nieuws

‘Duitse markt is prima uitwijkhaven’

bouwbreed

“We hebben duur leergeld betaald en zullen nog zeker fouten maken, maar het is goed werken in Duitsland’’, weet Henry Hegeman (58), directeur van WBC Bouwgroep uit Winterswijk inmiddels uit eigen ervaring. ‘‘Het aanbod is groot en het is de kunst om er de mooie en winstgevende projecten uit te pikken en uit te bouwen.”

WBC haalt nu zo’n 10 à 15 procent van de omzet uit het buurland Duitsland en directeur Hegeman verwacht dat dit in 2016 tot zo’n 25 procent zal stijgen: “Zolang de Nederlandse bouwmarkt op slot zit, is de Duitse markt een prima uitwijkhaven. Maar ook als het in ons eigen land beter wordt, willen we in heel Duitsland actief blijven. Het is een belangrijke markt voor ons.”

WBC is een klassiek aannemersbedrijf dat zich richt op woning- en utiliteitsbouw. Hegeman is sinds eind jaren tachtig directeur/eigenaar en maakte hoge pieken en diepe dalen mee. Ook WBC moest onlangs mensen ontslaan om te overleven. Na de saneringen werken er 150 fte’s bij de verschillende vestigingen in Nederland en Duitsland. Hegeman: “Gelukkig zit de agenda voor 2014 vol, maar wat 2015 brengt, is onzeker. Daarom is de Duitse markt zo belangrijk voor ons.”

WBC is in Nederland gewend hoofdaannemer te zijn van spraakmakende bouwprojecten. “Mooie projecten”, noemt Hegeman dat en dan denkt hij onder meer aan de nieuwbouw van het Louwman museum in Den Haag, het Onderwijspark Ezinge in Meppel, het Castellum in Utrecht of het Olympisch Trainings Centrum in Amstelveen: “Als we zulke mooie dingen ook in Duitsland mogen bouwen… We concentreren ons daar nu vooral op woningbouw en we doen ook veel Duitse winkels. Je merkt dagelijks het verschil tussen Duitsers en Nederlanders in de bouw. Als er in het bestek ‘een TÜV-deur’ staat, dan kun je dus geen KOMO-deur gebruiken. Ook al is die misschien beter. Dat gáát dus gewoon niet, want er staat tenslotte: een ‘TÜV-deur’.”

Regels

Hegeman lacht er om, maar hij vervolgt ernstig: “Dat gedonder op de nieuwe Flughafen Berlin (waar de bouwkosten en bouwtijd volledig uit de hand lopen, red) ontstaat niet voor niets: de brandweer acht het pand daar niet brandveilig. Punt! Geen discussie, zoals bij ons, maar zo zijn de regels en klaar uit. Wij zijn van het polderen, maar daar hebben we duur leergeld mee betaald. Gelukkig is het léérgeld, want ik ben dankzij Duitsland in onze eigen organisatie ook strakker en strikter geworden. ‘Wer schreibt, der bleibt,’ heb ik geleerd en dus leggen we hier veel meer dingen op papier vast en dat werkt wel prettiger, moet ik zeggen.”

Aanpak

Hegeman weet ook waar de Nederlandse aanpak wél het verschil maakt: “Ze kennen ons om onze inkoop en logistiek, maar vooral vanwege de flexibiliteit en het teamwork. O p inkoop valt er voor ons nu weinig te verdienen. De Duitse bouwmarkt is gespannen en de prijzen zijn hoog. Ze vragen wat ze willen. Dat is lastig, want je kunt bouwmaterialen ook weer niet vanuit Winterswijk meeslepen. Dat is duur en bovendien: veel bouwmaterialen komen juist uit Duitsland. Ook logistiek hebben de Duitsers de laatste tijd veel bijgeleerd. De tijd dat onderaannemers netjes op elkaar moesten wachten, is daar ook voorbij. Het staat daar ook niet stil, hoor.”

Om de typisch Hollandse flexibiliteit te behouden en te benutten gaat WBC daarom steeds minder vanuit Duitsland werken. Hegeman: “Ten Brinke in Varsseveld is een voorbeeld voor ons, maar dat bedrijf is bijna helemaal Duits geworden. Dat wil ik niet. Ik wil ook geen half Duits, half Nederlands bedrijf zijn. We zijn een Nederlands bedrijf dat de weg in Duitsland goed kent. Dat kunnen we omdat we goede Duitsers in dienst hebben die juridisch en qua inlezen in een project de weg kennen. Maar we moeten Nederlands blijven.

Daarom gaan we steeds meer vanuit Winterswijk werken en minder vanuit onze Duitse vestiging. En iedereen moet Nederlands spreken. Daar bieden we cursussenvoor aan. Zoals onze Nederlanders overigens ook goed technisch Duits moeten spreken.”

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels