nieuws

Havenbedrijf Rotterdam timmert aan de weg van wetenschappers

bouwbreed Premium

Havens moeten flexibeler worden, zodat volgende generaties ze organisatorisch en fysiek snel kunnen aanpassen als de omstandigheden dat vragen. Dat is het dringende advies dat Poonam Taneja geeft in haar proefschrift Adaptive Port Planning. De civiel ingenieur promoveerde vorige week aan de TU Delft.

Havens, betoogt Poonam Taneja, zijn in onze snel veranderende wereld onderhevig aan tal van onzekere factoren. Milieuvoorschriften kunnen strenger worden, de capaciteit van containerschepen groeit sneller dan verwacht, de zeespiegel stijgt boven het verwachte gemiddelde. Of de haven zelf verandert van functie.

Maar terwijl de dynamiek toeneemt, blijft de planning van havens onveranderd. Dat vergroot de kans dat als de omstandigheden veranderen, dure ingrepen nodig zijn om de concurrentiepositie te behouden. Om dat te voorkomen, stelt Teneja een adaptieve benadering voor: havens moeten masterplannen maken en infrastructuur ontwerpen voor de komende jaren.

Wat Adaptive Port Planning precies inhoudt voor de bouw van infrastructuur, en hoe die ‘flexibeler’ kan worden, laat Taneja goeddeels in het midden. Zij richt zich vooral op organisatorische vraagstukken en adviseert havens een ‘strategische planner’ in dienst te nemen – een generalist die de haven in zijn geheel overziet, die begrijpt wat de taken van een ingenieur, een econoom, een manager en een beleidsmaker zijn, die uitstekend kan communiceren en die de ruimte zou moeten krijgen, ook van de overheid, om innovatieve aanpassingen door te voeren.

Over de infrastructuur (kades, kranen, wegen, bruggen, spoorlijnen, leidingen) zegt de promovenda in een toelichting dat die niet per se een statisch karakter hoeft te hebben. Al jaren wordt onderzocht hoe zulke voorzieningen aanpasbaar zijn te maken aan telkens wisselende omstandigheden.

“In de haven van Rotterdam zijn veel innovatieve concepten gericht op de vergroting van de flexibiliteit onderzocht, maar ondanks intensieve technische inspanningen en investeringen in pilotprojecten, is geen van die concepten ooit toegepast in de praktijk,’’ stelt Taneja. “Er zijn multi-userkades ontworpen, flexibele kades opgebouwd uit modules, drijvende kades voor op zee, om eens wat willekeurige voorbeelden te geven. Er is nooit iets mee gedaan. Maar dat kan gemakkelijk veranderen, de concepten zijn goed uitvoerbaar.’’

Het proefschrift van Poonam Taneja is er slechts een van de stapel wetenschappelijke publicaties over de haven van Rotterdam die onlangs zijn verschenen of op het punt staan te verschijnen.

In dezelfde week dat Taneja promoveerde, verdedigde Thomas Schreiter op de TU Delft zijn proefschrift over een pro-actief verkeersmodel dat op de A15, de vitale verbinding met de Rotterdamse haven, files kan voorspellen en het mogelijk maakt om het vracht- en personenverkeer tijdig om te leiden. Historicus Dirk Koppenol onderzoekt de besluitvormingsprocessen die voorafgingen aan de aanleg van de Maasvlakte 2. Hij hoopt te promoveren in 2015.

Publicaties

Al deze publicaties zij het gevolg van het beleid van het Havenbedrijf Rotterdam om de belangstelling voor de haven onder studenten te stimuleren door twee universiteiten met forse bedragen te sponsoren. De TU Delft en de Erasmus Universiteit Rotterdam ontvangen samen jaarlijks 1,3 miljoen euro voor het doen van onderzoek. Met deze financiële bijdrage verzekert het Havenbedrijf zich van de opbouw van specifieke havenkennis op tien wetenschappelijke vakgebieden. Tevens wil het Havenbedrijf zo innovaties op gang brengen die werken in de haven van Rotterdam efficiënter, veiliger en schoner maken en die ook zorgen voor een betere bereikbaarheid.

