nieuws

Verticale kampong voor Jakarta vanaf Rotterdamse tekentafel

bouwbreed

De Indonesische hoofdstad Jakarta ruimt sloppenwijken op en vervangt ze door keurige modelwijkjes. Het is een operatie die niet zonder slag of stoot verloopt. Een Rotterdams architectenbureau draagt zijn steentje bij: een visdrogersbuurt krijgt een ‘verticale kampong’.

Muara Angke valt vooral op door zijn doordringende stank. Niet alleen ligt midden in de wijk in het altijd hete Noord-Jakarta een grote vuilnisbelt, eromheen zijn ook grootschalige visdrogerijen te vinden: honderdduizenden vissen liggen op 30 meter lange rekken in de zon. In deze omgeving werkt het Rotterdamse architectenbureau SHAU aan een plan om mensen uit omliggende krottenwijken te herhuisvesten. “De uitdaging is een eenvoudig gebouw te ontwerpen, maar wel met identiteit. Met een kampongstructuur als in de krottenwijk waar de bewoners vandaan komen, maar dan gestapeld. Kleinschalig, met gemengde functies en veel ontmoetingsmogelijkheden”, zegt Florian Heinzelmann (architectenbureau SHAU) terwijl hij door de tekeningen bladert.

Een groter contrast met de huidige ‘slums’ is nauwelijks denkbaar. Impressies tonen een kraakhelder wijkje van tien appartementenblokken met 660 wooneenheden van 30 vierkante meter. Uiteraard met stromend water en riolering, voorzieningen die nu ontbreken. De gebouwen zijn geschakeld (een “hofjestypologie”) en hebben in plaats van liften een spiraalvormige hellingbaan die van de begane grond naar het dak voert. Met winkeltjes en ontmoetingsruimtes op de begane grond en kriskras in het complex verspreid functies als een school, een dokterspost, gebedsruimtes en een bibliotheek. Kortom, een nieuwbouwcomplex dat lijkt op een kampong (= Indonesisch voor dorp) met zijn nauwe straatjes.

Projectontwikkelaar

Een eerste plan van SHAU om een grote visdrogerij te vervangen door nieuwbouw stuitte op felle tegenstand. Heinzelmann: “De vishandelaren die daar wonen beschouwen zichzelf helemaal niet als krottenwijkbewoners. Het zijn toch entrepreneurs.” Als alternatief is een opgespoten stuk binnenhaven aangewezen. Het idee is om daar dit jaar nog een eerste complex te bouwen. Met ertussen nog altijd ruimte voor visdrogerijen, want die willen de bewoners niet kwijt. Nadat de krottenwijkbewoners zijn verhuisd, kunnen hun golfplaathuisjes tegen de vlakte en ontstaat ruimte voor een volgende ‘verticale kampong’. Zo kan langzaam maar zeker de hele wijk van 70 hectare en pakweg 30.000 inwoners op een hoger niveau worden gebracht.

SHAU spreekt van sociale woningbouw, maar een grote projectontwikkelaar trekt het project. In het zeer gemengde gebied Muara Angke bouwde deze marktpartij eerder een Las Vegas-achtige buurt voor de rijken. Die maken graag ferrytripjes vanaf de pier in het vissersgebied. “Maar ze rijden er niet graag naartoe door een sloppenwijk”, vertelt Heinzelmann. “De gemeente heeft tegen de projectontwikkelaar gezegd: daar willen we best iets aan doen, maar dan moet je wel meebetalen in de vorm van maatschappelijk verantwoord ondernemen.” Zo heeft iedere partij zijn eigen belang.

Raar genoeg blijkt het overtuigen van de krottenwijkbewoners het lastigst. Het wantrouwen tegen het project is groot. Daarom is onderhandelaarster Pauline Boedianto (Shephard of Nations) ingeschakeld. Zij is al maanden ter plaatse in gesprek met toekomstige bewoners. Zij is in Nederland geboren, maar dankzij een Indonesische achtergrond de taal meester. Dat is nodig, want het is eieren lopen om visdrogers, vuilnissorteerders en ‘kampong-oudsten’ te overtuigen dat een verhuizing voor hen interessant is. In de krappe buurtjes leven hechte gemeenschappen. Er zijn zelfs al massale betogingen van gewapende burgers geweest, omdat bewoners gedwongen uitzetting vreesden. Behalve een stedenbouwkundig en ontwerptechnische opgave hebben de Rotterdammers dus ook een flinke kluif aan ‘social engineering’.

Wokkel

Super-de-luxe zijn de toekomstige appartementen niet. Voor SHAU is het de uitdaging het maximale te halen uit de bescheiden middelen die beschikbaar zijn. Dus: in plaats van liften een hellingbaan die als een wokkel omhoog draait rond een atrium. Die lijkt wat op een straatje in de huidige kampong en draagt door zijn open structuur bij aan ook bij aan de klimaatcontrole. Geld voor airconditioning is er niet, dus maakt het ontwerp gebruik van onderdruk die ontstaat doordat opstijgende lucht vanuit de atrium kan ontsnappen langs het dak. Via raampjes aan buitengevel en binnenstraat kunnen zo de woning worden doorgelucht. Ramen zijn luiken af te sluiten tegen direct zonlicht. SHAU heeft nog iets slims bedacht als klimaatbeheersing: een gevel die zichzelf schaduw geeft. Ze worden met baksteen in de simpele betonnen hoofddraagconstructie gemetseld, maar in een speciaal verband, met uitstekende delen. Daardoor ligt altijd een deel van de gevel in de schaduw. Bijkomend voordeel daarvan is dat een ‘bamboekleedjes’-patroon ontstaat. Daarmee voldoet het ontwerp aan de wens van het gemeentebestuur van een typisch Indonesisch tintje. Het dak krijgt een tuin met veel groen. Dat fungeert als openbaar park voor de bewoners, met mogelijkheden om groente te verbouwen, maar ook als waterbuffer. Dit met het oog op de overstromingen waarmee de miljoenenstad veel heeft te kampen.

Of de bewoners kunnen waarderen wat van de Rotterdamse tekentafel komt, moet in de komende maanden blijken.

Heinzelmann gaat ervan uit dat eind dit jaar de bouw van start gaat, een bouwer is al geselecteerd. “Wij hebben de plannen eindeloos bijgeschaafd naar aanleidingen van gesprekken met bewoners, maar één op één herhalen wat vanzelf is gegroeid is onmogelijk. Maar we komen met dit ‘verticale dorp’ aardig in de buurt.”n

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels