nieuws

CUR-100 leidend bij Waterliniemuseum

bouwbreed

Edo Beerda Alles is van beton en niets is recht in het nieuwe Nationaal Waterlinie Museum. Zelfs de enorme maquette van de roemruchte Hollandse Waterlinie wordt uitgevoerd in roestbruin, uitwaaierend schoonbeton. Bekistingstechnisch een klus om de vingers bij af te likken.

CUR-Aanbeveling 100 voor specificatie en beoordeling van schoon beton wordt grondig herzien. Belangrijkste vernieuwing is een derde oppervlakteklasse: klasse B9 voor oppervlakken met andere texturen, zoals in het Nationaal Waterlinie Museum.

De CUR-100, waarbij betonspecialist Henk Oude Kempers sinds 2004 nauw betrokken is, zorgde destijds voor de nodige controverse. In de aanbeveling stonden richtlijnen over de gewenste grijstint, oppervlaktestructuur, uitvoeringsdetails en borging van kwaliteit. Toen bestekken op de markt kwamen met CUR-100 als leidraad, bleek het bouwbedrijven en betonindustrie moeite te kosten daaraan te voldoen. “De praktijkervaring die we hebben opgedaan, is verwerkt in de herziening”, zegt Oude Kemphuis, die opnieuw voorzitter is.

Waar mogelijk is de richtlijn vereenvoudigd. Voortaan zijn klassen B1 (maximaal haalbaar voor in het werk gestort beton) en B2 (maximaal haalbaar voor prefab beton) toegespitst op niet geprofileerd bekist oppervlak. Voor klasse B1 komt er een onderscheid tussen eisen voor civiele en niet-civiele werken: aan bijvoorbeeld een windscherm worden minder zware eisen gesteld dan aan een bankgebouw of villa. Klasse B9 is toegevoegd voor oppervlakken met een profiel, kleur of textuur. De CUR-Grijsschaal is aangepast. Lichte tinten zijn toegevoegd, de donkerste zijn vervallen.

Het document is eind 2013 gereed.

Aannemer Heijmans Civiel is nog maar net begonnen, de bekistingen voor de eerste gekromde wanden worden gesteld. Maar twee eerder gemaakte mock-ups geven al een goed beeld van wat de bouwers te wachten staat. De proefstukken zijn gestort in een bekisting die is vervaardigd met behulp van een frame van panlatten met daarop vastgeniet 4 millimeter dunne, gebogen multiplexplaat. “Na ontkisten en in de afbouwfase worden de zichtvlakken licht gestraald om het effect te bereiken dat de architect wenst. Dan worden ook mogelijke verkleuringen zoals witte kalkuitbloei teruggedrongen”, zegt schoonbetonspecialist Henk Oude Kempers, die het betonwerk begeleidt namens architect Anne Holtrop en opdrachtgever provincie Utrecht (speciale projecten). Bijzonderheid is dat niet een bestek, maar de mock-ups en de CUR 100-specificaties voor schoonbeton de belangrijkste leidraad en juridische onderlegger zijn bij het project. Voor CUR-100 commissievoorzitter Oude Kempers een opsteker. “Dit onderstreept nog eens dat de CUR-100 Nederland mooier maakt.” Het betonwerk in Bunnik zou onder een nieuwe oppervlakteklasse vallen: B9. Er komt namelijk een herziening van de CUR-100 (zie kader).

Antiekbruin

Het Nationaal Waterlinie Museum is gewijd aan het systeem van inundaties waarmee Nederland zich door de eeuwen heen tegen indringers heeft beschermd. Lodewijk XIV bijvoorbeeld die in het rampjaar Holland wilde veroveren, zag zijn opmars gestuit doordat een gebied tussen Woerden en Muiden onder water was gezet. Op plaatsen waar het water de vijand niet kon tegenhouden, stonden forten. Fort Vechten, waarin de nieuwbouw verrijst, is er één van.

