sprong die zijn bedrijf wil maken: een naar complete woningen die bovendien goed recyclebaar zijn. Als onderdeel van het grote Etex-concern deelt Eternit in het uit te rollen concept op basis van vezelcement en gips. Etex maakt traditioneel dak- en gevelonderdelen. De in 2011 van Lafarge overgenomen gipsdivisie is goed voor het binnenwerk.

Het is een uitgesproken eenvoudig totaalconcept dat, onderstreept Doevelaar, niet op de eerste plaats is bedoeld voor een land als Nederland. “We denken vooral dat dit soort woningen een grote toekomst hebben in de opkomende economieën.”

Compleet aangeleverde woningen bestaan verder als een niche. In Nederland hoofdzakelijk in de vorm van modulaire systemen met een min of meer semi-permanent karakter.

Concepten op bouwdeelniveau zijn het meest gangbare streven. Neem het Zweedse Assa Abloy. Dat rijgt gretig kralen aan zijn ketting om te komen tot wat het noemt een “eerste klas” totaalpakket aan toegangsoplossingen.

Met de productmerken Besam, Crawford, Megadoor en Albany moeten klanten voor alle gewenste soorten automatische deuren voortaan bij één partner terecht kunnen. Dat is een groot voordeel bij de bouw maar ook voor de service daarna, luidt de boodschap van deze leverancier.

Overnames zijn, blijkt uit de voorbeelden van zowel Etex als Assa Abloy, één van de wegen van producenten om te komen tot completere producten. Een andere is inkoop, vaak bij vaste partnerbedrijven. Voor complete kapconstructies bijvoorbeeld. Die hebben het maken van kappen op bouwplaatsen al lang en breed overbodig gemaakt.

Het voormalige Opstalan, overgenomen door voormalig concurrent Unilin en tegenwoordig alleen nog onder die naam actief, wist zich in 1965 te onderscheiden met de primeur. De productie van kappen werd doorontwikkeld en is nu ondanks de industriële werkwijze goed voor een enorme variatie aan kappen.

Heras, een ander voorbeeld, werd van hekwerkproducent naar aanbieder van totale buitenbeveiligingsoplossingen. Het maakt van oudsher hekken en poorten maar bij integrale veiligheidssystemen komen meer producten in beeld. Daarvoor kan inkoop bij andere bedrijven met bijzondere specialismes een goede oplossing zijn, besloot Heras.

Niet op bouwdeel- maar wel op productniveau zo compleet mogelijk willen zijn, is ook een strategie. Hertalan doet het met epdm-folies. Bekend voor daken maar ook voor gevels en andere plaatsen waar water- en vochtwerende voorzieningen nodig zijn. Door meer folievarianten te kunnen bieden, neemt ook het toepassingsgebied toe, weten ze bij dit bedrijf dat vorig jaar werd overgenomen door het Amerikaanse Carlisle. Het aanbod werd verbreed: keus kwam tussen tussen losse banen of complete – in de fabriek samengestelde – membranen. Met die laatste zijn grote vlakken in één keer dicht te maken. Geschikte bijbehorende producten zoals lijmen en kitten en accessoires als aansluitingen voor hemelwaterafvoeren en lichtkoepels horen ook bij het leveringsconcept.

De inzet bij het Tilburgse MadeCenter is kwaliteitsverbetering, ontzorging van bouwers en ontwerpers en als onderdeel daarvan het aanreiken van nieuwe oplossingen. Hoewel de productie van prefab gevels in het samenwerkingsverband is vertegenwoordigd, is het doel op de eerste plaats het bij elkaar brengen van kennis voor het maken van concepten.

Waar die vervolgens tot stand komen, noemen Jas en Vekemanse minder relevant. Vaak zal dat de bouwplaats zijn, waar het overgrote deel van het metselwerk nog plaatsvindt. “Naar schatting 90 tot 95 procent. De rest is prefab. Die percentages kunnen ooit omgekeerd worden”, overwegen ze. “Vast wel. De ontwikkelingen gaan sneller dan menigeen denkt.” n

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels