nieuws

Afghanistan is een broedplaats voor nieuwe bouwwijze

bouwbreed Premium

Met lege flessen en platgeslagen sappakken isoleerde Anne Feenstra woningen hoog in de Himalaya. Met de bijzondere design and built-variant die hij in Afghanistan ontwikkelde, realiseert de Nederlandse architect ook grote projecten.

Anne Feenstra is architect. In Afghanistan. Als hij dat vertelt vallen de monden van zijn gesprekspartners vaak open van verbazing. Want iedereen heeft de indruk dat in Afghanistan vooral wordt afgebroken in plaats van opgebouwd. Toch heeft de 46-jarige Fries, die in Delft bouwkunde studeerde, inmiddels een heel oeuvre opgebouwd in het woelige Afghanistan.

Dat oeuvre varieert van een grootscheepse verbouwing van het nationaal museum in Kabul en een aantal duurzame herbergjes hoog in de bergen van Bamyan, tot de bouw van een serie zwangerschapshuizen.

Duurzaamheid is de grootste gemene deler in al die projecten. Niet alleen vanwege de materiaalkeuze, waarbij hij op innovatieve manier met lokale materialen en technieken werkt. Ook Feenstra’s werkwijze is duurzaam. Met zijn bureau AFIR neemt hij de tijd voor projecten om intensieve relaties aan te gaan met de omgeving.

“We bedrijven een soort slow architecture” , vertelt de architect tijdens een interview op Schiphol. Hij is even over in Nederland voor een lezing en heeft direct na de landing een uurtje tijd. Zo vaak is hij niet in Nederland, dus er wacht hem een druk programma.

“Met AFIR hebben we een methode ontwikkeld die in Afghanistan, maar ook in andere landen waar we actief zijn heel goed blijkt te werken. Het is een extreme variant van de sign and built waarbij we als architect het liefst de lokale vaklieden direct aansturen en in onze opdracht laten werken. In Afghanistan betekent dat: veel thee drinken en amandelen eten en in dialoog onderzoeken wat wel en niet mogelijk is.”

> pagina 5: interview

Reageer op dit artikel