nieuws

‘Mis de boot niet, het gaat om miljar den’

bouwbreed Premium

Veiligheid en droge voeten zijn bij natte pps-projecten minimaal even belangrijk als de beschikbaarheid van sluizen voor schepen. Hoofdbrekens die ervoor hebben gezorgd dat Rijkswaterstaat een apart dbfm-sluizenprogramma heeft opgezet waarbinnen veel ruimte is om te leren.

Mis deze boot niet, waarschuwt portfoliodirecteur Wies Vonck afwachtende bouwers die nog weifelen over pps-sluizen. ‘What’s in it for me’ is de heersende stemming tijdens de marktconsultatie, want met de zes projecten is de komende drie jaar zo’n 3 miljard euro gemoeid.

Limmel wordt komende zomer de testcase in opmars naar mega-contracten als de Zeesluis IJmuiden en Terneuzen. Het sluizenprogramma werkt ook nauw samen met de uitwerking van de pps voor de Afsluitdijk.

Om grote missers te voorkomen en de mogelijkheden af te tasten, betrekt Rijkswaterstaat in verschillende rondes marktpartijen bij de opzet.

Bijna tweehonderd bouwers, adviseurs, verzekeraars en financiers uitten afgelopen donderdag hun zorg over cyberaanvallen, vandalen, roestende sluisdeuren en drijvende boomstammen.

Alle grote namen waren vertegenwoordigd, inclusief een twintigtal vertegenwoordigers van buitenlandse partijen. Voor het eerst moesten externe financiers en verzekeraars de kosten en risico’s voor een nat project over dertig jaar berekenen.

Discussie

Dat leverde flink wat discussie op tijdens de verschillende deelsessies, waarbij vooral ook veel vragen werden gesteld: ben je ook verantwoordelijk voor de aanpalende dijk, wat gebeurt er bij een algehele stroomstoring en is wel nagedacht over een aardbeving of de zeespiegelstijging?

Komende zomer komt de sluis van Limmel als eerste op de markt. Een project van rond de 60 miljoen euro en een klein visje vergeleken met de zeesluizen van IJmuiden en Terneuzen en de Afsluitdijk. Bewust is gekozen om te beginnen met relatief kleine sluizen, zodat een leercurve kan ontstaan en missers bij nieuwe – steeds grotere – projecten worden voorkomen.

Veel aanwezige marktpartijen steken niet onder stoelen of banken dat ze wat huiverig zijn om als eerste de kooltjes uit het vuur te halen. De markt reageert wel wat calculerend en afwachtend, is ook de portfoliodirecteur van Rijkswaterstaat opgevallen. “Mijn boodschap naar de markt is: mis deze boot niet, want we zetten de komende jaren wel voor miljarden weg op deze manier en wie aan het begin aanhaakt heeft echt nog invloed op het proces.”

Een pps in de natte bouw is van een andere orde dan een dbfm-contract in de droge sector, al komt het basis dbfm-contract voor ‘droog’ voor 80 procent overeen, verzekert portfolio­directeur Wies Vonck van Rijkswaterstaat. Ervaring met dbfm-contracten wordt dan ook een vereiste om te mogen meedingen.

Veiligheid en droge voeten zijn minimaal even belangrijk als beschikbaarheid voor scheepvaart. “We hebben te maken met stromend water en boten, in plaats van rijstroken en auto’s. In de droge bouw eisen we dat de weg beschikbaar is, maar bij een sluis heb je met verschillende functies te maken. We willen dat de deuren open en dicht gaan, maar hebben ook te maken met de sluis die dienst doet als waterkering, om te schutten, als scheiding tussen zoet en zout water en het waterpeil te reguleren”, somt Vonck op.

Daarom stuurt Rijkswaterstaat aan op betaling van een beschikbaarheidsvergoeding op basis van verschillende criteria. Veel marktpartijen hebben erop aangedrongen het contract simpel te houden en slechts één betalingseis te stellen. “We hebben die oproep goed begrepen en gaan daar nog naar kijken”, belooft hij.

De meerwaarde van een geïntegreerd contract pakt waarschijnlijk iets lager uit dan bij wegenprojecten, maar Vonck zoekt uitdrukkelijk de grenzen van de markt. “We willen juist ruimte geven voor verrassende dingen en ik laat me graag verrassen op het gebied van energie, duurzaamheid en slimme oplossingen om hinder te voorkomen. Bij de meeste projecten ligt er al een sluis en moet er een nieuwe bij of voor in de plaats komen. Weinig stremming zal goed worden beloond bij de economisch meest voordelige inschrijving.”

De opdrachtgever broedt nog op de verdeling van prijs versus kwaliteit bij gunning, maar wil zeker niet dat de laagste prijs de doorslag geeft.

Reageer op dit artikel