nieuws

Flexibiliteit in Bloemendalerpolder

bouwbreed Premium

Marktpartijen hebben bij de ontwikkeling van de Bloemendalerpolder grote bewegingsvrijheid om in te spelen op marktomstandigheden. Door deze flexibiliteit die zowel geldt voor de fasering als voor het programma, kan de ontwikkeling van de Bloemendalerpolder tot een succes worden gemaakt. Dat blijkt uit informatie van de praktijkleerstoel gebiedsontwikkeling TU Delft en gedeputeerde Tjeerd Talsma van de provincie Noord-Holland.

Globale en duidelijke kaders en een heldere rolverdeling tussen publieke en private partijen, dragen volgens de gedeputeerde nadrukkelijk bij aan het succes van de gebiedsontwikkeling Bloemendalerpolder bij Weesp en Muiden. Ook vanuit de praktijkleerstoel gebiedsontwikkeling klinken enthousiaste geluiden. “Het plan voor de Bloemendalerpolder is het eerste praktijkvoorbeeld waar men heeft afgezien van het klassieke in beton gegoten masterplan”, zo meldt de TU Delft naar aanleiding van een bijeenkomst over deze gebiedsontwikkeling. “In de plaats daarvan is een globaal, maar helder, bindend kader geformuleerd in de essentiekaart en in de getekende samenwerkings- en uitvoeringsovereenkomst.” Hierin is nadrukkelijk bepaald wat de resultaten moeten zijn. Maar hoe die moeten worden bereikt, wordt aan de marktpartijen overgelaten. Ook al zijn ze verplicht zich daarbij te voegen naar de kaders die overheden hebben opgesteld, kunnen ze inspelen op marktomstandigheden.

Dit is in het voordeel van zowel de zes marktpartijen als de vijf overheden die eind 2012 een samenwerkings- en uitvoeringsovereenkomst sloten voor de ontwikkeling van maximaal 2750 woningen tussen Muiden en Weesp. Het gaat om Noord-Holland, Weesp en Muiden, waterschap Amstel, Gooi en Vecht en het Rijk. En de marktpartijen. AM, Ymere, Adriaan van Erk, Van Wijnen, Bouwfonds en Blauwhoed Eurowoningen. Reeds in 2005 waren er plannen om het gebied te ontwikkelen, maar vanwege de recessie werden die vijf jaar later opnieuw bekeken. Toen werd afgezien van een gezamenlijke, publiek-private grondexploitatie en werd gekozen voor een verdeling van taken, rollen en risico’s. Met het risico van de exploitatie krijgen de marktpartijen meer vrijheid om te programmeren en faseren.

Het sluiten van een publiek-private samenwerking voor een gebiedsontwikkeling lijkt bijzonder in deze tijd waarin een aantal pps’en wordt herzien dan wel ontbonden. Maar dat is niet het geval, stelt de TU Delft. Elders in Nederland worden nog steeds nieuwe en aangepaste pps- overeenkomsten afgesloten tussen gemeenten en marktpartijen. Daarbij is telkens maatwerk nodig.

Reageer op dit artikel