Aangezien in later tijden betonnen bunkers werden toegevoegd – de waterlinie is in 1940 nog tegen de Duitsers gebruikt – wilde de provincie een betonnen nieuwbouw. Maar dan wel beton dat aan speciale eisen zou voldoen: bruut ogend zoals bij een bunker, en ‘antiekbruin’ van kleur. Bijzonder detail in de nieuwbouw is een 50 meter lange maquette van de Nieuwe Hollandse Waterlinie in de bodem van de centraal gelegen, diep uitgegraven patio. Die gelaagde en grillig gevormde constructie wordt net als de rest van het gebouw volledig in schoonbeton uitgevoerd. Kinderen kunnen daarin straks op een schaal van 1 op 20 zelf het gebied onder water zetten dat inmiddels op de voorlopige Unesco-werelderfgoedlijst staat. Dat gebeurt met behulp van een systeem van afsluiters en kranen dat in de maquette is opgenomen. Er moeten diverse leidingen voor worden meegestort. Net als alle bekisting van de wanden worden die van de maquette in de bekistingsfabriek gemaakt. Een secuur werkje, want de maquette bevat rivieren, dijken, sluizen en forten.

Bij een bunkeruitstraling hoort een betonwand waarin de kistranden nog zichtbaar zijn. De architect wilde aanvankelijk bij het storten van de 8 meter hoge wanden telkens wat beton over de kist laten lopen, alvorens de volgende kist te plaatsen. Maar het bleek moeilijk dat gecontroleerd uit te voeren. Oude Kempers: “Je kunt de kist niet een beetje openzetten.” Overleg met de bekistingenafdeling van Heijmans leidde uiteindelijk tot de ontwikkeling van een kist, waarmee een deel van de draaiende en uitwaaierende betonwanden in één keer zijn te storten. Daarin is een lijnenspel opgenomen dat oogt als de sluitnaden van een bekistingen. De hoogste wanden worden in drieën gestort, stortnaden ogen hier identiek aan de aangebrachte belijning. Het was een van de elf details die nauwkeurig zijn uitgewerkt tijdens vijf maanden proefstorten. Bevindingen over zaken als het patroon van centerpennen en nietjes, verticale plaatnaden en scherpe hoeken zijn allemaal vastgelegd op foto. Die fungeren als onderlegger, samen met de circa tien pagina’s specificaties en tekeningen van de architect en de CUR-100 aanbeveling. Heijmans heeft de werkmethoden uitgewerkt in verschillende werkplannen.

Anne Holtrop wilde eerst zwart beton, maar koos uiteindelijk voor bruin: witte verkleuringen die ontstaan door uittredende kalk, vallen daardoor minder op. Het beton, met Scholz-pigment, bevat met het oog daarop ook een laag cementgehalte en veel fijne delen. Vlekken die toch optreden worden verwijderd door licht stralen met olivijnzand. Heijmans gebruikt traditioneel, mechanisch verdicht beton (C28/35). Maar wel met steenmeel als vulstof, om de fijne details er goed uit te krijgen.

Speciale kisten werden ontwikkeld voor het storten van een ‘sandwichwand’, met een sleuf aan de binnenzijde voor isolatiemateriaal. Die vormen de binnenwanden van het museum (50×60 meter). Erbovenop komen later 3 meter hoge kozijnen met gebogen glas. In het deels tweelaagse gebouw komen behalve tentoonstellingsruimtes ook televisieruimtes en een grote vergaderzaal.

Net als het bestaande Fort Vechten wordt het Waterlinie-museum na voltooiing (voorjaar 2015) bedekt met een aardelaag. Maar er blijft genoeg schoonbeton zichtbaar. Met ruwe randen, maar wel precies zoals bedacht. Oude Kempers: “Mooier kan het niet. Het is allemaal een kwestie van goede voorbereiding.”

CUR-100

herzien

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels