nieuws

Bijstelling contract belastingkantoor Doetinchem voor BIM

bouwbreed

Het lopende dbfmo-contract voor belastingkantoor Doetinchem is opengebroken om BIM toe te voegen. De behoefte om langlopende contracten tussentijds aan te passen is groot, want niemand kan tenslotte in de toekomst kijken.

In overleg met contractpartner Facilicom en de Rijksgebouwendienst is het contract aangepast. Op die manier wordt het mogelijk om binnen twee jaar BIM toe te passen bij het beheer en onderhoud. Facilicom kaartte de behoefte aan om hun eigen processen beter te stroomlijnen en waarborgen. De opdrachtgever reageerde enthousiast omdat dit de mogelijkheid biedt om de BIM-norm in een opgeleverd project te toetsen en de inspanningen samen te richten op doorontwikkeling van de norm. Mogelijk worden daarna ook ander lopende contracten opengebroken. Voor diverse nieuwe contracten eist de Rijksgebouwendienst al sinds eind 2011 het gebruik van BIM.

In dit geval zijn beide contractpartners het eens en kan het dbfmo-contract relatief simpel worden aangepast. Hoofstuk 4 van het standaardcontract voorziet daarin. Ook is het mogelijk om daar al meteen rekening mee te houden. Dat kan door de optie van een joint-venture op te nemen in het basis-contract zodat de contractpartners in een later stadium gezamenlijk een nieuw proces oppakken zonder daar meteen allerlei extra juridische verhicles voor op te hoeven tuigen. Technische ontwikkelingen kunnen razendsnel gaan en niemand weet precies waar over tien of twintig jaar behoefte aan is, terwijl dat wel de looptijd van veel pps-contracten is.

Ook minister Schultz signaleerde de inflexibiliteit van pps-contracten als zorgpunt. “Bij het ministerie van Financiën mag bij wijze van spreken nog geen spijker in de muur worden geslagen zonder een boete. Daar wordt niemand gelukkig van”, betoogde ze in deze krant bij de oprichting van PPS-support. “Liever iets meer risico dan een dichtgetimmerd contract waar niemand mee uit de voeten kan.”

Ruimte

Ook het huidige kabinet is er groot voorstander van om ontwerp, bo uw, financiering, onderhoud en exploitatie te combineren in één contract. Zo’n dbfmo-contract pakt in de praktijk tussen de 10 en 15 procent goedkoper uit dan losse traditionele contracten. De praktijk wijst uit dat juist in deze crisisperiode steeds meer pps-contracten worden afgesloten, zowel bij het Rijk als bij waterschappen, gemeenten en in de zorg. Maar daar hoort wel ruimte bij om te kunnen wijzigen nadat een project is opgeleverd. Tot op heden is die ruimte beperkt, al kan de opdrachtgever ook nu al een extra wens aan een andere partij gunnen als de contractpartners het onderling niet eens worden. Dan is sprake van een ‘verplichte onderaannemer.’ De prijs kan lastig zijn, want “onderhandelingen vinden plaats zonder concurrentie”, waarschuwt de leidraad. Het werken met eenheidsprijzen met vaste opslagen voor winst kan ook soelaas bie den.

Omdat de contractvorm uitgaat van een langdurige samenwerking en een beschikbaarheidsvergoeding, leidt de contractvorm tot op heden tot relatief weinig geschillen. De opdrachtgever betaalt immers alleen als de nagekomen afspraken worden nagekomen.

Wie de lat daarbij te hoog legt, komt weer voor andere problemen te staan, ondervond het Rijk bij de bovenbouw van de hsl-zuid. In het pps-contract werd 99 procent beschikbaarheid van het spoor geëist, waarna constant gebakkelei ontstond over wie schuldig was als de rails even niet beschikbaar waren.

Uitgerekend de gunning van het belastingkantoor in Doetinchem is bij de rechter aangevochten door een van de afgevallen inschrijvers. De rechter stelde de opdrachtgever in het gelijk en het pps-project werd alsnog aan Facilicom gegund.

De enige andere uitzondering is de Tweede Coentunnel, waar het Rijk de nieuwe tunnelstandaard aan het contract wilde toevoegen. Rijkswaterstaat dacht de tunnelinstallaties daarmee te vereenvoudigen, maar daar was het marktconsortium het helemaal niet mee eens. Die voorzagen veel extra kosten omdat in het ontwerp allerlei aanpassingen noodzakelijk bleken. Daar is nu gekozen voor de arbitrageprocedure dat al onderdeel was van het contract. Een speciale dispute resolving taskforce buigt zich over het geschil rond tunneltechnische installaties en de meerkosten en doet een bindende uitspraak.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels