nieuws

Getijdecentrale in Brouwersdam kent alleen maar voordelen

bouwbreed

Door de Brouwersdam open te breken ontstaat ruimte voor de eerste getijdecentrale in Nederland. Turbines die stroom opwekken over een lengte van 800 meter, leveren met een beperkte bijdrage van het Rijk een rendement van 4 procent op jaarbasis. De capaciteit van de getijdecentrale is vergelijkbaar met twintig windmolens.

Een combinatie met windmolens boven op de dijk is een optie om nog extra groene energie te leveren. Maar het is aan de marktpartijen om met ideeën te komen om de mogelijkheden van de dam optimaal te benutten.

De inzet is om via een publiek-private samenwerking tot een optimale prijs-kwaliteitsverhouding te komen. De ‘blauwe’ en ‘groene’ elektriciteit brengen namelijk geld in het laatje. Dat geldt ook voor extra recreatievoorzieningen, mogelijk in combinatie met een jachthaven. Bijkomend voordeel van een getijdecentrale is dat de turbines bij hoog water ook water kunnen pompen en daarmee meteen het gebied rond de Drechtsteden extra veilig maken. Het waterpeil zou daar met 10 centimeter extra kunnen zakken, maar dan is wel ook een doorsteek nodig richting de Grevelingendam.

De Brouwersdam is op zich in prima staat, maar de waterkwaliteit in het Grevelingenmeer laat te wensen over. Het meer achter de dam is door het gebrek aan eb en vloed in de diepe delen zuurstofarm en daardoor weinig aantrekkelijk voor flora en fauna. De dam doorsteken en weer ruimte creëren voor het getij is een oplossing, maar kan goedkoper uitvallen in combinatie met andere ontwikkelingen. In principe is sprake van een afsluitbare doorlaat, want de dam mag zijn functie als primaire waterkering niet verliezen.

Een getijdecentrale zou daar verandering in moeten brengen en zorgt voor schommelingen tot een halve meter. Aan de kant van de Noordzee is dat overigens ongeveer 2 meter.

“Een getijdecentrale zou ook een geweldige stimulans zijn voor de topsector water en de uitstraling internationaal. Het zou de eerste laagvervalgetijdecentrale ter wereld worden. Exemplarisch voor modern water- en dijkenbeheer”, droomt projectdirecteur Ben Spiering alvast. Een droom waarvan de bouw uiterlijk in 2018 is voorzien en in 2020 in werking moet zijn.

Uitdrukkelijk wordt de kennis in de markt betrokken bij de het vormgeven van het project. De projectdirecteur concentreert zich daarbij op drie kernvragen: Hoe is de business case te verbeteren? Welke randvoorwaarden van de overheid zijn nodig voor een succesvol project? En wat is de meest optimale uitvraag of marktorganisatievorm?

Zuid-Holland, Zeeland, Goeree-Overflakkee, Schouwen-Duiveland en Rijkswaterstaat hebben de handen ineengeslagen om het project op te zetten. Bedoeling is om zo min mogelijk belastinggeld te gebruiken. Daarvoor zijn de overheden op zoek naar private partners bij het uitwerken en richting geven.

Verschillende varianten

“We willen van de markt horen wat zij een geschikte manier vinden om het project te organiseren, welke vorm functioneel is voor deze uitdaging. En vindt de markt dat we het project wel moeten aanbesteden? In de praktijk zie je ook verschillende varianten. De Westerschelde-oeververbinding is bijvoorbeeld een overheids-nv, maar ook een dbfmo-contract of een partnering -constructie zoals Terminal 5 bij Heathrow zijn opties die nog openliggen”, aldus Spiering.

Het ligt voor de hand om een alliantie aan te gaan met energiebedrijven en/of pensioenfondsen en andere private financiers. Die eisen echter een hoger rendement dan de 4 procent die voorlopig op tafel ligt en dus is de eerste prangende vraag hoe dat rendement verder omhoog kan worden gebracht. “Het aardige is dat daar nu eens geen pasklaar antwoord op is geformuleerd, maar die vraag nu juist bij de markt wordt gelegd.” Het is de bedoeling om medio 2014 de structuurvisie Grevelingen/Volkerak-Zoommeer en de Deltabeslissing vast te stellen met daarin beslissingen over wel of niet getij, getijdecentrale en/of waterberging. “Het is belangrijk om dan pasklare antwoorden vanuit de markt paraat te hebben over bijvoorbeeld de haalbaarheid van zo’n centrale.”

Omdat nog nooit een getijdecentrale is gebouwd bij een dam met een relatief laag getij, wordt eerst een testlocatie bij de Flakkeese Spuisluis ingericht. Het streven is die begin 2015 op te leveren. Er is wel een testlocatie in Schotland, maar daar zijn de omstandigheden ruiger en zijn alle beschikbare aansluitingen de komende jaren volgeboekt, weet Leo van der Klip van de provincie Zeeland te vertellen. “Hier kun je onder gematigde omstandigheden testen op de werking, visvriendelijkheid en de capaciteit om energie op te wekken.” Daarbij zal vooral worden gekeken naar het gebruik van bulbturbines en de meer innovatieve sifonoplossing met luchtturbines.

Getijdecentrale

Opdrachtgevers: Rijkswaterstaat, Zuid-Holland, Zeeland, Goeree-Overflakkee, Schouwen-Duiveland

Vermogen: 60 megawatt

Status project: Marktconsultatie

Contractvorm: pps

Investering: 200-450 miljoen euro

Beoogde start bouw: 2018

Oplevering: 2020

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels