nieuws

Kennis door sensoren in monument

bouwbreed Premium

De sensoren die tijdens de restauratie in de Pieterskerk in Leiden zijn geplaatst, hebben waardevolle kennis opgeleverd. Die moet gedeeld worden en uitgebreid, want daardoor kunnen restauraties tientallen jaren langer mee.

Dat betoogde Kees Lau op het symposium van de Stichting Hout Research (SHR) tijdens de Restauratiebeurs in ‘s-Hertogenbosch. “De restauratie van de Pieterskerk heeft 30 miljoen euro gekost, dus het is de moeite waard”, vindt de architect van Bureau Lau uit Leiden. “Meten is weten. Een kerk is een ingewikkeld object. Hij is groot en hoog, gebouwd in de middeleeuwen, toen was het binnen en buiten koud. Nu willen mensen een temperatuur van 20 graden als ze het gebouw gebruiken. Door de verwarming gebeurt van alles wat schade op kan leveren. We wisten niet hoe de opwarming zou verlopen en wat de warmte zou doen. Het gebruik is wisselend, soms een diner van twintig personen, dan weer een markt van 1500 personen. Daarom hebben we alles geregistreerd: de relatieve vochtigheid, vocht in materialen, de luchtverplaatsing, temperatuur, scheurwijdtes en de verplaatsingen van nieuwe opleggingen van balken.”

Lau stelde de vraag: “Vindt een gebouw restaureren fijn?” en gaf zelf het antwoord: “Over het algemeen niet. Een gebouw gaat bewegen door het veranderde klimaat na de restauratie. Bij de Pieterskerk gaat het om tienden van millimeters, dus we hoeven ons geen zorgen te maken. Bovendien is gewerkt met kalkspecie en niet met cementspecie.” Een luchbevochtiger bij het orgel met zijn vele houten onderdelen blijkt een succes. “Het instrument blijft intact en het gebouw kan goed verwarmd worden”, aldus Lau. Ook het gebruik van verbrandingsgassen van de gasgestookte ketel voor de bevochtiging van de kerk blijkt te werken. “Behalve bij grote manifestaties met veel mensen, dan kan het CO 2 -gehalte in de lucht te veel oplopen.”

Reageer op dit artikel