nieuws

Kwaliteitscriteria voor verschillende aanpak gevoelig

bouwbreed Premium

Ingrid Koenen – Een apart gww-inkoopkennispunt bij Pianoo moet een einde maken aan de verbrokkelde toepassing van kwaliteitscriteria (economisch meest voordelige inschrijving). Verschillende opdrachtgevers hanteren verschillende manieren en uiteindelijk lukt het ook lang niet altijd prijsvechters buiten de deur te houden.

Emvi nog lang niet simpel

Dat bleek tijdens de bijeenkomst van Pianoo en Rijkswaterstaat over kennisdeling op de Infratech. De verhouding opdrachtgevers/opdrachtnemers bleek door de weersomstandigheden schever uit te pakken dan de bedoeling en ook de opkomst lag een stuk lager.

Toch probeerden de aanwezigen boven water te krijgen welke voor- en nadelen aan emvi kleven. De uitkomsten vormen straks een basis bij het opzetten van een gww-inkoopkennispunt bij Pianoo.

De basis van de economisch meest voordelige inschrijving (emvi) is simpel: wie de beste prijs/kwaliteit levert volgens de functionele eisen van de opdrachtgever, krijgt de opdracht. De praktijk blijkt een stuk weerbarstiger. Slechts 20 procent van de gww-projecten wordt via functionele eisen en kwaliteitscriteria gegund. De meeste aanwezigen zien behalve de voordelen ook veel obstakels.

De nieuwe Aanbestedingswet geeft een forse impuls aan emvi, is de verwachting. Maar het Rijk, waterschappen, provincies en gemeenten werken nog vaak langs elkaar heen. Het gevolg is een wildgroei van methodes en criteria, waarbij overigens de prijs nog het vaakst de doorslag geeft. De praktijk stuit nog op een muur van traditioneel denken en gebrek aan wil om samen te werken. De digitale variant van het kennispunt moet uitwisseling van criteria en contracten in elk geval een stuk eenvoudiger maken.

De ambitie volgens inkoopjurist Henk Wijnen van Pianoo gaat nog een stap verder en zal inzetten op enige vorm van standaardisatie tussen de verschillende opdrachtgevers. Hij moet echter toegeven dat nu iedereen nog zelf het wiel probeert uit te vinden, een wildgroei van methodes dreigt te ontstaan om duurzaamheid, past performance en social return te wegen bij de gunning van contracten.

Het gevolg is dat marktpartijen met steeds andere selectiecriteria te maken krijgen en relatief snel afhaken. Bovendiend maakt alleen de hoofdaannemer zich zorgen om de emvi-criteria, maar dat de bouwketen daar stopt. Onderaannemers en leveranciers worden vervolgens bijna altijd geselecteerd op de laagste prijs. Een opvatting waar niet iedereen het mee eens was, want tegelijk valt op dat veel hoofdaannemers werken met dezelfde onderaannemers. “Dat doe je alleen als de samenwerking goed bevalt.”

Rijkswaterstaat (RWS) zet een eerste stap door 500 pagina’s kennis en ervaring op internet te zetten, met een standaardcontract en mitsen en maren. De dienst wordt regelmatig benaderd om zijn werkwijze prijs te geven en heeft besloten daar nu vaker aan toe te geven. “Rijkswaterstaat heeft het toepassen van emvi ook geleerd met vallen en opstaan. We gingen enthousiast van start met tien criteria tegelijk. Dat is niet slim en dat soort lessen geven we graag door”, licht inkoopexpert Hans Lavooy van Rijkswaterstaat toe.

RWS is een van de weinige grote opdrachtgevers die al vaak emvi-criteria toepasst, maar zelfs zij hebben het proces nog niet helemaal onder de knie. De ervaring leert dat hoge fictieve kortingen nodig zijn om prijsvechters buiten de deur te houden. Minimaal 50 procent van de criteria moet zijn gebaseerd op kwaliteit en eigenlijk werkt 60 procent nog beter, weet Lavooy inmiddels.

Ook past de dienst nog maar maximaal drie kwaliteitscriteria toe omdat anders de toewijzing veel te ingewikkeld wordt. Bij gww-projecten wegen planning, doorstroming en hinder vaak zwaar mee. “Daar moet je dan forse inschrijfkortingen tegenoverstellen, maar dan spelen marktpartijen daar echt goed op in”, is de ervaring van RWS. Nog een stap verder in de vorm van BVP maakt selectie op kwaliteit nog beter mogelijk. De toepassing van prestatieinkoop ( best value procurement ) lijkt eveneens een goede manier om kwaliteit een kans te geven, maar ook die aanpak vergt een totaal andere denkcultuur. “En het traditionele denken in de bouw is diep ingesleten”, is een breed gedragen opvatting.

Reageer op dit artikel