nieuws

2013 cruciaal jaar voor scholenbouw

bouwbreed

Voor de scholenbouwer zou 2014 weleens een zeer lucratief jaar kunnen worden. Maar dan moet er volgend jaar wel iets gebeuren aan de huidige financieringsregels. Haast is geboden: “Gemeenten hebben geen geld meer.”

< vervolg van pagina 1

“Het is toch frappant. Iedereen roept dat de jeugd de toekomst heeft, maar ondertussen blijven investeringen in een kwalitatief goede school achterwege”, zucht Martijn Verwoerd, scholenbouwdeskundige van Bouwend Nederland. En dat terwijl minister van Onderwijs, Marja van Bijsterveld, eind vorig jaar nog benadrukte dat budgetten van schooldirecties en gemeenten nu ook al mogen worden samengevoegd. “Dat klinkt positief ja, maar het wil helaas niet zeggen dat het ook echt gebeurt.”

De problemen rond scholenbouw kabbelen voort. De gemeente krijgt geld van het Rijk voor bouwplannen, de school is verantwoordelijk voor het onderhoud. In de praktijk leidt die verhouding met tegenstrijdige belangen tot ellenlange discussies. Een school met een (ver)bouwplan krijgt vaak nul op het rekest. Als er al geld komt dan is dat doorgaans te weinig, omdat de huisvestingsvergoeding gebaseerd is op oude normen.

35 jaar oud

In opdracht van de rijksbouwmeester ontwikkelde Marco van Zandwijk de scholenbouwwaaier. Nu werkt hij voor de nieuwe stichting Ruimte voor Onderwijs en Kinderopvang (Ruimte OK). Hij spreekt van een groot probleem dat schreeuwt om een adequate aanpak. “De gemiddelde Nederlandse school is 35 jaar oud. Met alleen een discussie over betere normen en transparantere geldstromen los je dat niet op.”

Met Ruimte OK ziet hij vooral toekomst in integrale kindcentra, waarin alles wat een kind nodig heeft samenkomt: één gebouw voor sport, educatie en opvang. “Wij zeggen: kijk naar de inhoud en betrek daarbij het hele vastgoedprobleem van de gemeenten.” Ruimte OK wil bestuurders van scholen en kinderdagverblijven meer grip bieden op prangende huisvestingsvraagstukken. Momenteel onderzoekt het instituut de haalbaarheid van een nieuw investeringsfonds. Het plan, dat zijn oorsprong vindt in 2010, krijgt steeds meer vorm. Louk Heijnders, voormalig directeur van het opgedoekte Servicecentrum Scholenbouw coördineert het businessplan. Het ziet er hoopvol uit: “PGGM en APG, twee grote pensioenfondsen hebben afgelopen juli gezegd dat ze bereid zijn er naar te kijken. Dat is voor het eerst in tien jaar.”

Of het fonds er gaat komen, hangt nog wel van een aantal zaken af. Heijnders: “Om te beginnen moet er een investeringsvolume zijn van 100 miljoen euro. De potentie moet een volume van 300 tot 500 miljoen euro zijn. Of het gaat lukken weten we dit najaar. Zijn er showstoppers of niet. Met name bij gemeenten is een sterke prikkel ontstaan om te zoeken naar alternatieve financieringsmogelijkheden voor hun vastgoed.”

Heijnders meent dat het investeringsfonds om meerdere redenen van belang is. “Het fonds draagt bij aan professioneler opdrachtgeverschap en kwalitatief betere scholen, terwijl gemeenten op die manier af kunnen komen van de panden die nu zwaar op hun balans drukken.”

Vrijheid

Gertjan van Midden, adviseur huisvesting van de PO-raad, broedt op een plan waarin grote schoolbesturen meer te zeggen krijgen over de investeringen in hun gebouwen. Dat leidt volgens hem tot extra bouwproductie.

Om dat voor elkaar te krijgen is echter wel een wetswijziging nodig. “Of het politiek haalbaar is? Het is een taaie discussie”, zegt hij, “maar ik merk dat steeds meer partijen er oren naar hebben.”

Een concrete toezegging van de minister heeft Van Midden al binnen. Zo krijgen schoolbesturen vanaf 2014 meer te zeggen over de buitenkant van een gebouw. Dat scheelt “gebakkelei” tussen gemeenten en schooldirecties over een nieuw kozijn of dakbedekking. “Als een bestuurder dan nieuwe kozijnen wil, mag hij ze zelf aanschaffen. Nu is de gemeente verantwoordelijk. Die kan zeggen: ga de kozijnen maar weer verven. Waarom een schoolbestuurder wel zou willen investeren? Dat is in zijn eigen belang. Anders lopen de ouders zijn school voorbij.”

Eke Schins-Derksen laat namens Grontmij een ander licht schijnen op de discussie. Zij constateert dat scholen onnodig energie verspillen. “Zij stoken terwijl ze niet open zijn. In het weekeinde, ’s avonds en tijdens vakanties. Mijn eerste advies luidt dan ook: laat installaties anders inregelen, soms is dubbele beglazing niet eens nodig.” De oude norm voor huisvesting valt volgens haar te omzeilen. “In Assen bouwden wij 7 procent onder die norm door scholen en welzijnsinstellingen ruimten te laten delen.”

Schinks-Derksen verwacht dat de scholenbouw aantrekt. Veel hangt volgens haar af van politieke besluitvorming. Heijnders noemt 2013 een cruciaal jaar. Blijft het bij het oude dan bestaat het gevaar dat noodzakelijke investeringen in de onderwijshuisvesting uitblijven. Marja van Bijsterveld zit daar niet op te wachten. Het Nederlandse onderwijs hoort volgens haar bij de wereldtop. “Mijn inzet is ervoor te zorgen dat we daar ook blijven.”

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels