nieuws

Hoogstandje diep onder Plein 26

bouwbreed

Toveren op de vierkante meter. De uitbreiding van het Mauritshuis is eigenlijk niet meer dan de aanpassing van een 25 bij 25 meter groot appartementengebouw. Maar wat een werk om het beroemde museum te maken tot een nog beter podium van de schilderkunst uit de Gouden Eeuw.

Liefst hadden opdrachtgever en toezichthouders het Mauritshuis in het geniep opgeknapt. Althans: onzichtbaar en zonder overlast voor welke buur dan ook. Wie door een raam naar buiten kijkt, ziet het torentje van de minister-president, de drukke poort naar het Binnenhof of het statige pand van het kabinet der Koningin. Niemand in de historische omgeving wil graag gestoord worden.

“Voor het plaatsen van een torenkraan krijg je geen toestemming”, zegt projectleider Jens de Vries van Volker Staal en Funderingen. Zijn ploeg is samen met zusterbedrijf Bébouw-Midreth verantwoordelijk voor de funderingen en het ondergronds casco. “Alle aanvoer gaat over de smalle straat Korte Vijverberg, zo lang als dat nog mogelijk is. De mobiele kranen rijden af en aan. Al de vrachtwagens met het funderingsmateriaal moeten over het smalle weggetje. Voor het jetgrouten en spoelboren zou ik graag het water uit de Hofvijver gebruiken. Mag niet. Dus slaan we in twee containers 57 kuub kraanwater op. Precies genoeg voor een dag grouten. De afvoer van het water gaat gewoon door de riolering. Dat kost dus extra geld.”

Stadspaleis Mauritshuis werd halverwege de zeventiende eeuw door Jacob van Campen en Pieter Post gebouwd voor graaf Johan Maurits van Nassau-Siegen, gouverneur-generaal van Nederlands-Brazilië. Sinds 1822 functioneert het gebouw als museum. De collectie? De beroemde Stier van Potter, het Meisje met de parel van Vermeer en Carel Fabritius’ Puttertje. Plus nog zo’n 800 werken van grote meesters als Frans Hals, Jan Steen en Rembrandt van Rijn. Veel van de topstukken zijn momenteel op wereldreis of te zien in het Gemeentemuseum in Den Haag.

Wie het museum de afgelopen dertig jaar wilde bezoeken, moest gebruikmaken van de oude dienstingang. De grote toegangspoort bleef gesloten hetgeen de indruk wekte dat het gebouw dicht was. Als het Mauritshuis in 2014 de bezoekers weer welkom heet, krijgen ze als in oude tijden opnieuw een vorstelijk entree over het voorplein.

Op basis van de in 2009 door de Amsterdamse architect Hans van Heeswijk gewonnen prijsvraag wordt het Mauritshuis via een ondergrondse foyer – 6 meter onder het straatniveau – verbonden met het aan de overzijde van de Korte Vijverberg gelegen pand van sociëteit De Witte. De uitbreiding tot 6500 vierkante meter vloeroppervlak geeft eindelijk de ruimte tot het houden van wisseltentoonstellingen zonder een deel van de vaste collectie eerst naar de opslag te moeten brengen. De belangrijkste adviseurs bij het project zijn naast Van Heeswijk ingenieursbureau ABT en Arup Installaties. Het project is opgeknipt in het lastige ondergrondse werk, het pakket renovatie van het Mauritshuis, afbouw kelders plus opknappen van het pand Plein 26 en meerdere installatieopdrachten.

Bij de keuze voor het ondergrondse werk kwam – voor een bedrag van 3,1 miljoen euro – Volker Staal boven drijven. In de tweede fase dongen nog mee BAM, Van Eesteren, De Nijs en de Belgische bouwer Denys. Opdrachtgever is museum Mauritshuis zelf. Een bijzonderheid. Normaal gesproken houdt de Rijksgebouwendienst bij een topmonument van de Staat der Nederlanden de touwtjes zelf in handen.

“We hebben bij de aanbesteding erg gefocust op het monumentale gebouw in zijn monumentale omgeving”, zegt Johan Galjaard, raadgevend ingenieur bij ABT. Hij is verantwoordelijk voor het technisch ontwerp en bewaakt de constructieve en geotechnische kanten van het werk. “Alles is gericht op het voorkomen van schade.”

Volgens Jens de Vries kreeg Volker Staal de opdracht vooral vanwege de wijze waarop zijn mensen zich hadden ingeleefd in het plan, in al de risico’s. “Bij zo’n project speelt niet alleen het ontwerp een rol maar ook de uitvoering. We hebben zelfs alternatieven ingediend. Dat gaf de doorslag.”

In februari kon Volker Staal met constructeur ABT aan de slag om hier en daar het ontwerp aan te passen. Bijvoorbeeld van de ambitieuze liftput, waardoor straks een van de duurste schachten van Nederland ontstaat. De koningin kan als de hekken weer openzwaaien in vol ornaat met haar gevolg via het voorplein de Mitsubishi-lift naar de foyer nemen om het Mauritshuis te betreden.

De Vries: “De liftput naar de 6 meter onder het straatniveau gelegen kelder is heel diep. Je hebt ook nog ruimte nodig voor de plunjer. De werkhoogte in de gewelven is beperkt en je mag geen trillingen veroorzaken. ABT dacht aan een oplossing met caissons, die we in vier fasen moesten afstorten en afzinken. Wij kwamen als alternatief met het maken van injectiewanden, waarbij je een chemisch middel in het poreuze zand pompt. Daarna graven we de liftschacht uit.”

Met de toepassing van hard- en softgel verzekert Volker Staal zich van de grond- en waterkerende functie.

De tweelaagse kelder onder het voorplein verandert in een kolomvrije hal met royale toetreding van het daglicht. Daartoe worden de wanden met ondergrondse betonstorten gefaseerd opgedikt. Pas als de kelder met stempels opnieuw gezekerd is, verdwijnen de in de jaren tachtig geplaatste tussenvloeren en dekken.

Onderwaterbeton

Galjaard: “Simpel gezegd bouwen we drie kelders en verbinden die dan. Plus die bijzondere liftschacht natuurlijk. De kelder onder de straat is het gemakkelijkste. Nou ja, je bouwt wel precies tussen twee historische panden in.”

Een gemakkelijk klusje, die kelder onder de Korte Vijverberg? De Vries knippert even met de ogen. “Het wordt de enige put die we nat zullen ontgraven, met staalvezelgewapend onderwaterbeton als afsluiting. Deze staalvezelgewapende tijdelijke bouwputvloer komt niet zo vaak voor. De tijdelijke en definitieve vloer worden beide verankerd met gewi-trekpalen.”

De grootste uitdaging is de kelder onder Plein 26. De onderaardse ruimte van het op staal gefundeerde gebouw wordt twee meter verdiept. Dus moet de fundering van de wanden en kolommen ook verlaagd worden in een bouwput ruim onder de grondwaterstand.

“We maken eerst een nieuwe fundering met groutkolommen in de grond. Daarop plaatsen we nieuwe kolommen. En dan wordt het gebouw met behulp van vijzels van de oude kolommen getild en op de nieuwe kolommen neergezet”, schetst Galjaard. Zonder dat de omgeving daar iets van mag merken.

Volker Staal heeft in de bouwputten van het Mauritshuis dagelijks tien tot vijftien mensen aan het werk. Plus een stuk of vier op het kantoor. Ingenieursbureau ABT zet dagelijks zes personen in, waarvan twee op het museumterrein.

Volgens de planning wordt de ruwbouw uiterlijk 8 maart 2013 opgeleverd.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels