nieuws

‘Zowel markt als opdrachtgevers zijn gebaat bij voorspelbaar gedrag’

bouwbreed

“Wij proberen een betrouwbare partner te zijn die sámen met de markt wil werken.” Daarnaast gunt Rijkswaterstaat zelden op de laagste prijs en geeft relatief veel ruimte voor een eigen invulling.

Die aanpak zorgde ervoor dat Rijkswaterstaat er met kop en schouders boven uitstak bij het onderzoek ‘Langs de meetlat’ naar ruim 3000 bouwopdrachten van het Aanbestedingsinstituut. Zorgvuldige eisen, moderne contractvormen (88 procent) en bij 84 procent wordt gegund op basis van emvi (economisch meest voordelige inschrijving).

Op die punten steekt de opdrachtgever positief af bij veel gemeenten, provincies en waterschappen waarbij nog driekwart van de veelal klassieke contracten op laagste prijs wordt gegund. Wat kunnen andere aanbestedende diensten daarvan leren, was de vraag die inkoopdirecteuren Roger Mol (grote projecten en onderhoud), Wim Anemaat (programma’s, projecten en onderhoud) en Ton van der Veen (centrale informatie voorziening) kregen voorgeschoteld. Alle gww-projecten hebben namelijk te maken met een omgeving, hinder, een planning en budget.

Elkaar serieus nemen en elkaar kennen zijn daarbij belangrijke uitgangspunten, maar met elkaar in gesprek blijven – “ook als het moeilijk wordt” – is minimaal even belangrijk, weten de directeuren zeker. Ze zijn zich bewust van hun positie van koploper en toonaangevend opdrachtgever, maar benadrukken dat ook bij Rijkswaterstaat nog altijd veel wordt geleerd en de strategie nog regelmatig wordt bijgesteld. “De basisvraag bij elke nieuwe opdracht is: ‘Wat wil je bereiken?’ De markt wil graag dat we voorspelbaar zijn. En daar zijn opdrachtgevers zelf ook bij gebaat, want dan krijg je de meeste waar voor je geld”, schetst Roger Mol. De heren zijn het eens dat ook Rijkswaterstaat niet altijd even uniform optreedt en voorspelbaar gedrag vertoont. “We willen blijven leren van de markt en samen met bedrijven projecten tot een goed einde leiden. Dat begint met een eenduidig contractenbuffet en een duidelijke strategie, zodat de markt kan inschatten wat wanneer gaat gebeuren”, vult Anemaat aan. De ervaring leert dat bedrijven wel aan de bel trekken als iets misgaat tijdens projecten, maar zelden het gesprek aangaan over de grote lijnen en het abstracte kader. De directeuren bezweren dat ze ook daar graag een luisterend oor willen bieden, want ook al zijn ze gepast trots op de pluim van het Aanbestedingsinstituut, “het kan altijd beter. Het is een valkuil om je alwetend op te stellen.”

De directeuren beseffen dat ze met een inkoopvolume van jaarlijks ruim 3 miljard euro relatief makkelijk een professionele organisatie kunnen optuigen. Mega-projecten als de A15 Maasvlakte-Vaanplein, Tweede Coentunnel en de wegverbredingen tussen Schiphol en Almere trekken daarbij de meeste aandacht. De grote projecten met bijbehorende ingewikkelde dbfm-contracten springen het meest in het oog, maar de focus verschuift ook naar onderhoud en betere benutting. Daarbij is bewust bijna altijd sprake van meerjarige contracten waarbij een langjarige samenwerking en met ruimte in de planningen worden nagestreefd. Tegelijk bespeuren de inkoopexperts een trend om de markt steeds vroeger bij het inkoopproces te betrekken. De Brouwersdam, de A58 en Afsluitdijk zijn daar enkele voorbeelden van.

Samenwerkingsverbanden

Rijkswaterstaat heeft als invulling van de verdere professionalisering sinds dit voorjaar vier inkoopdomeinen en vijf inkoopdirecteuren (twee voor gww-projecten). “Ook gemeenten vinden elkaar steeds vaker in samenwerkingsverbanden en waterschappen maken eveneens grote stappen. Je moet vooral contracten kiezen die passen bij de omvang en de focus van je eigen organisatie. Let wel op, want vooral de mate van samenwerking en niet alleen de contractvorm is leidend voor een succesvol project”, benadrukt Van der Veen.

De nieuwe Aanbestedingswet met de bijbehorende proportionaliteitsgids is een prima uitgangspunt om enige structuur te brengen in de wirwar van bouwopdrachten, al heeft de wet bij Rijkswaterstaat niet geleid tot een nieuwe inkoopstrategie. Uitgangspunt blijft behoud van concurrentie, prijs/kwaliteit en lage transactiekosten. De opdrachtgever blijft klussen clusteren tot logische opdrachten, tot grote ergernis van MKB Infra.

“Een heel groot deel van onze opdrachten komt direct of indirect terecht bij het midden- en kleinbedrijf. En efficiency en kosten zijn daarbij belangrijke afwegingen, maar minimaal even belangrijk is dat daarbinnen speelruimte voor de markt ontstaat om te schuiven en optimaliseren”, pareren de inkoopexperts de kritiek dat Rijkswaterstaat geen oog heeft voor mkb-bedrijven.

Een uitvloeisel van de wet is wel een nieuw klachtenloket, waar bedrijven bezwaren kunnen uiten over concrete aanbestedingen. Inmiddels is een handvol grieven binnengekomen, die allemaal zijn afgehandeld, zonder de volgende stap van een formele klacht bij de commissie van aanbestedingsexperts.

De directeuren beschouwen het als onvermijdelijk dat procedures een enkele keer uitmonden in juridische gevechten. “Liever niet, maar we gaan een kort geding niet koste wat het kost uit de weg.” Al mondt slechts een klein percentage van de aanbestedingen uit in een rechtszaak. De gunning van de Zuid-Willemsvaart werd bijvoorbeeld aangevochten en bij de Tweede Coentunnel en Combitunnel Nijverdal sleepten jarenlang een geschil over het meerwerk van de tunneltechnische installaties.

Rijkswaterstaat probeert wel zoveel mogelijk vechtcontracten te voorkomen, waarbij de partijen de mazen in de contracten gebruiken om meerwerk te claimen. Om die reden kiest de opdrachtgever bijna uitsluitend voor emvi, de combinatie van prijs met kwaliteitscriteria, bij de gunning. Dat betekent niet dat daarna nog een discussie over meerwerk uitblijft. De inkoopexperts besluiten: “De klank van meerwerk is negatief omdat de rekening hoger uitvalt, maar bij onverwachte tegenvallers, nieuwe regels of gewijzigde inzichten is het niet meer dan normaal om extra kosten te betalen. Trouwens, soms is ook sprake van minderwerk.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels