nieuws

Wet leidt niet tot animo voor nieuwe contractvormen

bouwbreed

De nieuwe Aanbestedingswet is per 1 april 2013 in werking getreden. Een belangrijk principe in de nieuwe wet is het motiveren van besluiten en uitgangspunten. Dat geldt ook voor paritaire voorwaarden, waar ook de Uniforme Administratieve Voorwaarden onder vallen. Toepassing van de UAV-GC dient dan gemotiveerd te worden. Is hier sprake van een ongewenst effect?

Voor de verhouding tussen bouwers en opdrachtgevers wordt er in de realisatiefase van een bouwproject in de huidige situatie bijna altijd gebruik gemaakt van de Uniforme Administratieve Voorwaarden 2012 (UAV 2012). Deze set aan regels is geschikt voor een traditioneel bouwproces, waarbij sprake is van scheiding tussen ontwerp en uitvoering. De UAV 2012 is de laatste versie van een set aan afspraken die al lang geleden zijn ontwikkeld. Al in 1897 werd er door de Nederlandse Aannemersbond verzocht om een standaard set aan voorwaarden. De eerste set is daarna uitgegroeid tot een algemeen aanvaarde regeling. De UAV kan dan ook worden gezien als een voorbeeld van paritaire voorwaarden.

Bij toepassing van een geïntegreerde contractvorm, zoals bijvoorbeeld design & construct, is die scheiding niet meer aanwezig en is de UAV niet meer geschikt. Sinds een paar jaar is daarvoor de UAV-GC beschikbaar, ontwikkeld door het CROW. Een belangrijk kenmerk van de UAV-GC is de grotere verantwoordelijkheid voor de opdrachtnemer, die nu ook aansprakelijk wordt voor (een deel van) de ontwerpfase.

De Aanbestedingswet 2012 kent een aantal belangrijk uitgangspunten, naast de bekende principes zoals niet-discriminatoir en transparantie. Het zijn vooral proportionaliteit en de motivatieplicht die zichtbaar zijn in de nieuwe regels. Een bijzonder element, als uitwerking van de wet, is de Gids Proportionaliteit. Die is in beginsel ontwikkeld als een handleiding, maar onder druk van de besluitvorming uiteindelijk uitgewerkt als onderdeel van het wetgevend kader. In de gids, onder voorschrift 3.9C wordt gesteld dat een aanbestedende dienst contractmodellen of algemene voorwaarden integraal dient toe te passen als deze paritair zijn opgesteld. En als de aanbestedende dienst daarvan wil afwijken is dat toegestaan, maar dient deze wel gemotiveerd te worden.

In dit verband speelt de interpretatie van paritaire voorwaarden een grote rol.

Gemotiveerd

Zoals bovenstaand aangegeven is er geen twijfel over de status van de UAV als het gaat om de wederzijdse acceptatie. In lijn met de gids dienen opdrachtgevers dus gebruik te maken van de UAV. Toepassing van de UAV-GC kan dan worden gezien als een afwijking en zal dus gemotiveerd moeten worden.

Professor Wedekind heeft in 2000, in zijn inaugurele rede, een heldere definitie van “aanbesteden” gegeven. Hij omschrijft het als “het creëren van een ad-hoc markt teneinde voor een bepaald bouwwerk de aannemer met (…), de beste prijs/kwaliteitsverhouding te krijgen”. De Aanbestedingswet zou in dat licht dus een set aan regels moeten bieden voor het selectieproces dat leidt tot de beste aanbieding. Een opdrachtgever schrijft daartoe een aanbestedingsstrategie, mede gebaseerd op de Aanbestedingswet.

Voordat dit selectieproces start, dient de opdrachtgever zich echter ook te beraden over de contractvorm. Hij zal moeten beslissen wat zijn eigen rol wordt, wat hij van de markt vraagt, of hij een bestek gaat (laten) maken, of wellicht een integrale vraag in de markt zet, waarbij ontwerp en uitvoering bij één partij komt te liggen. Dit geheel vormt zijn uitbestedingsstrategie en heeft de keuze van de contractvorm als resultaat.

Er zit dus een duidelijk verschil tussen de twee processen, met een duidelijke volgtijdelijkheid. Door de bovengenoemde verplichting tot motiveren raakt de Aanbestedingswet nu ook de afweging over de contractvorm. Want de werkingssfeer van de UAV of de UAV-GC gaat veel verder dan alleen een set aan administratieve voorwaarden, het is de resultante van de keuze voor de contractvorm. En die keuze heeft gevolgen op vrijwel alle aspecten van het bouwproject.

De opdrachtgever zal dus zijn keuze voor UAV-GC moeten motiveren. De toepassing van geïntegreerde contractvormen is de laatste jaren toegenomen, maar voor veel opdrachtgevers is het toch nog geen standaard wijze van realiseren. Zij zijn op zoek naar een antwoord op de vraag welke contractvorm zij moeten kiezen voor hun bouwproject. Er zijn inmiddels een aantal manieren om die afweging te maken, maar er is niet één alomvattende methode. De argumenten voor de keuze zijn heel verschillend van karakter en vaak subjectief van aard, waardoor de motivatie niet eenvoudig is. De verplichting tot motiveren vanuit de Aanbestedingswet zal dan ook niet leiden tot veel enthousiasme voor het toepassen van nieuwe contractvormen. En dat is jammer, want juist andere contractvormen vormen een uitstekende manier om de bouwsector te vernieuwen.

Reageer op dit artikel