nieuws

Puikewinstmarge geen garantie voor belegde boterham

bouwbreed Premium

Slechts een paar procent eenmanszaken in de bouw draait met verlies. Opvallend, vindt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Want de bouw staat toch in brand?

De kille cijfers laten niets aan duidelijkheid te wensen over. Van de in 2007 gestarte eenmanszaken boekt maar 1,5 procent geen winst. Kijk naar de handel. Daar schrijft in dezelfde categorie een op de vijf bedrijven rode cijfers. Volgens de berekeningen van het CBS slaagt maar liefst 98,5 procent van de sinds 2007 bestaande eenmansbedrijven in de bouw, bijna allemaal zelfstandigen zonder personeel, winst te behalen. De vlag kan uit.

“Meten is weten”, geldt bij wetenschappers als een geliefde uitspraak. Critici schermen liever met de zinsnede “cijfers liegen de waarheid”. Want maar al te vaak worden cijfers opgeteld om tot een gewenste uitkomst te komen. Of worden doorslaggevende elementen eenvoudig over het hoofd gezien. Zo explodeerde voor het CBS ooit de glastuinbouw in Twente omdat het aantal kassen verdrievoudigde. Waarschijnlijk van één naar drie. Terwijl toch echt veel meer dynamiek waar te nemen was in de gelouterde tuinbouwgebieden in het westen van het land.

Het bericht over de krachtige eenmansbedrijven in de bouw baseert zich op de behaalde winstmarges. Daarbij is de winst afgezet tegen de omzet. De optimistische waarheid dat vrijwel alle eenmansbedrijven winst draaien zegt daarmee niets over de hoogte van het inkomen. Ook wie nog geen droog brood verdient, kan immers bij zijn bedrijfsactiviteiten best meer inkomsten hebben dan uitgaven.

“Klopt”, geeft hoofdeconoom Pieter Hein van Mulligen van het CBS toe. “We h ebben niet gekeken naar de hoogte van de inkomsten. Wie per jaar 10.000 euro verdient en 2000 euro aan kosten uitgeeft, heeft in onze cijfers een hoge winstmarge. Een bedrag van 8000 euro is natuurlijk niet veel om van te leven.”

Hoewel zzp’ers maar al te vaak de nieuwe armen genoemd worden – ook bij geringe inkomsten vertikken ze failliet te gaan – denkt Van Mulligen dat in de bouw iets anders aan de hand is. “In veel gevallen lijkt sprake van een verkapte verhouding van werknemer tot werkgever. Oud-medewerkers zijn als zelfstandige gaan werken en functioneren als een flexibele schil rond de bedrijven. Mensen in die situatie behalen een puike winstmarge.” Als verklaring voor de goede winstcijfers noemt het CBS ook dat in slechte tijden de onderhoudswerkzaamheden gewoon doorgaan.

Veel gecijfer, maar wat zijn nu de feitelijke inkomsten van de eenmansbedrijven. En hoe groot is de groep die nauwelijks rond kan komen? Welke rol spelen de onderhoudswerkzaamheden – die in crisistijd juist vaak uitgesteld worden – en hoeveel eenmansbedrijven zijn feitelijk in vaste dienst? Mooie winstmarges zijn geen garantie voor een belegde boterham.

Reageer op dit artikel