nieuws

Installateurs lopen relatief vaak vertragingsschade op

bouwbreed Premium

Installateurs lopen de meeste vertragingsschade op. Oorzaak is vaak de te strakke planning in de korte tijd die de installateur rest voor zijn aandeel in het bouwproces.

E- en W-aannemers kampen volgens Arno Jacobs van Rozemond Advocaten relatief vaak met urenoverschrijdingen en minder productieve uren, omdat veel tijd opgaat aan wijzigingen en afstemming. De tunnelprojecten A2-Roermond, de Utrechtse landtunnel en de Noord-Zuidlijn zijn spraakmakende voorbeelden van gewijzigde inzichten en afstemmingsproblemen.

Beslissingen over installaties hebben per definitie een ‘volgend’ karakter, ze zijn afhankelijk van constructies en keuzes die eerder in het bouwproces zijn gemaakt. Dat de beoogde – vaak in bestek voorgeschreven – installaties daar vaak niet bij passen is eerder regel dan uitzondering. Aanpassingen zijn dan onvermijdelijk, maar kosten veel extra tijd en moeite. Dat levert dus vertraging op.

Belangenvereniging Uneto-VNI herkent en deelt de conclusies van Jacobs. “Het zou helpen als installateurs het ontwerp veel eerder onder ogen zouden krijgen en in een vroeg stadium bij het bouwproces zouden worden betrokken. Dat is bij traditionele contracten echter zelden de praktijk”, voegt Dick Reijman van de branchevereniging daaraan toe.

De advocaat, die een praktijkboek schreef over het fenomeen bouwvertraging, adviseert installateurs extra goed te letten op gegevensver­strekking, coördinatie en planningswijzigingen.

Reageer op dit artikel