nieuws

Logeren in een voormalige bajes

bouwbreed

Ruim 30 miljoen euro investeerde de gemeente Hoorn in de monumentale bebouwing op het Oostereiland. Dat geld was nodig om de gevangenis te veranderen in een aantrekkelijk woon-, werk- en recreatiegebied. Het gebouwencomplex wordt morgen officieel geopend.

Op de binnenplaats van het vroegere cellencomplex wijst gemeentelijk projectleider Jan van der Heijden de deelnemers aan de excursie op de balkons die aan de muren van de zeventiende-eeuwse gebouwen zijn bevestigd. “De monumentencommissie wilde dat liever niet”, zegt hij. “Want aan de buitenkant moet het aanzien van de gebouwen zo origineel mogelijk blijven. Maar we besloten het advies niet op te volgen. We vonden het noodzakelijk om de appartementen van balkons te voorzien omdat toekomstige bewoners daar veel waarde aan hechten. Voor de rest hebben we de gevels grotendeels in originele staat gelaten. Zo hebben we het oorspronkelijke aanzien bewaard.”

Dat er zoveel waarde wordt gehecht aan het aangezicht van het gebied, wekt nauwelijks verbazing. Het Oostereiland dateert uit de zeventiende eeuw. Het werd tussen 1650 en 1655 aangelegd om de havencapaciteit van Hoorn te vergroten. “Een stukje deltawerken avant la lettre”, zegt wethouder Ronald Louwman (ruimtelijke ordening). “Het was het eerste eiland in Europa dat in open zee werd aangelegd. Het huidige IJsselmeer was destijds de woeste Zuiderzee.”

Hij wijst naar een crèmekleurig herenhuis dat uitziet over het water waar verschillende plezierboten varen. “Dat is de oudste bebouwing. De koopman Cornelis Schuijt woonde er en hield er kantoor. Hij liet hier ook pakhuizen bouwen.”

Kazerne

Nadat Schuijt in 1677 failliet was gegaan, kwam het Oostereiland in handen van de admiraliteit. Deze voorloper van de marine breidde het gebouwencomplex uit met magazijnen, kantoren, scheepswerven en werkplaatsen. Nadat de admiraliteit onder het bewind van Napoleon Bonaparte ter ziele ging, dienden de panden een tijdje als kazerne. In de negentiende eeuw werd de bebouwing opnieuw uitgebreid en kreeg het Oostereiland wederom een andere bestemming. De panden werden ingericht als gevangenis. Een functie die ze tot in de twintigste eeuw behielden.

Enkele jaren geleden veranderde het gebruik van het Oostereiland wederom. In 2001 werd het aangewezen als rijksmonument. Zes jaar later kocht de gemeente Hoorn het complex van het Rijk voor 3,6 miljoen euro. In samenspraak met de bewoners werd het idee geopperd om in de monumentale gebouwen zowel woningen en bedrijfsruimten als culturele voorzieningen en horeca te vestigen. De recessie deed de golven hoog opslaan. Er was geen marktpartij te vinden die bereid bleek het gebied te ontwikkelen. De gemeente Hoorn liet zich hierdoor niet uit het veld slaan en besloot de ontwikkeling zelf ter hand te nemen, vertelt Louwman.

De uitwerking van het eerder gelanceerde idee kreeg vervolgens gestalte in een ambitieus plan van architectenbureau TPAHG, dat inmiddels zelf op het terrein is gevestigd. Een plan overigens met een fors prijskaartje. De totale ontwikkelingskosten, inclusief het aankoopbedrag, bedroegen zo’n 30 miljoen euro. Hiervan kwam ruim 5 miljoen uit verschillende subsidiepotjes.

Het grootste deel van het geld, 17,5 miljoen euro, ging op aan de restauratie van de gebouwen. Het opknappen van de oevers en het terrein kostte respectievelijk 2,7 en 2 miljoen euro, terwijl voor een brug die het eiland met het vasteland verbindt 1,5 miljoen euro werd uitgetrokken.

Kleurverschillen

Inmiddels zijn in het voormalige gevangeniscomplex 25 koopappartementen gevestigd. De grootste heeft een oppervlakte van 200 vierkante meter. De kleinste meet 50 vierkante meter. Zijn de huizen aan de buitenkant teruggebracht in de oorspronkelijke staat, ook aan de binnenkant zijn verschillende originele details in stand gehouden, vertelt Liesbeth van Apeldoorn, van architectenbureau TPAHG.

In een van de woningen toont ze de duidelijk zichtbare dakspanten. “We hebben er nauwelijks iets aan veranderd. Alleen hebben ze een egale kleur gekregen omdat er anders teveel storende kleurverschillen zouden ontstaan.”

De belangstelling voor de huizen, met koopprijzen tussen 159.000 en 475.000 euro, is door de economische crisis niet overweldigend. Wethouder Louwman verwacht dat eind van het jaar slechts ongeveer tien appartementen verkocht zullen zijn. De overigen worden verhuurd.

Het ontwerp van architectenbureau TPAHG voorzag naast de woningen ook in een filmtheater, een restaurant, een hotel en een museum. De ontwerpers slaagden er in originele details te bewaren en een nieuwe functie te geven. Dat is onder meer zichtbaar in het hotel. Van Apeldoorn toont een gang met aan weerskanten celdeuren. De ruimten waarin vroeger criminelen werden opgesloten, herbergen tegenwoordig hotelgasten.

“We hebben telkens van drie cellen twee hotelkamers gemaakt”, vertelt Van Apeldoorn. “Zo konden we de hotelkamers voorzien van douche- en toiletruimten. De deuren van de cellen hebben we gehandhaafd.” Ze strijkt met haar hand langs het luikje in een van de deuren. “Hierdoor konden de cipiers vroeger de gevangenen in de gaten houden. Omdat het nu een hotel is, hebben we de luikjes hermetisch vergrendeld”, zegt ze met een glimlach.

Naast het hotel en de bijbehorende horecagelegenheid is de enige nieuwbouw op het Oostereiland te vinden. Het gaat om een tussengebouwtje dat het hotel en Cinema Oostereiland, eveneens gevestigd in een vroeger cellencomplex, met elkaar verbindt. Omdat het hotel en de bioscoop heel dicht bij elkaar liggen is hiervoor gekozen, zodat hotelgasten en bioscoopbezoekers elkaar niet voor de voeten kunnen lopen.

Terwijl de projectleider en wethouder Louwman op de binnenplaats, Krententuin gedoopt, hun gevolg wijzen op uiteenlopende details, kijkt een van de bezoeksters ongerust naar de getraliede ramen waarachter zich vroeger cellen bevonden. “Het lijkt me een lastige klus voor de glazenwasser”, zegt ze.“Hoe moet die nou zemen met al die spijlen?”

De gemeentepoliticus en de projectleider doen er het zwijgen toe. En ook architect Van Apeldoorn valt even stil. Sinds de mannen van aannemer De Nijs in 2009 aan de immense klus begonnen, is hen nauwelijks een detail ontgaan. Maar het raadsel van de glazenwasser kunnen ze zo voor de vuist weg niet oplossen.

Alkoven

Het antwoord op de vraag dient zich vanzelf aan als het gezelschap het Museum van de Twintigste Eeuw betreedt. Het is gevestigd in het jongste stuk van het vroegere gevangeniscomplex, het alkovengebouw dat dateert uit de negentiende eeuw. Waar vroeger misdadigers werden opgesloten in minieme metalen kooien, zogeheten alkoven, zijn nu voorwerpen geëxposeerd die kenmerkend zijn voor het dagelijks leven in de vorige eeuw. Van toiletpot tot zwart-wittelevisie.

Net als de andere panden op het Oostereiland is ook het alkovengebouw gerestaureerd. De zonnestralen die via de tralievensters het gebouw binnendringen, werpen een bijzonder licht op de geëxposeerde voorwerpen. Dan tekent zich achter een van de ramen het silhouet af van het bakje van een hoogwerker met daarin een glazenwasser. Moeizaam wringt hij een van zijn handen tussen de spijlen en begint het raam te zemen. Zo te zien is het inderdaad een lastige klus.

De glazenwasser vindt het geen probleem. Voor het Oostereiland is geen inspanning te veel , zo lijkt hij met zijn stoere houding te willen aansluiten bij wat wethouder Louwman tijdens de rondleiding te berde bracht.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels