nieuws

Op weg naar één prestatieladder

bouwbreed

Van onze medewerker Brian van der Bol Vernieuwing Bouw wil dat werklozen een vaste baan krijgen en niet dat ze na een project van een paar weken weer op straat staan. Het ‘onafhankelijke netwerk voor ontmoeting, kennisuitwisseling en samenwerking in de bouw’ ontwikkelt een social return prestatieladder, die “duurzaam sociaal ondernemen” moet stimuleren.

Vernieuwing Bouw en TNO rekenen op termijn op samenvoeging van twee instrumenten

Gemeenten en woningcorporaties eisen al jaren in hun bestekken dat een bepaald percentage van het werk wordt uitgevoerd door mensen uit de gemeentelijke kaartenbakken. Sinds ruim een jaar heeft ook de rijksoverheid een regeling voor social return. Bij alle aanbestedingen van ‘diensten en werken’ boven de 250.000 euro moet minimaal 5 procent van de arbeid worden verricht door mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Veel gemeenten nemen de ‘5 procentsregel’ als contracteis één op één over, zegt Ilja Werkhoven, procesmanager bij Vernieuwing Bouw. “In de praktijk blijkt dat bedrijven werklozen slechts voor een korte periode inhuren. Met de huidige regeling is het slim om iemand na een project weer in de kaartenbakken te krijgen, want je moet bij elk nieuw project weer opnieuw aan de eis van 5 procent voldoen. Wij willen die perverse prikkel eruit halen, en zorgen dat het voor bedrijven loont om mensen langere tijd in dienst te nemen.”

Punten

Uit de prestatieladder van Vernieuwing Bouw moet blijken welke bedrijven “structureel” sociaal ondernemen. “Stel dat een bedrijf twintig werklozen aanneemt, maar er even daarvoor veertig mensen uit heeft gegooid. Dan kun je je afvragen of zo’n bedrijf wel hoog op de prestatieladder moet staan”, zegt Werkhoven. Vernieuwing Bouw wil dat bij aanbestedingen punten worden toegekend aan bedrijven die werklozen uitzicht bieden op een vast dienstverband of die scholieren een leerwerktraject aanbieden. Werkhoven: “Dat kun je bijvoorbeeld doen door fictieve kortingen in de prijs door te berekenen.”

Het netwerk ontwikkelt het instrument, gebaseerd op de CO 2 -prestatieladder, samen met onder meer enkele grote (bouw-) bedrijven en ProRail. Aanvankelijk wilde Vernieuwing Bouw de prestatieladder op 1 januari 2013 operationeel hebben, maar nu mikt het platform op een vroegere lancering – al is de datum nog niet bekend. De ontwikkeling van het instrument is volgens Werkhoven ingewikkeld. “Hoe kun je bij een project overall 5 procent werkgelegenheid voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt realiseren? We willen de markt uitdagen én perverse prikkels, zoals bij de 5-procentsregel, voorkomen. Daarvoor ontwikkelen we nieuwe normen, die worden afgestemd met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Dat heb je niet in twee maanden in elkaar gesleuteld.”

Vernieuwing Bouw kwam er vorig jaar achter dat kennisorganisatie TNO bezig was met de ontwikkeling van een vergelijkbaar instrument. Die ‘prestatieladder socialer ondernemen (pso) is sinds 14 juni in gebruik en wordt door de gemeente Apeldoorn al toegepast bij een meervoudige onderhandse aanbesteding. Werkhoven waarschuwt dat in “een klein land als Nederland” niet twee verschillende prestatieladders voor de bouwsector in gebruik moeten worden genomen. “We kennen de weerstand uit de markt tegen wéér een prestatieladder, het wordt onoverzichtelijk. Bedrijven zeggen: “Moeten we nu alweer laten zien hoe goed we bezig zijn?’” Overleg met TNO heeft nog niet geleid tot de ontwikkeling van één gezamenlijke prestatieladder. Paulien Bongers, directeur Arbeid bij kennisorganisatie TNO, wijt dat aan een “verschil in focus” met Vernieuwing Bouw; de pso richt zich ook op andere sectoren dan de bouw.

Volgens TNO is de pso ontwikkeld in “nauwe samenwerking” met diverse bedrijven waaronder een bouwbedrijf, een meetinstrument waarmee “objectief kan worden bepaald in welke mate een bedrijf bijdraagt aan de werkgelegenheid van mensen met een kwetsbare arbeidsmarktpositie.” Werkhoven stelt dat de pso ongeschikt is voor aanbestedingen in de bouwsector, omdat die slechts bij contracten toegepast kan worden – dus na de aanbesteding. “Het laat achteraf zien hoe sociaal bedrijven ondernemen. De pso is niet geschikt om als gunningscriterium te gebruiken. Onze prestatieladder wel, daarmee kun je business doen. Wij benaderen het vanuit de opdrachtgevers en -nemers, dit is waar de markt om vraagt.”

Expliciet

TNO-directeur Bongers zegt dat de pso “zonder meer gebruikt kan worden voor gemeentelijke aanbestedingen, zowel voor de bouw als andere sectoren. Het gebruik bij Europese aanbestedingen is lastiger, omdat selectie- en gunningscriteria dan betrekking op het voorwerp van opdracht moeten hebben. De pso kijkt juist expliciet naar wat een bedrijf ook los van de specifieke opdracht al doet. Onder de Europese aanbestedingsgrens is er veel meer mogelijk voor opdrachtgevers.”

TNO en Vernieuwing Bouw rekenen erop dat beide instrumenten op termijn op elkaar afgestemd zullen worden. De twee organisaties hebben immers dezelfde doelstelling; het structureel aan het werk helpen van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Werkhoven: “Onze prestatieladder kun je zien als een doorontwikkeling op de pso voor de bouwsector. Wij streven ernaar om beide instrumenten uiteindelijk samen te voegen.”

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels