nieuws

Corporaties hebben ruimte voor cpo

bouwbreed Premium

Gewijzigde wet- en regelgeving laat voor corporaties voldoende ruimte over om een hoofdrol te spelen bij particulier opdrachtgeverschap en collectief particulier opdrachtgeverschap (cpo).

Dat blijkt uit het onderzoek ‘Particulier opdrachtgeverschap: kans voor corporaties’, van Marijke de Vries. Zij is projectontwikkelaar bij corporatie Ymere en verrichtte haar onderzoek in het kader van de opleiding Master City Developer. Haar bevindingen zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en op interviews met sleutelfiguren binnen vier woningcorporaties.

De Vries concludeert dat de overheid corporaties beperkingen heeft opgelegd bij onder meer het treffen van startersleningen en prijskortingen, maar deze gelden niet waar het gaat om (collectief) particulier opdrachtgeverschap. “Daarmee past in principe iedere vorm van (c)po bij het nieuwe speelveld: individueel particulier opdrachtgeverschap, collectief particulier opdrachtgeverschap en mede-opdrachtgeverschap”, stelt de onderzoekster. “De uitdaging lijkt er voor de corporatie in te liggen te spelen met de mogelijkheden die voorhanden liggen.”

Doelgroep

De Vries tekent er bij aan dat voorfinanciering zich vooral moet richten op de doelgroep die wel zelf wil bouwen maar over weinig geld beschikt. Startersleningen kunnen door corporaties alleen worden verstrekt aan opdrachtgevers met een bruto inkomen tussen 34.000 en 45.000 euro.

Uit het onderzoek komt naar voren dat corporaties nog weinig ervaring hebben opgedaan met (collectief) particulier opdrachtgeverschap.

De sociale verhuurders werken op verzoek van gemeenten soms mee aan dit soort projecten, maar haken daarna snel weer af. Volgens De Vries is dit niet terecht omdat ze hiermee hun voordeel kunnen doen. Niet in het minst omdat dit soort projecten tot de weinige behoort die door de overheid worden gestimuleerd. Bovendien biedt deelname aan particulier opdrachtgeverschap de sociale verhuurders onder meer de mogelijkheid de doorstroming vanuit de sociale woningvoorraad te stimuleren.

Daar komt bij dat (c)po lagere investeringen vraagt dan reguliere vastgoedprojecten. In het algemeen, zo stelt De Vries, kunnen door deelname aan (c)po maatschappelijke en bedrijfseconomische ambities samen gaan.

Soms kunnen zulke projecten de wijkdifferentiatie ten goede komen en in andere gevallen kan het er toe leiden een grond- of vastgoedpositie relatief snel in financiële middelen kan worden omgezet.

Reageer op dit artikel