nieuws

Markt kan uitkomst bieden bij toetsing bouwplannen

bouwbreed Premium

De hoge bouwleges zijn als zand in de steeds langzamer draaiende bouwmotor. Gemeenten en bouwpartijen houden elkaar in een wurggreep: gemeenten moeten hun begroting op orde houden, maar de bouwproductie lijdt onder de hoge tarieven. Een makkelijke oplossing is er niet.

De branchevereniging voor projectontwikkelaars Neprom deed in januari een oproep aan haar leden om de hoge leges voor de omgevingsvergunning desnoods voor de rechter aan te vechten. Aan die oproep werd gehoor gegeven. Bij talloze gemeenten lopen inmiddels bezwaarprocedures, wat de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) tot een verklaring dwong: het aanspannen van juridische procedures is het verkeerde signaal.

Toch lijken procedures vaak lonend. Gemeenten blijken met regelmaat ondoorzichtig in hun berekening van bouwleges en kunnen niet uitleggen waar die hoge kosten vandaan komen. Als bezwaren door de rechter gegrond worden verklaard, is de kans groot dat er helemaal geen leges betaald hoeven te worden.

De VNG roept gemeenten regelmatig op om transparant te zijn in de berekening van de bouwleges, en heeft zelf in 2010 een ‘kostenonderbouwing Leges Omgevingsvergunning’ beschikbaar gesteld. Veel gemeenten werken volgens die richtlijn, maar veel ook niet. En de VNG past geen dwang toe; volgens een woordvoerder zijn gemeenten vrij om daarin hun eigen overweging te maken.

Voor gemeenten is het een dilemma: door de crisis nemen de grote bouwprojecten af, waardoor er minder geld uit hoge leges binnenkomt. Het geld uit die grote projecten dekt normaal gesproken de kosten voor de rest van de vergunningen. Die kosten blijven wel bestaan, want de hoeveelheid kleine vergunningen, zoals voor een dakkapel, uitbouw of kapvergunning neemt nauwelijks af, ook doordat de btw daarvoor onlangs is verlaagd. En als een gemeente die tarieven verhoogt, vindt ze een geducht tegenstander op haar pad: de Vereniging Eigen Huis.

Het lijkt daarom makkelijker om de druk bij de grote bouwprojecten te leggen. Projectontwikkelaars kunnen nog weleens moeilijk doen door te dreigen met de rechter, maar corporaties zullen dat middel niet of nauwelijks inzetten tegen de gemeente waar ze dagelijks mee samenwerken. Bovendien hebben corporaties nu eenmaal maatschappelijke verplichtingen in de betreffende gemeenten, waardoor ze wel moeten bouwen.

Toch is het feit dat corporatiekoepel Aedes zich onlangs aansloot bij de felle protesten van de Neprom een teken aan de wand: de bouwmotor dreigt geheel tot stilstand te komen. Zij vragen nu minister Plasterk (binnenlandse zaken) om aanpassingen in het legesstelsel. Als de gemeenten zichzelf niet kunnen reguleren, moet de landelijke overheid dat maar doen.

Het is echter de vraag of de regering er iets aan kan doen. Gemeenten hebben nu eenmaal een grote autonomie in de vaststelling van de tarieven, en hebben weinig middelen om ergens anders geld vandaan te halen. Bovendien heeft dit kabinet de financiële bewegingsruimte van gemeenten al flink ingeperkt door de taken voor de lagere overheden te vergroten en ondertussen de bijdragen uit het Gemeentefonds te verlagen.

Een grotere transparantie van de berekende kosten kan inzichtelijk maken wat een bouwvergunning nou eigenlijk kost, en hoeveel meer de grote bouwprojecten bijdragen aan de totale inkomsten voor het vergunningenstelsel. Maar het zal nieuwe vragen oproepen. Moeten gemeenten wel zo’n groot ambtenarenapparaat in stand houden voor het beoordelen van bouwaanvragen? Kunnen die kosten niet omlaag? Een aantal gemeenten heeft die vraag al gesteld en besloten om bepaalde bouwwerken vergunningsvrij te maken, zodat ambtenaren zich niet meer bezig hoeven te houden met dakkapellen en tuinhuisjes.

Minister Plasterk kan ook wat doen, want in zijn la ligt nog steeds het plan voor private kwaliteitsborging in het bouwtoezicht. Gecertificeerde private bureaus kunnen volgens dat plan een groot deel van de bouwplantoetsing overnemen van de gemeente. Het zou goed nieuws zijn voor de ontwikkelaars: een transparante kostenberekening en concurrentie op prijs van toetsing. En hoogstwaarschijnlijk veel lagere kosten.

Reageer op dit artikel