nieuws

‘Onze kracht zit in onze jongens buiten’

bouwbreed Premium

De jaren zijn mager. Toch investeert gww-bedrijf Van Herwijnen. In een ingenieursbureau, in machines en in de bakker naast de bouwput. Van Prinsjesdag heeft directeur Aart-Jan van der Heul (57) hoge verwachtingen.

De dijk over, eerste afslag rechts naar beneden en dan na 52 seconden naar links. Tussen de velden, tegenover een boomgaard zetelt het hoofdkantoor van aannemersbedrijf Van Herwijnen. De loods ziet er uit als een boerengarage.

“Koffie?”, vraagt Aart-Jan van der Heul. Sinds twee jaar is hij directeur van het familiebedrijf uit Kerkdriel. Een bedrijf zonder opsmuk. Platte organisatie. Gewoon gewoon. “Wat moeten wij in een glazen kantoor langs de snelweg? Bij ons draait alles om het werk buiten.”

Bij Van Herwijnen verdienen 35 mensen hun brood. Het bedrijf zet jaarlijks 10 miljoen euro om. Riolen onderhouden en reconstrueren is een vaak terugkerende bezigheid. Ook ondergronds is de crisis merkbaar. De omzet daalde in een paar jaar tijd met ruim 10 procent.

Van der Heul vertoont geen spoor van wanhoop. “Het is een heel moeilijke tijd. Iedereen zucht en heeft het zwaar. Dat is ook zo, maar wij hebben toch ook een visie op de toekomst. Wij willen namelijk heel graag overleven”, zegt hij vastberaden.

Vertrouwen houden. Inkrimpen komt in zijn vocabulaire niet voor. Alle werknemers bleven aan boord. “Wij willen juist in ze investeren met opleidingen en door ze bij opdrachten te betrekken. Je wilt gewoon goed voor ze zijn, dan zijn ze ook goed voor jou.” Van Herwijnen biedt ook kansen voor nieuwe generaties. Afgelopen week nam het bedrijf twee leerling-grondwerkers in dienst.

Het gww-bedrijf investeerde ook in een compleet nieuw wagenpark. Op twee na alle shovels, kranen en bedrijfsauto’s werden vervangen door zuinigere exemplaren. “Het begint met het uitzetten van de machines tijdens lunchtijd. Zoals zo velen lieten we de motor vroeger draaien, zodat de machinist na het eten in een warme cabine kwam. Maar het is natuurlijk zonde van de brandstof. Nu hebben we machines die automatisch afslaan als er niet wordt gewerkt.”

Van Herwijnen handelt met zusterbedrijf de Rivierendriesprong ook in bouwstoffen. En om gemeenten beter van dienst te zijn, begon het bedrijf twee jaar geleden een eigen ingenieursbureau. “Bestekteksten rammelen vaak aan alle kanten. Wij zeggen: gemeenten, laat ons de bestekken schrijven. Langzaam maar zeker komt dat nu van de grond.”

Treintjes

Klaar voor de toekomst ben je nooit. Dat is een continu proces, vindt Van der Heul. “Hoe we ons onderscheiden? Met goede riolisten. Weinig verloop. Treintjes vormen op de bouwplaats.”

Treintjes vormen? “Een stuk weg eruit halen, het riool vervangen en dan opbouwen. En dat in een bepaald ritme. Met werkvakken van 100 meter. Een kwestie van goede logistiek.”

Het geheim van deze smid zit hem echter echt in iets heel anders: “Onze kracht schuilt in de kwaliteit van onze jongens buiten. Dat horen we ook van opdrachtgevers. Vraag het maar na bij de gemeenten Tilburg en Arnhem. We voeren daar nu redelijk grote rioolreconstructies uit van 1,5 en 2,5 miljoen euro.”

Wat Van Herwijnen in Tilburg ervaart is ongekend. “Ze zijn daar echt lyrisch. Nou ja lyrisch, zet dat maar niet in de krant. Supertevreden. Dat komt gewoon omdat wij alle ondernemers die daar zitten op een rij hebben. Wij praten met ze. We staan de bakker die tachtig klanten heeft fatsoenlijk te woord. We lopen af en toe bij die zaak naar binnen en vertellen over het project. Ook als het allemaal iets langer lijkt te gaan duren.”

Zo doe je dat. Praten, de bakker op de hoogte houden en af toe wat extra broodjes bestellen. “Nee, die krijgen we.” Gekscherend: “Het is onvoorstelbaar. Die jongens zijn een kilo aangekomen door de gratis worstenbroodjes. Nee, het is zo leuk daar. Voor de bouwvak kregen onze jongens een boeket van de bloemist. Dat soort dingen. Dat heb ik nog niet veel meegemaakt.”

Ondernemers spreken zich liever niet uit over politiek. Ze blijven liever neutraal, bang voor consequenties. Ook Van der Heul houdt zich op de vlakte. “Het zou natuurlijk het mooist zijn als er extra geld zou komen voor infrastructuur, maar het is een beetje kortzichtig om dat te willen nu in crisistijd. Ik vind wel dat Den Haag, maar ook gemeenten moeten voorkomen dat de achterstanden in onderhoud verder oplopen. Als je dat laat gebeuren betaal je over tien jaar het dubbele. Laat dan een keer een grote snelweg niet doorgaan.”

Prinsjesdag staat voor de deur. Van der Heul heeft er hoge verwachtingen van. “Ik hoop dat ik leuke cadeautjes krijg. Ik ben dan namelijk jarig.”

Reageer op dit artikel