nieuws

‘Spraakmakende renovatie breekt het ijs’

bouwbreed Premium

De opgave van renovatie en transformatie van bestaande bouw die wacht, is groot en complex. Bouwpartijen moeten zich daarom beter bekwamen in de kunst om er een succes van te maken. De NRP Academie gaat ze daarbij helpen.

Veel bestaande bouw kan een opknapper – of meer dan dat – goed gebruiken, weten Vincent Gruis en Erna van Holland. De eerste is hoogleraar ‘housing management’ in Delft. De tweede treedt aan namens het Nationaal Renovatie Platform, een samenwerkingsverband van private partijen gericht op renovatie en transformatie van gebouwen. Samen hebben ze zich gestort op de taak om de NRP Academie van de grond te tillen.

Deze nieuwe opleiding richt zich op hoger geschoolde bouwprofessionals met praktijkervaring. De ontwikkeling van het programma gebeurt in nauwe samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven. De cursisten gaan ook leren van elkaar, is de bedoeling. Samen vertegenwoordigen ze het hele scala van disciplines en bedrijven dat bij renovatie- en transformatieprojecten een rol heeft.

De Academie lijkt de tijd mee te hebben. Corporaties, ontwikkelaars, aannemers, architecten, adviseurs, installateurs, allemaal zien ze dat de nieuwbouw in het slop raakt. Reden om met extra aandacht te kijken naar de bestaande bouw. En inderdaad: daar ligt een enorm potentieel aan werk.

Markt

Dat werk komt niettemin nog maar mondjesmaat op de markt. Sterker: de laagconjunctuur treft ook segment. De spelers die opgave tot een succes moeten maken, dienen wellicht eerst zichzelf deels opnieuw uitvinden.

Veel partijen zijn betrokken bij de te doorlopen processen. Zij moeten er met elkaar uitkomen. Van gebruikers, omwonenden en de gemeente tot en met partijen met verstand van ontwerpen, techniek, financiering, beheer en, niet op de laatste plaats, uitvoering. “Alle rollen zijn aan verandering onderhevig”, weet Van Holland.

De laatste keer dat in de bestaande bouw op grote schaal werd gemoderniseerd, was in het kader van de stadsvernieuwing, die in de jaren tachtig van de vorige eeuw vaart kreeg. Vast staat dat dit kunstje niet wordt herhaald. “Zo sterk overheidsgestuurd en zwaar gesubsidieerd te werk gaan als toen, is niet meer van deze tijd”, stelt Gruis resoluut. Na de stadsvernieuwing, zo memoreert hij de recente geschiedenis, kwam in de loop van de jaren negentig de focus helemaal te liggen op nieuwbouw. “Vernieuwing van de bestaande bouw bestond sindsdien vooral uit sloop-nieuwbouw.”

De mensen die de bouwpraktijk moesten vormgeven, vonden renovatie minder sexy, kent Van Holland de verhoudingen. “Bij corporaties en beleggers was de ontwikkelaar meestal de man met het meeste geld en de mooiste auto. Wie het beheer deed van de bestaande portefeuille, stond een stuk lager.”

In het onderwijs blijkt het van hetzelfde laken een pak. Gruis denkt dat veel studenten nieuwe gebouwen ontwerpen nog steeds het meest sexy vinden. Maar hij ziet wel verandering. In opleidingen, in elk geval aan de TU Delft, begint meer aandacht te komen voor de bestaande bouw. “Al mag dat naar mijn smaak nog wel wat meer worden.”

Spraakmakende voorbeelden van hergebruik, zoals de voormalige Van Nelle-fabriek in Rotterdam, breken het ijs. “Studenten zien dat dit soort projecten ook glamoureus zijn. De bijdrage van architecten eraan is bovendien van wezenlijk belang. Wel moeten ze zich voegen naar een bestaand ontwerp waardoor hun inbreng voor buitenstaanders moeilijker is te doorgronden. Daaraan moeten ze vaak wel wennen.”

Droom

Aan de andere kant realiseren Gruis en Van Holland zich ook nog steeds: “Degenen die als architect in spe naar de TU komen, hebben meestal niet als droom een portiekflat verbouwen.” Toch denken ze dat het nut van projecten voor mensen ook kan bijdragen aan de aantrekkelijkheid. En dat het bijvoorbeeld leuker en eervoller kan zijn om leegstaande kantoren te hergebruiken dan om het zoveelste nieuwe kantoor in de buurt bij te bouwen.

Een argument waar verder waarschijnlijk weinig anderen tegenop kunnen, is de vraag van de markt. Van Holland: “Het is al moeilijk om na het afstuderen werk te vinden. Als je dan ook nog eens niet de bagage hebt voor de opgave va n deze tijd, wordt het wel heel lastig.”

Reageer op dit artikel