nieuws

Rijkswaterstaat daalt af uit zijn ivoren toren

bouwbreed Premium

Rijkswaterstaat wil zich niet langer beperken tot de rol van gww-opdrachtgever. De intentie van topman Dronkers is de ivoren toren te verlaten en samen met de markt verder te besparen.

Rijkswaterstaat zoekt meer samenwerking met de markt, ook gedurende de voorfase en de uitvoering. Het credo ‘Markt, tenzij’ verdwijnt in de prullenbak en maakt plaats voor co-creatie met slim samenwerken, slim koppelen en integraal aanpakken.

Topman Jan Hendrik Dronkers zette afgelopen woensdag zijn nieuwe strategie uiteen in Cobouw. Feitelijk is de boodschap richting gww-bouwers somber en moet meer werk met minder geld worden gedaan. Komende jaren verschuift het beschikbare budget steeds meer naar onderhoud en is steeds minder nieuwbouw nodig. Dronkers windt er geen doekjes om: “Samen gaan we werken aan een robuuste, duurzame infrastructuur tegen minimale kosten.”

Gelijktijdig wordt een andere grote stap gemaakt door afstand te nemen van de koers ‘Markt, tenzij’ die tot nu toe werd gevaren. Oud-topman Bert Keijts introduceerde de term in combinatie met een vergaande inkrimping van Rijkswaterstaat. Achterliggend idee was dat de dienst niet meer alle kennis en kunde zelf in huis hoefde te hebben. In rap tempo daalde het aantal ambtenaren van 12.000 naar 9000. Het integrale contract deed zijn intrede in de vorm van prestatiecontracten en voor nieuwbouw dbfm-contracten, waarbij Rijkswaterstaat op afstand regie voerde. Die praktijk werkte, maar niet zonder keerzijde.

De uitvoering van veel contracten verloopt moeizaam. Marktpartijen en opdrachtgever zitten regelmatig op verschillende golflengten en praten langs elkaar heen, als er al wordt gesproken. Het onderling vertrouwen groeit volgens Dronkers, maar de praktijk leert dat wantrouwen en ‘oud gedrag’ ook domineren.

De rol als opdrachtgever in een ivoren toren valt Rijkswaterstaat tegen. De samenwerking met de markt is verre van optimaal, niet in de laatste plaats omdat de opdrachtgever minimaal aanspreekbaar is tijdens de uitvoeringfase. Dronkers is het zat en wil “niet langer opereren in een regisseursrol achter de contractentafel”.

In de praktijk zal het contractenpalet van Rijkswaterstaat er niet drastisch ander uit komen te zien. Wat wel verandert is dat markt veel vaker al eerder wordt betrokken bij het meedenken naar een oplossing, dus ook nog ver voordat alle procedures zijn dichtgetimmerd. De basis van dbfm-contracten is al dat ontwerp, bouw en onderhoud bij de markt worden gelegd, maar de speelruimte is in de praktijk vaak bitter klein omdat het tracé al vastligt. Zo kwam BAM bij de Tweede Coentunnel met een veel slimmere en goedkopere oplossing, maar viel buiten de boot omdat dan alle procedures opnieuw zouden moeten worden doorlopen, wat een jaar tijdsverlies zou opleveren.

De speelruimte in de voorfase moet vanaf nu vaker beter worden benut, is nu de gedachte. Dronkers noemt de getijdecentrale in de Brouwersdam als voorbeeld van de gedachte om de markt in een vroegtijdig stadium te laten meedenken over de opties, maar ook over de bijpassende contractvorm. Iets minder vergaand is de ruimte die wordt geboden bij de Afsluitdijk en bij knooppunt Hoevelaken, maar ook daar kan de markt speelruimte pakken. Het is nog aan de markt om die kans te grijpen en dichter tegen de opdrachtgever aan te kruipen.

Reageer op dit artikel