nieuws

Woongroepen bouwen mee aan huizen van stro en hennepbeton

bouwbreed Premium

Huub van Laarhoven is een van de twee architecten die aan het nieuwbouwproject Vossenpels meewerkt. Hij hoopt over enkele weken te horen of hij zijn ontwerp voor 36 woningen mag uitvoeren in hennepbeton. Als dat kan, is het project het eerste in Nederland waar hennepbeton wordt gebruikt.

De naam is eigenlijk niet juist, vindt Van Laarhoven. “Het gaat om een mengsel van gemalen houtdelen van de hennepplant, kalk en water. De kalk en het hennephout reageren met elkaar en leveren een steenachtig materiaal op.”

Het hennepbeton kan op locatie worden gestort in een bekisting. Het materiaal vergt volgens Van Laarhoven altijd een draagconstructie omdat het van zichzelf weinig draagvermogen heeft. Zo’n constructie zou een houtskelet kunnen zijn. In Nijmegen zal het hennepbeton waarschijnlijk niet worden gestort omdat de expertise met deze werkwijze voor wat Van Laarhoven betreft in Nederland nog niet zo groot is. “Het ligt meer voor de hand het in de vorm van blokken toe te passen.”

In Vossenpels wordt in elk geval een kinderdagverblijf gebouwd uit blokken hennepbeton. Voor de gestapelde blokken komt een gevel uit houtskeletbouw te staan. Houten gepotdekselde delen beschermen de blokken tegen de regen. Dat is nodig omdat hennepbeton poreus is en daardoor makkelijk water opneemt. Regenwater maakt het materiaal gevoelig voor vorst.

Van Laarhoven neemt met zijn voorstel voor hennepbeton een voorschot op de toekomstige certificatie van het materiaal. Hennepbeton is in Nederland nog niet gecertificeerd. Het materiaal is desondanks meegenomen in de aanvraag van de vergunning. “De gemeente staat er positief tegenover”, constateert Van Laarhoven. “Het is niet op voorhand afgekeurd.” Als Nijmegen hennepbeton veilig genoeg acht, mag het materiaal ook zonder certificering worden gebruikt.

In Vossenpels worden ook 25 woningen in strobouw gerealiseerd. Net als hennep geeft stro de leden van de twee woongroepen die de opdracht gaven voor het project de gelegenheid mee te helpen met de bouw; één van de bijzonderheden van het project. Door samen te bouwen willen de leden hun gemeenschapszin bevorderen. “De mensen zullen niet op de bouwplaats rondlopen”, zegt Michel Post. “In plaats daarvan maken ze buiten de bouwplaats uit stro prefabelementen die de aannemer vervolgens op hun plek zet.” De praktijk van eerdere projecten leert hem dat deze aanpak goed werkt.

Dezelfde praktijk wijst volgens Post ook uit dat een bouwwerk uit stro generaties lang meegaat. “Het oudste nog bestaande pand dat uit strobalen is gebouwd stamt uit 1894, het jaar dat de balenpers in gebruik kwam. En bouwwerken uit ‘los’ stro worden al zeker tienduizend jaar gemaakt.” Het stro en onder meer het leem waarmee het wordt afgewerkt zijn wel gevoelig voor vocht. “Dus daar moet je in de detaillering rekening mee houden.” Buiten Nederland zijn op die manier al verschillende grote projecten gerealiseerd met strobalen.

Het Nijmeegse project is volgens Post het derde grootschalige strobalenproject in Nederland. De combinatie met het project van Meergeneratie Woonproject Nijmegen (MWN) en de manier waarop het wordt uitgevoerd maakt het in zijn woorden weer de eerste in z’n soort. Wat hem betreft is het zeker niet de laatste. Als voorzitter van de vereniging Strobouw Nederland ziet Post de belangstelling voor deze bouwmethode toenemen. “We hebben nu 160 leden. Een jaar geleden waren dat er nog tachtig.” Naar zijn mening een teken dat strobouw in de lift zit.

De woongroepen en woningscorporatie Talis hopen dat in mei of juni de gemeente Nijmegen en de provincie Gelderland uitsluitsel geven over de subsidie die ze al dan niet verstrekken aan de realisatie van het plan. Tot nog toe ontbreekt ruim anderhalf miljoen euro, rekent directeur vastgoed Ronald Leushuis van Talis voor. “Het initiatief is duurder dan de projecten die de corporatie doorgaans laat bouwen. De extra kosten hangen samen met onder meer de prijzen die de handel rekent voor de gekozen materialen en met de manier van bouwen.”

Technische ervaring met zulke projecten heeft Talis nog niet. Woningbouwvereniging Gelderland heeft dat wel, zegt Leushuis; de reden dat Talis daar te rade gaat. “Met woongroepen hebben we al wel ervaring maar weer niet met het collectief particulier opdrachtgeverschap waarmee de projecten in Vossenpels worden gebouwd.” Aan de andere kant van de grens, in Duitsland, verwacht de directeur bruikbare ervaringen te vinden omdat deze vorm van opdrachtgeverschap daar meer voorkomt.

Leushuis verwacht ‘een groot aantal leermomenten’ tijdens de realisatie. Die zullen zich volgens hem ook voordoen op het technische vlak. Ervaring met de bouw van vergelijkbare projecten is er niet in Nederland omdat zulke projecten volgens hem hier niet eerder zijn gerealiseerd. “Onze toegevoegde waarde ligt op gebied van participatietrajecten, onze rol als makelaar tussen de woongroepen, de bouwers en gemeente en onze technische, financiële en organisatorische ervaring met nieuwbouwprojecten.” Een ander ‘leermoment’ bezorgen de meebouwende initiatiefnemers. “Dat stelt de aannemer voor bijzondere eisen, zeker op het gebied van de veiligheid.” Voor het onderhoud verlaten de initiatiefnemers zich eveneens op het eigen beheer. Ook daar verwacht Leushuis ‘een aantal leermomenten’. n

Reageer op dit artikel