nieuws

Regering heeft haast met windmolens

bouwbreed Premium

Het kabinet wil dat in 2020 zesduizend megawatt wordt opgewekt in windturbines op land. Ministers Kamp (EZ) en Schultz (I+M) presenteerden vrijdag de ontwerp-structuurvisie ‘Windenergie op land’, waarin de gebieden worden aangewezen waar nieuwe windmolen gebouwd moeten worden. De windenergiebranche is enthousiast, maar vindt wel dat het kabinet nu haast moet maken. De tegenstand wordt steeds luider.

De ontwerp-structuurvisie is een bevestiging van eerdere afspraken die de ministers eind januari maakten met de provincies, en maakt de ambitie van de regering om in 2020 veertien procent van de energie duurzaam op te wekken concreter. Windmolens op land nemen daarvan grofweg éénvijfde voor hun rekening. Dat betekent dat er een opwekkingsvermogen van 6000 megawatt nodig is.

Die opgave is fors. Op dit moment hebben de 1900 windmolens op het land in Nederland een gezamenlijk vermogen van 2100 megawatt. Veel van die molens zijn al verouderd en moeten in de komende zeven jaar worden vervangen. De nieuwste turbines kunnen inmiddels veel meer energie opwekken. Om de resterende 4000 tot 5000 megawatt te realiseren zijn minstens 2000 extra molens nodig.

Een groot deel van die molens wordt straks gebouwd in gebieden waar meer dan 100 megawatt wordt opgewekt en die onder de Rijkscoördinatieregeling (RCR) vallen. Daarmee kunnen binnen de Wet ruimtelijke ordening procedures worden versneld voor energieprojecten met een landelijk belang. In de structuurvisie wijst het kabinet elf gebieden aan waar deze grootschalige projecten gerealiseerd kunnen worden. De rest van de molens wordt in kleinere projecten gebouwd.

Volgens Ton Hirdes, directeur van de Nederlandse Wind Energie Associatie, de koepelorganisatie voor de windbranche, is het goed dat er eindelijk een besluit ligt na een stilstand van twee jaar. “Nu kan er weer tempo worden gemaakt om de verloren tijd weer in te halen.”

Hirdes denkt dat het halen van de doelstelling lastig, maar mogelijk is. “In de meeste gebieden die nu zijn aangewezen zijn al vergevorderde plannen voor de bouw. De regering moet er wel hard aan gaan trekken.”

Waar Hirdes zich meer zorgen over maakt is het ontbreken van enige marge in de plannen. “De huidige aangewezen gebieden en de kleinere projecten tellen bij elkaar op tot 6000 megawatt maar ook slechts nipt. Dat kan in de komende jaren problematisch worden, wanneer bepaalde projecten niet doorgaan, of het aantal windmolens in een project gereduceerd moet worden. Er zijn immers genoeg projecten waar toch meer rekening moet worden gehouden met, bijvoorbeeld, de omliggende bebouwing. Dan moeten er nieuwe gebieden worden aangewezen om het doel te halen. Wij denken dat het logischer was geweest om te streven naar 8000 megawatt, om nog wat marge te houden.”

Met zo’n grote opgave neemt ook de weerstand toe. Een aantal provincies toonde zich de afgelopen tijd al kritisch over windmolens in hun gebied. Het duidelijkste voorbeeld is Noord-Holland, dat vorig jaar zelfs een bouwstop afkondigde. De opgave van Noord-Holland in de hoeveelheid windenergie tot 2020 is daarom veel lager is dan van het dichter bevolkte Zuid-Holland. Niet echt eerlijk, vindt Hirdes. “Andere provincies draaien nu op voor de weigering van Noord-Holland. Maar de provincies moeten onderling nog 285 megawatt verdelen. Als ze daar onderling niet uitkomen, bepaalt de minister. Het zou me niks verbazen dat die molens alsnog in Noord-Holland terecht komen.”

Ook omwonenden zijn steeds feller gekant tegen grote molenparken. Afgelopen weekend werd de Nederlandse Vereniging Omwonenden Windenergie opgericht, die de lokale protesten een landelijke stem moet geven. Volgens voorzitter Rob Rietveld ontbreekt vaak een tegenstem omdat de huidige regelgeving geen rekening houdt met de belangen van de omwonenden. “Alleen de geluidsnormering speelt een rol. En omdat de overheid het initiatief aan de markt laat, worden de grenzen opgezocht.”

Volgens Rietveld is een betere belangenafweging nodig om de steun van de bevolking te houden. “In Drenthe was ooit 80 procent van de mensen voor windenergie. Tot het plan voor een windmolenpark in de Veenkoloniën. Nu is 80 procent tegen.“

Reageer op dit artikel