nieuws

‘Wij maken vakmanschap, geen pindakaas’

bouwbreed

‘Wij maken vakmanschap, geen pindakaas’

Grontmij Nederland wordt voortaan geleid door een man met passie voor de professionele dienstverlening. Ton de Jong is geen ingenieur, wil hij ook niet worden. Liever leidt hij virtuozen in hun vak naar de kansen in de markt.

Ton de Jong (46) kwam ter wereld in Bodegraven. Speelde waterpolo en heeft een hart voor theater. Rondde zijn middelbare school af in Gouda, wat hij noemt het laagste punt van Nederland.

“In mijn jeugd trokken we veel de polder in. Belangstelling voor het ingenieursvak is daardoor niet aangewakkerd. We gingen liever zwemmen.”

De Jong vervolgde zijn weg naar de Erasmus Universiteit, waar – toevallig of niet – Grontmij deze maand een nieuw kantoor in gebruik heeft genomen. Met zijn studie bedrijfseconomie als bagage ging hij in 1991 aan de slag bij Ernst & Young Consulting, de adviestak die negen jaar later voor vele miljarden aan Capgemini verkocht zou worden.

Bij Capgemini – de Franse it & organisatieadviseur met in Nederland vijfduizend medewerkers – stoomde De Jong op tot ceo van de Nederlandse organisatieadviestak met vijfhonderd medewerkers. Topman Michael Jaski van Grontmij haalde De Jong mede binnen vanwege zijn prestatie om Capgemini Consulting Nederland te reorganiseren en succesvol een nieuwe bedrijfsstrategie uit te stippelen.

“Mijn passie voor professionele dienstverlening, dat is mijn link met Grontmij. Het product dat we maken is professioneel vakmanschap. Dat is heel iets anders dan een potje pindakaas. Ik voel me thuis in het bedrijfsleven. Op een universiteit zul je me niet zo snel aantreffen. Dan mis ik de markt. Grontmij is beursgenoteerd, voelt de tucht van de markt.”

De Jong keek vorig jaar om zich heen. Wilde wel eens iets anders dan Capgemini. Via een tussenpersoon kwam het contact met Grontmij tot stand. “Wat mij bij Grontmij boeit zijn twee dingen. Allereerst de professionele dienstverlening. Het bedrijf maakt een mooi product, is nauw betrokken bij de inrichting en vormgeving van Nederland. Daar kun je trots op zijn. Een tweede factor is: bij Grontmij valt wat te doen, er is werk aan de winkel.”

De nieuwe topman van Grontmij Nederland – opvolger van interimmer Durk ten Wolde – zegt te houden van opgestroopte mouwen. Ontmoette een topmanagement dat bruist van energie. “Er bestaat een sterke ambitie om te bouwen aan Grontmij, zowel nationaal als internationaal.”

Eerste werkdag voor De Jong was 1 december. Op zijn kamer hangen grote projectfoto’s van de Nesciobrug in Amsterdam en de Openbaar Vervoersterminal in Den Haag. “Wat me opvalt is dat Grontmij zo breed vertegenwoordigd is in het land. Regionaal verankerd tot bij de kleinste gemeenten en actief voor grote landelijke organisaties als Rijkswaterstaat en ProRail. De klantenkring is breed. Een positieve verrassing voor mij is dat Grontmij er heel wat beter voor staat dan je kunt opmaken uit de internetwerkelijkheid. Ook ik heb me natuurlijk georiënteerd op het internet en dan lees je dat van alles aan de hand is. Kijk je dieper dan blijkt dat Grontmij Nederland met zijn tweeduizend medewerkers een enorm sterk fundament heeft van zeer betrokken professionals. Het bedrijf heeft een goede voetprint in de markt en is veel krachtiger dan je op het eerste gezicht zou denken.”

Winnen

De bestuurder ziet kansen om dit jaar al weer de groei op te zoeken, nationaal en internationaal. In Nederland valt in ieder geval marktaandeel te winnen.

“De gehele professionele dienstverlening kampt al jaren met een moeilijke markt. Dat is een gegeven. Je moet ophouden met mekkeren. De bedrijven die het beste reageren op de crisis komen nu boven drijven. De vraag is niet: wat doet de markt voor ons. Maar: wat kunnen wij voor de markt doen. Er zit veel potentieel. Iedere week noteren we bij Grontmij voor miljoenen aan nieuwe orders, in een heel stabiele stroom.”

Komend uit een geheel andere hoek van het bedrijfsleven, valt De Jong op dat bij de ingenieurs bescheidenheid troef is. De sector zou best wat meer op de trom mogen roffelen.

“Ik ben erg voor doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg. Maar zeg daar gelijk bij: de ingenieurs zijn wel de mensen die Nederland gemaakt hebben. Ik begrijp goed het belang van de overheid om te bezuinigen. De keerzijde echter is het gevaar onze innovatiekracht uit te hollen. Nederland is een land van ingenieurs en waterbouwers. Dat is de kracht van onze economie.”

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels