nieuws

Gelijkwaardige certificaten

bouwbreed

Op 7 januari 2013 doet de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam een interessante uitspraak over de beoordelingsvrijheid die een aanbestedende dienst heeft bij het accepteren van gelijkwaardige certificaten (LJN: BY8450).

Het geschil betreft de Europese openbare aanbesteding van de gemeente Rotterdam voor levering van bomenzand, bomengrond en eikengrond. Inschrijvers moeten beschikken over een certificaat RAG landscaping of “een gelijkwaardig certificaat van een onafhankelijke geaccrediteerde instelling, waaruit zou blijken dat de te leveren grondsoorten onder keurmerk geleverd zouden worden.”

Volgens de gemeente heeft een van de inschrijvers nagelaten een dergelijk certificaat bij te voegen en zij verklaart deze inschrijving ongeldig. De inschrijver tekent bezwaar aan en stelt wel degelijk te beschikken over gelijkwaardige certificaten. In het kort geding dat hierop volgt oordeelt de voorzieningenrechter hierover het volgende.

Gelet op de inhoud van de opdracht en de specifieke problematiek rond het planten en in leven houden van bomen in een stad als Rotterdam, had de gemeente de vrijheid door middel van certificaten nadere kwaliteitseisen te stellen. Zij mocht RAG landscaping verlangen mits zij ook gelijkwaardige certificaten zou toelaten. Hieraan voldoet zij. De enkele omstandigheid dat mogelijk weinig inschrijvers aan de eis kunnen voldoen, doet hieraan niet af. Dit maakt een eis op zich niet disproportioneel of anderszins ontoelaatbaar.

Als een inschrijver een gelijkwaardig certificaat wenst te overleggen, is het voorts van belang dat het volgens de rechter aan de inschrijver is toe te lichten en te onderbouwen dat en waarom zijn certificaat gelijkwaardig is. Dit liet de klagende inschrijver in deze aanbesteding na. Het handboek en rapport waaruit de gelijkwaardigheid zou kunnen blijken, legde hij pas na afwijzing aan de gemeente over. De inschrijver had er niet op mogen vertrouwen dat de gemeente zelf om een nadere toelichting zou vragen.

De rechter stelt vast dat de inschrijver geen vragen stelde ten aanzien van de inhoud van de kwaliteitseis of hiertegen bezwaar maakte. Dit alles maakt dat de gemeente terecht oordeelde dat inschrijver niet over een gelijkwaardig certificaat beschikte en de inschrijving ongeldig verklaarde.

Inschrijvers die gelijkwaardige certificaten willen overleggen, doen er dus goed aan zich te realiseren dat aanbestedende diensten een ruime beoordelingsvrijheid hebben bij al dan niet accepteren van deze certificaten. Het is raadzaam al in de inlichtingenronde te vragen of de dienst een bepaald certificaat gelijkwaardig beschouwt en bij inschrijving daadwerkelijk alle relevante stukken bij te voegen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels