nieuws

Model voor bouwteam moet totaalregeling blijven

bouwbreed

Het Bouwteammodel regelt zowel de relatie tussen opdrachtgever en aannemer in de bouwteamfase als de relatie tussen de leden van een bouwteam onderling. Juridisch geeft dat een hybride karakter. Dat moet ook in de toekomst zo blijven, vindt hoogleraar Monika Chao in haar monografie hierover.

Vernieuwing van het Bouwteammodel, hoe goed dat ook in de praktijk zijn diensten bewezen heeft, is nodig. Daarbij zou ervoor gekozen kunnen worden om alleen nog maar de relatie tussen opdrachtgever en aannemer te regelen en niet langer de verhouding tussen de leden van het bouwteam onderling.

In de praktijk komt dat dan echter neer op het regelen van een relatie die onderdeel is van een groter geheel dat helemaal niet geregeld is. Chao vindt dat een verarming van de mogelijkheden voor bouwcontracten. Zij bepleit dan ook dat ook in de toekomst een bouwteamcontract een totaalregeling moet zijn die alle relaties regelt. Dat kan door bijvoorbeeld de relatie tussen opdrachtgever en leden van een bouwteam te regelen in bilaterale overeenkomsten en daarnaast ook de relaties tussen de leden van het bouwteam onderling.

Zij beveelt aan om bij het opstellen van een dergelijke regeling met als vertrekpunt het bestaande model, niet alleen juridische expertise te gebruiken maar ook expertise op het gebied van bouwmanagement.

Ook inhoudelijk doet Chao een reeks aanbevelingen. Zo vindt zij dat het bouwteam zo vroeg mogelijk in het proces geformeerd moet worden waardoor optimaal gebruik gemaakt kan worden van de expertise van de leden van het bouwteam. Ook verdient het aanbeveling om uitvoerig aandacht te besteden aan de manier waarop gestimuleerd wordt dat leden van het team zich ook als lid van een team gedragen. Onder andere moet daarbij de mogelijkheid aan de orde komen elkaar effectief aan te spreken op tekortkomingen ter voorkoming van free rider- gedrag .

Van belang vindt zij de plaats van de opdrachtgever. Zij vindt het wenselijk dat die een actieve rol vervult, bijvoorbeeld als voorzitter van het bouwteam. Hij hoeft daarbij niet per se lid van het bouwteam te zijn. Doet hij dat wel, dan kunnen netelige aansprakelijkheidsvragen opdoemen gezien de mogelijke aansprakelijkheidverdeling tussen de leden van het bouwteam.

Over een aansprakelijkheidsregeling dient overigens goed te worden nagedacht. Chao is er voorstander van dat die zo wordt vormgegeven dat die voorkomt dat leden naar elkaar gaan wijzen. Vermeden moet echter ook worden dat de aansprakelijkheidsregeling een rem wordt op het doen van innovatieve voorstellen.

Chao beveelt aan een regeling op te nemen waarin duidelijk omschreven staat welke onderdelen van het werk van het bouwteam goedgekeurd moeten worden door de opdrachtgever. Indien mogelijk moet daarin ook worden omschreven wat de criteria zijn die bepalen of er goedkeuring kan worden verleend. En – niet onbelangrijk – moeten de juridische consequenties van goedkeuring omschreven worden. Dit laatste in verband met de aansprakelijkheid.

De verschillende verplichtingen van de leden van het bouwteam zullen in de regeling moeten komen. Naast het inbrengen van expertise denkt Chao daarbij aan verplichtingen mee te werken aan het mogelijk maken van de werkzaamheden van andere leden en de waarschuwingsplicht.

De hoogleraar vindt verder dat de regeling voor de afstandsverklaring niet meer terug moet komen in een nieuw model. In een zogenaamde afstandsverklaring wordt vastgelegd dat door deelname aan het bouwteam geen rechten worden ontleend voor de uitvoering van het project.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels