nieuws

Rotterdam blijkt nog een paar slagen te moeten maken

bouwbreed Premium

De aankomend directeur van bouwbedrijf Janssen de Jong heeft in de tien jaar dat hij het Havenbedrijf Rotterdam leidde, flink gescoord.

S mits blikt tevreden terug op de forse groei van de overslag (met 35 procent ten opzichte van 2003) en een nog grotere groei van de omzet (met 50 procent). Verder stortte hij zich met overgave op de taak om het bedrijf verder te ontwikkelen tot een goedlopende, ondernemende organisatie. Een die de fors toegenomen activiteit in de haven faciliteert met 10 procent minder mensen dan in 2003.

Beleefd haast hij zich zijn eigen rol te relativeren. De toegenomen slagvaardigheid is, verklaart hij, voor een belangrijk deel te danken aan de verzelfstandiging van het havenbedrijf. Veel verdiensten schrijft hij daarnaast toe aan de mensen met wie hij heeft samengewerkt.

Voor een select gezelschap genodigden blikt hij op het verleden, heden en toekomst van het havenbedrijf. De gasten zijn aangetreden voor de uitreiking van de Van Oldenbarneveltpenning door burgemeester Aboutaleb. Onder hen veel prominenten uit het Rotterdamse. Bijvoorbeeld de oud-premiers Lubbers en Balkenende. De voormalige burgemeesters Bram Peper en Ivo Opstelten zijn ook van de partij.

Topman Eric Krul van Janssen de Jong en zijn echtgenote zorgen voor een Brabantse inbreng. Hans Smits neemt op 1 februari het stokje van Krul over. Deze overstap is voor sommigen misschien een verrassing, onderkent hij, maar voor hemzelf helemaal niet. Smits is al heel lang betrokken bij dit bedrijf uit Son en Breugel. Zowel in de rol van commissaris als van aandeelhouder.

Toekomst

Over de toekomst van het havenbedrijf is hij optimistisch, maar nieuwe maatregelen zijn volgens hem nodig om Rotterdam en zijn havens nog beter van elkaar te laten profiteren. “Als je kijkt naar de omvang van de haven, dan is duidelijk dat meer hieraan gerelateerde kantooractiviteiten in Rotterdam zouden kunnen zitten. “Dat dit nu onvoldoende lukt komt doordat de slogan World Port City ten spijt, Rotterdam geen wereldstad is. Niet als het gaat om wonen, cultuur, recreatie, winkelen. Daaraan kun je werken.”

Hij rekent verder op nieuwe slagen op het gebied van technisch onderwijs, innovatie en duurzame ontwikkeling, dat laatste vooral ook als verdienmodel. Naar het voorbeeld van het Energieakkoord zou hij op meer terreinen dit soort breedgedragen nationale afspraken willen zien. Zo toont hij zich uiteindelijk toch bezorgd. Omdat volgens hem in Nederland, en in Europa, het gevoel van urgentie ontbreekt voor dit soort zaken.

Reageer op dit artikel