nieuws

‘De overheid koopt geen baksteen in’

bouwbreed

Een machtsstrijd tussen twee Europese departementen. Wisselende ambtenaren die niet weten wat het begrip duurzaamheid in de gebouwde omgeving inhoudt. Dat ligt ten grondslag aan de “grote vergissing” die Europa nu dreigt te begaan, reageert Chris Hamans, oud-voorzitter van de werkgroep duurzaamheid van de Europese koepel van bouwproducenten: “Niemand lijkt nog te weten wat de Europese Commissie in 2005 met de bouwindustrie heeft afgesproken.”

Europa wil een nieuw systeem voor duurzaamheid introduceren: de milieuprestaties van alle producten, van zeepje tot televisies en van kraan tot baksteen, moeten transparant zijn en met elkaar vergeleken kunnen worden. Het klinkt best logisch, maar zo denkt de gemiddelde bouwfabrikant er zeker niet over. In Nederland, maar ook in andere landen, wordt het kantoorgebouw beschouwd als eindproduct en niet de gipsplaat of de kalkzandsteen. En dus is het volgens hen veel logischer dat je de prestaties op gebouwniveau beoordeelt in plaats van de prestaties van de losse onderdeeltjes.

Het is al veel meer dan een principekwestie. Nederlandse toeleveranciers investeerden in de afgelopen jaren tienduizenden euro’s in milieurelevante productinformatie en een Nationale Milieudatabase. In Europees verband zijn er volgens Hamans inmiddels meer dan drieduizend milieuverklaringen in tachtig productgroepen beschikbaar op basis van bepalingsmethoden die in de afgelopen jaren zijn ontwikkeld. Fabrikanten vrezen dat die investeringen verdampen als Europa ook voor de bouw een nieuw systeem met andere datacriteria optuigt.

“Twee systemen naast elkaar? Dat is onwerkbaar. Alsof je een appelboom met een perenboom kruist”, zegt Hamans, die weet hoe de Europese hazen lopen. Hij is fel tegen eisen op productniveau in de bouwsector. “Een overheid koopt geen baksteen, maar een gebouw met een functionele en technische prestatie”, klinkt zijn uitleg.

De wens van Europa om ook bouwproducten afzonderlijk te beoordelen op hun milieuprestaties kwam kort voor de zomer als een onverwachte en onaangename verrassing voor de bouwindustrie. In Nederland, maar ook op Europees niveau, wordt namelijk al sinds 2003 gewerkt aan een stelsel van normen en wetgeving dat op een totaal andere manier van denken is gebaseerd. Hamans: “Die normen zijn nota bene gemaakt in opdracht van het directoraat industrie van het Europese departement.”

Hoe kan het dat Europa nu toch weer een andere weg inslaat? Hamans heeft daar wel een verklaring voor: “De wens voor een product environmental footprint(PEF) komt van een ander directoraat, dat van milieu. Op een of andere manier wordt er niet goed gecommuniceerd tussen die twee directoraten. En er is volgens mij een machtstrijd gaande die over de rug van de bouwindustrie wordt gevoerd. Waar blijven de reacties van lidstaten en van de europarlementariërs?”

De pilot voor isolatiematerialen die woensdag is aangekondigd door de Europese Commissie start in juni. Volgens Hamans duurt het dan nog zeker twee jaar voordat het project is afgerond. De impact van daarvan lijkt op korte termijn dus wel mee te vallen. “Dat zou je zeggen, maar dit zorgt wel voor verwarring. En dat is slecht voor de ambitie die duurzaam bouwen heet”, zegt Agnes Schuurmans. Zij is in binnen- en buitenland actief op het gebied van milieuprestaties van bouwwerken en normgeving.

Patstelling

Schuurmans vreest voor een patstelling. Ze is bang dat fabrikanten die nog niet investeerden in milieurelevante productinformatie op basis van de huidige criteria (vooral omdat zij nog niet overtuigd zijn het nut daarvan) nu helemaal een afwachtende houding zullen aannemen. Hamans deelt die zorg. Hij roept hen op vooral niet achterover te leunen. “De bouwsector zou massaal zijn schouders moeten zetten onder de milieuverklaringen volgens de Europese norm EN15804. Het klopt dat er op dat systeem het een en ander aan te merken valt. Maar het is veel beter dan waar Europa nu weer op afstevent.”

Benedikt van Roosmalen, directeur van de branchevereniging van eps-fabrikanten, is niet gerust op een goede afloop, maar sluit ook niet uit dat de schade uiteindelijk zal meevallen. “Eén ding is zeker. De uitkomst van deze discussie is nog niet volledig zeker.” Nederlandse fabrikanten investeerden volgens hem al meer dan 1 miljoen euro in milieurelevante productdata ten behoeve van de Nationale Milieudatabase. Van Roosmalen koestert wel hoop: “Ik ben er niet van overtuigd dat je bouwproducten straks op productniveau met elkaar kunt vergelijken. Neem isolatiemateriaal: Misschien is het product relatief slecht voor het milieu, maar als je een gebouw isoleert gaat het gebouw vijftig jaar langer mee. Wat is dan duurzaam?”

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels