nieuws

Minister Kamp: Bij techniekonderwijs bleven kansen liggen

bouwbreed Premium

De topsector water heeft de komende zeven jaar veertigduizend vacatures. Ondanks de hoge werkloosheid zijn die moeilijk te vervullen. Minister Henk Kamp (economische zaken) vindt dat de mogelijkheden van techniek meer onder de aandacht moet worden gebracht bij jongeren en hun ouders. Dat zei hij tijdens een bezoek aan bedrijven uit de topsector water.

Op de kade achter het hoofdkantoor van maritiem dienstverlener Boskalis Westminster in Papendrecht wacht de boot die Henk Kamp naar de werf van de Damen Shipyards Group moet brengen. Het is maandag 8 juli. De minister bezoekt de topsector water. Ruim 600.000 werklozen ten spijt heeft deze bedrijfstak een groot aantal nauwelijks te vervullen vacatures. Om precies te zijn 40.000 in de jaren tot 2020.

Alvorens op de boot te gaan, schudt de minister handen van getalenteerde techniekstudenten die voor deze gelegenheid zijn uitgenodigd. De ministeriële handdruk is symbolisch voor de inspanningen die overheid en bedrijfsleven zich de komende jaren zullen getroosten om jongeren te interesseren voor techniek. Zij zijn de komende jaren hard nodig, betoogt de minister. Er is in het verleden te weinig gedaan om techniek onder de aandacht te brengen bij jonge mensen. Veel te weinig, stelt hij vast. “We hebben op dat punt kansen laten liggen en dat is een groot schandaal.” Meer belangstelling voor een baan in techniek is niet alleen goed voor een paar sectoren, maar voor Nederland in zijn totaliteit, legt Kamp uit. “Ik hoor van ondernemers dat ze meer opdrachten zouden kunnen binnenhalen mits ze over voldoende gekwalificeerd personeel beschikten. Het is daarom van het grootste belang dat jonge mensen zich gaan interesseren voor een opleiding en een beroep in een van de technische sectoren.” Om de interesse aan te wakkeren is door verschillende partijen het Techniekpact gesloten. Deze overeenkomst houdt onder meer in dat onderwijs, bedrijven en werknemers gaan samenwerken om jongeren te interesseren voor techniek. “Dat begint al binnen het basisonderwijs”, zegt Kamp. “Lerarenbasisonderwijs moeten hun leerlingen al wijzen op de mogelijkheden voor beroepen in het technische veld. Dat moet een vast onderdeel worden binnen het lesprogramma.” De bewindsman verwacht dat die plannen binnen zeven jaar zeker soelaas zullen bieden. De topsector water laat zich trouwens ook niet onbetuigd waar het gaat om het zelf opleiden van personeel. Zo schoolt Boskalis op de locatie in Papen­drecht baggeraars met behulp van simulators. Deze zijn ingericht als de brug van een hopper- of cutterzuiger. In de simulators worden met computerapparatuur uiteenlopende werkzaamheden en bodemomstandigheden nagebootst. “We geven verschillende opleidingen”, zegt instructeur Joost Mol. “Zo krijgen kantoormedewerkers hier een indruk van het werk op een baggerschip. Maar ook worden specialisten opgeleid en voordat we aan een project beginnen met bijvoorbeeld een bijzondere bodemgesteldheid, kan in de simulator alvast worden geoefend met situaties uit de praktijk.” Voor medewerkers van Boskalis zijn er verder onder meer management development programma’s en vaardigheidstrainingen op het gebied van communicatie, leiderschap en persoonlijke effectiviteit.

De inzet van bedrijven zoals Boskalis, voorkomt niet dat er een tekort is aan specialisten. Voor zover die de komende jaren niet in Nederland worden opgeleid, zullen ze in andere landen worden aangetrokken, laat minister Kamp weten. Specialisten uit het buitenland zijn soms nodig, erkent Peter Willem Hatenboer van Hatenboer-Water, specialist op het gebied van watertechnologie op schepen en boorplatformen. Daarbij moet het niet blijven, stelt de directeur van de onderneming uit Schiedam. Binnenslands moeten eveneens jongeren worden geïnteresseerd voor een loopbaan binnen de waterwereld. Op dat punt is het belangrijk aan te sturen op een mentaliteitsverandering, vindt Hatenboer. “Jonge mensen moeten weer eer van hun werk willen krijgen en de watersector biedt die mogelijkheid.” Daarom moet de sector laten zien hoe het er aan toegaat. “Het bedrijfsleven moet hier actief aan meewerken. En wat ons betreft gaan we daar zeker mee aan de slag.”

Reageer op dit artikel