Met de Rotterdamse universiteit heeft het Havenbedrijf de Erasmus Smart Port opgericht, waarin zeven hoogleraren actief zijn in het havenonderzoek. De vakgebieden lopen uiteen van economie, recht en management tot geschiedenis. Met de TU Delft werkt het Havenbedrijf samen in het Port Research Center (PRC) met drie hoogleraren op het gebied van havens en scheepvaartwegen, goederenvervoer en logistiek en goederenvervoer en verkeersnetwerken.

De hoogleraren kennen de haven en de problemen die er spelen, door en door. Ze wijzen hun studenten op interessante onderzoeksgebieden of betrekken hen bij onderzoek dat bedoeld is om technische problemen in de haven op te lossen. Als voorbeeld noemt prof.ir. Tiedo Vellinga, die zowel voor de TU werkt als voor het Havenbedrijf, masteronderzoek naar omvang en gebruik van ankergebieden voor de scheepvaart, om bijvoorbeeld eventuele conflicten met mogelijke windmolenparken op zee vroegtijdig te kunnen onderkennen. Andere onderwerpen: een studie naar de verbreding van het Breediep tegenover Hoek van Holland of een vergelijking tussen de mer-rapportages voor Maasvlakte 2 en een toekomstige haven in Brazilië. “Aanvankelijk was het lastig om een verbinding te leggen tussen de universiteit en de haven. De laatste tijd zie ik een toenemende belangstelling bij beide partijen”, aldus Vellinga.

“Als je behoefte hebt aan nieuwe oplossingen is het handig als je jonge slimme mensen hebt die je kunt inschakelen”, zegt Robert van der Linden, adviseur bij het Havenbedrijf Rotterdam.

Over belangstelling vanuit het wetenschappelijk onderwijs mag het Havenbedrijf niet klagen, stelt Van der Linden.

In het PRC bereiden zes promovendi een havengerelateerd proefschrift voor. Hoewel de samenwerking met de TUD al meer dan twaalf jaar bestaat, is het sponsoren van leerstoelen en promovendi pas drie jaar geleden opgestart. De echte oogst moet dan ook nog beginnen, voegt Van der Linden eraan toe. Hij verwacht dat het samenwerkingsverband met de technische universiteit het Havenbedrijf op de langere termijn veel wetenschappelijk geschoolde medewerkers gaat opleveren.

Zijn collega Sabine Hogewind, adviseur corporate strategy, onderhoudt voor het Havenbedrijf Rotterdam de contacten met de Erasmus Universiteit. Zij definieert de bedoeling van het sponsorprogramma als doelgericht beleid om “studenten het havenvirus te geven.’’

Hogewind: “Het is eigenaardig: Rotterdam heeft een van de grootste havens ter wereld, maar je kunt in Rotterdam studeren zonder ooit één keer in de haven te zijn geweest. Studenten van de Erasmus Universiteit kiezen na hun afstuderen vaak voor zakelijke of financiële dienstverlening, omdat ze die sectoren tijdens hun studie hebben leren kennen. De haven hebben ze zelden of nooit gezien, die is niet in the picture . Wij proberen te bereiken dat studenten ontdekken dat de haven ook heel veel interessante werkgelegenheid biedt.’’

Toen de eerste contacten werden gelegd met de Erasmus Universiteit, ging het Havenbedrijf nog uit van de sponsoring van één leerstoel. Het zijn er inmiddels zeven. Hogewind: “Een haven is nu eenmaal niet eendimensionaal, die heeft heel veel verschillende facetten. Je krijgt in een haven te maken met techniek, maar ook met economie, juridische aangelegenheden, bestuurszaken, zelfs met de geschiedenis.”

Het Havenbedrijf ziet de contacten met de universiteiten als een langetermijninvestering. “Wij willen het wetenschappelijk onderzoek naar de haven stimuleren. Veel onderwerpen worden niet gekozen om hun praktische toepasbaarheid, maar omdat ze bijdragen aan onze wetenschappelijke kennis over havens. Op dat gebied willen wij de beste ter wereld worden.” n

Reageer op dit artikel