nieuws

Andere koers Rijkswaterstaat: nieuwe spelregels

bouwbreed

Jan Hendrik Dronkers, directeur-generaal van Rijkswaterstaat, hield een maand geleden in deze krant een vurig pleidooi voor co-creatie, een nieuwe verhouding tussen opdrachtgevers en opdrachtnemers. Die manier van samenwerken moet leiden tot slimmere, betere, creatievere oplossingen. Maar het huidige contractenbuffet blijft ongewijzigd, dus wat verandert er nu eigenlijk in de verhouding?

Rijkswaterstaat is in de gww-sector een zeer voorname opdrachtgever die voor een constante stroom aan opdrachten zorgt. Ze is sinds een aantal jaren ook de belangrijkste partij als het gaat om nieuwe verhoudingen tussen opdrachtgevers en opdrachtnemers. Dat komt met name tot uitdrukking in de toepassing van geïntegreerde contractvormen, zoals d&c. Samen met die verandering werden ook andere methoden en instrumenten ontwikkeld en toegepast, zoals systeemgerichte contractbeheersing (SCB, gebaseerd op de toetsing- en acceptatiemethodiek uit de UAV-GC) en best value procurement .

Ook op het gebied van system engineering is Rijkswaterstaat een van de trekkers in Nederland. De bedoeling achter al deze ontwikkelingen was een koerswijziging in haar verhouding tot de markt. Van een zeer inhoudelijk (technisch-) betrokken opdrachtgever wilde Rijkswaterstaat naar een positie op afstand, waarin het credo “de markt, tenzij” het leitmotif werd. Ze is daarmee een voorbeeld voor veel andere, kleinere opdrachtgevers die ook een voordeel zien in deze trend, waarbij ze meer aan de markt overlaten.

Dronkers kondigt in zijn stuk aan dat medewerkers van verschillende partijen binnenkort bij elkaars organisaties gaan werken. Dat is niet echt nieuw, het is al eerder bedacht en toegepast. Bijvoorbeeld binnen de leergang Baanbrekers – ondersteund door Rijkswaterstaat – waar deelnemers intensief met elkaar, gedurende zeven maanden, discussiëren en initiatieven ontwikkelen, ter verbetering van de onderlinge verhoudingen.

Taakverdeling

Die andere, meer afstandelijke verhouding naar de markt werd vooral duidelijk in de contractvorm. Een geïntegreerd contract (zoals d&c) bundelt niet alleen ontwerp en uitvoering in één hand, maar verandert ook de onderlinge rol- en taakverdeling.

Juridisch verschuift de verantwoordelijkheid in grote mate naar de opdrachtnemer, in vergelijking met een traditionele rolverdeling. De set aan spelregels die daarvoor het meest wordt gehanteerd, is de UAV-GC.

In theorie is het daarmee goed geregeld, maar de praktijk is weerbarstig. Zeker bij de eerste projecten met een geïntegreerde contractvorm moesten beide partijen erg wennen aan de nieuwe verhoudingen. Rijkswaterstaat moest afblijven van de techniek en mocht alleen nog sturen op het proces. De opdrachtnemer moest zijn eigen kwaliteitsborging organiseren en had nauwelijks nog inhoudelijke discussies met zijn opdrachtgever. Inmiddels zijn partijen meer gewend aan de andere verhouding en lopen bouwprojecten beter, ook bij een d&c-contractvorm.

Maar als een project moeizaam gaat, ligt dat meestal niet aan de contractvorm, maar aan de manier waarop partijen anders werken dan de bedoeling is. Op papier is het helder beschreven, maar de projectteams hebben een verschillende perceptie van het contract of zijn zich niet bewust van hun rol en verantwoordelijkheid. In dit soort gevallen wordt duidelijk dat er geen verschil moet zitten tussen de veronderstelde verhouding zoals die in het contract beschreven is en de manier waarop beide partijen dat in de praktijk brengen.

En als Rijkswaterstaat toe wil naar een andere rol, een andere verhouding met haar partners, maar daarentegen de huidige contracten niet aanpast, is het bovenstaande risico levensgroot aanwezig. Dronkers wil samenwerken, afdalen uit de ivoren toren en niet langer opereren vanuit een regisseursrol. Dat impliceert de inbreng van eigen kennis, ervaring en invloed in het project, maar dat strookt niet met de formele rolverdeling zoals in een geïntegreerd contract. Want wie is er dan (eind-) verantwoordelijk voor het ontwerp, wie maakt de ontwerpkeuzes en wie wordt verantwoordelijk voor de uitvoering?

De huidige geïntegreerde contracten schieten dan tekort. En aangezien het niet aannemelijk is dat Rijkswaterstaat weer volop gebruik wil gaan maken van traditionele contractvormen, is een discussie nodig over de juiste contractvorm. Een vorm die past bij de nieuwe rolverdeling, waarin opdrachtgever en opdrachtnemer samenwerken aan de projectdoelstelling, in plaats van het samen werken in een project.

Voorwaarden

Maar als de intentie werkelijk oprecht is, moet het ook mogelijk zijn om samen over de contractvorm na te denken. En dat geldt in de volle breedte, ook over de verhouding met adviseurs.

In dat verband zijn NLingenieurs en BNA al enige tijd bezig om te komen tot paritaire voorwaarden met hun opdrachtgevers. Ze streven daarbij naar een proces waarbij in onderlinge samenwerking gesproken wordt over contractbepalingen die evenwichtig zijn, en die uiteindelijk door beide partijen worden geaccepteerd.

Dat lijkt tegen de trend in te gaan, want in de praktijk zijn er juist steeds meer opdrachtgevers die eigen (inkoop-) voorwaarden ontwikkelen. Hierdoor ontstaat een woud aan contractvoorwaarden, hetgeen uiteindelijk voor niemand voordelig zal uitwerken.

De koersverandering die door Dronkers wordt ingezet, past uitstekend in het streven van beide brancheverenigingen, dus het moet niet moeilijk zijn om snel hierover concrete afspraken te maken. En met een goed contract als basis voor de samenwerking, zal de markt de ambitie van Dronkers ongetwijfeld met enthousiasme begroeten. Zoals Dronkers schrijft, alleen dan – in samenwerking – zullen we echt kunnen werken aan creatieve oplossingen voor onze uitdagende bouwprojecten.

Drs.ing. Jaap de Koning, Witteveen+Bos

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels