nieuws

‘Ik ben geen boodschappenjongen van Volker Wessels in Den Haag’

bouwbreed

Verscholen achter het Financieele Dagblad zit Leen van Dijke op een comfortabele stoel in Nieuwspoort. Het is rustig in de sociëteit waar ministers en Kamerleden, lobbyisten en vakbondbestuurders, werkgevers en journalisten elkaar iets in vertrouwen kunnen zeggen. Van Dijke komt hier al twintig jaar. Eerst als politicus, nu als staflid van Volker Wessels. In Nieuwspoort […]

Verscholen achter het Financieele Dagblad zit Leen van Dijke op een comfortabele stoel in Nieuwspoort. Het is rustig in de sociëteit waar ministers en Kamerleden, lobbyisten en vakbondbestuurders, werkgevers en journalisten elkaar iets in vertrouwen kunnen zeggen. Van Dijke komt hier al twintig jaar. Eerst als politicus, nu als staflid van Volker Wessels.

In Nieuwspoort is er waarschijnlijk niemand die Van Dijke niet kent. Hij voelt zich er thuis, hoewel sommige Kamerleden denken dat “de wereld om hen draait”, zijn er gelukkig voldoende bij die wel “betrokkenheid” tonen. “Sander de Rouwe bel je en die komt. Monasch bel je en die komt en zo zijn er meer.” Goede contacten zijn belangrijk.

Netwerken is een kunst. Brancheorganisaties uit de bouwsector blijven teveel hangen in de rol van belangenbehartiger, ziet Van Dijke. Hij illustreert het met het Woonakkoord 4.0, dat onlangs is gepresenteerd door vier partijen die normaal gesproken tegenover elkaar staan. Bouwend Nederland kraakte het plan direct af. “Ik begrijp dat niet. Ook de bouw heeft behoefte aan een brede coalitie. Uiteindelijk hebben we allemaal hetzelfde belang.”

Eenzijdig belangen behartigen, werkt niet meer, beschouwt de oud-politicus. Niet bij politieke partijen, niet bij vakbonden, niet bij werkgevers. “Ik wil niets van Bouwend Nederland vinden, maar toen Donner met de maatregel van social return(kanslozen uitzicht bieden op een baan, red.) kwam, hoorde ik direct de sector zeggen: ‘Help, het is crisis. Vraag nou niet van ons dat we werklozen en arbeidsongeschikten aan het werk helpen.’ Ik zeg: ja, het is crisis, maar als majeure sector kun je gewoon niet onder die verantwoordelijkheid uitkomen.”

Chagrijnig

Hij wil Bouwend Nederland niet afvallen. “Ik spreek Elco Brinkman natuurlijk ook. Ik geloof niet dat we helemaal op een andere lijn zitten. Maar ik hoef niet de Mercedes met trekhaak, de zpp’er die een klusbedrijf heeft, tot en met Volker Wessels te vertegenwoordigen. Elco wel. Dat maakt het ingewikkeld.”

Minister Spies zei een paar maanden geleden dat ze soms chagrijnig wordt van de ongeorganiseerde bouwlobby. Leen van Dijke,weet hoe de hazen lopen in Den Haag, en constateert dat er vlak voor de verkiezingen weinig is veranderd. “Ik spreek hier Kamerleden. Zonder dat ik erover begin doen zij hun beklag over de lange brieven van werkgeversorganisaties, waarin de bekende, conservatieve standpunten worden gehuldigd. Zonder dat ze er kennis van nemen, belanden de brieven in de papierbak, zo zeggen ze mij.”

Of het nu gaat over de snelle groei van het aantal zzp’ers of de flexibilisering van de arbeidsmarkt, werkgevers en werknemers praten ook teveel langs elkaar heen, vindt Van Dijke: “Te vaak tref je loopgraven aan. Haal dat soort zaken nu eens weg bij de druk van de cao-onderhandelingen en zoek naar nieuwe verhoudingen, waarbij er oog is voor elkaars belang.”

Van Dijke praat goed, maar heeft zeker geen linkerhanden. Als jonge Zeeuw volgde hij de ambachtsschool. Op zijn veertiende begon hij een carrière als timmerman-metselaar. Niet veel later werd hij vertegenwoordiger van houthandel La Vitesse. “Ik kan trappen en kozijnen maken, bogen en gewelven metselen.”

Toch ontdekte hij een andere roeping. Via de Provinciale Staten van Zeeland belandde de gereformeerde Van Dijke in de Tweede Kamer waar hij het uiteindelijk zelfs schopte tot de allereerste fractievoorzitter van de ChristenUnie. Hij maakte de bouwfraude vanuit de Kamer mee. “Ik schaamde me niet, maar ik was wel boos. Maar ik begreep de sector ook. Gereglementeerd vooroverleg heeft zoals Lubbers in 1994 nog aan de Europese Commissie schreef ook een functie gehad.”

In 2003 verliet Van Dijke het politieke toneel. Lekker een half jaartje niets doen en rustig rondkijken. Het verliep anders. Volker Wessels wilde de welbespraakte Van Dijke inlijven. Hij bij uitstek zou in staat zijn om de gebroken verhouding tussen bouw en politiek te herstellen.

“Ik wil geen lobbyist worden”, zei ik. “Ik heb teveel met het publieke belang om eendimensionaal belangen te behartigen. Ik ben geen boodschappenjongen van Volker Wessels in Den Haag. Dat ligt karakterologisch niet bij Leen.”

Negen jaar later zet hij zich nog steeds voor de aannemer in. Elke week zit hij in Nieuwspoort. Niet als lobbyist: “Ik focus me op het maatschappelijk belang en ga na hoe de bouwer daar een eerlijke boterham aan kan verdienen.”

Van Dijke zag de relatie tussen overheid en aannemerij verbeteren. “Wethouders bellen me nu zelf. Bijvoorbeeld over mijn plannen voor social return. Vijf jaar geleden was dat ondenkbaar. Toen ik net voor Volker Wessels werkte, wilde ik een afspraak met een topambtenaar. “Weet je”, zei hij. “Jij zit tegenwoordig in het private domein. Ik weet niet of ik jou nu nog wil ontmoeten. Ik moet dat eerst met mijn staf bespreken.” Uiteindelijk ging het gesprek door. Maar kun je nagaan hoe gevoelig dat lag. Nu heb ik zo een afspraak.”

Van Dijke organiseert werkbezoeken. Trekt het veld in met Kamerleden, geeft bouwers een kijkje in de keuken van de Kamer en bedacht de zogeheten haardvuursessies. De topmannen van ProRail, Rijkswaterstaat en de Rijksgebouwendienst spreken tijdens deze sessies CEO’s en directeuren van bouwbedrijven. “We hebben geen grootse agenda, maar komen wel tot concrete zaken.”

Maatschappelijk verantwoord ondernemen is zijn boodschap. Of het nu gaat over CO2-ladders of over ex-gevangen aan een baan helpen. “Wil je een licentie hebben om te bouwen dan moet je dingen doen waar de maatschappij beter van wordt. Wij werken altijd in de achtertuin die niet van ons is. Wij putten grondstoffen uit, laten machines draaien, veroorzaken co2-uitstoot.”

Vrolijk

Volker Wessels bouwt scholen in ontwikkelingslanden, maar een lokale aannemer die zijn keet beschikbaar stelt om een praalwagen te laten bouwen is net zo waardevol, vindt Van Dijke. “Maak de maatschappij een beetje vrolijk, blij en smeuïg.”

Hij zegt geen woord verkeerd, bijna eng fatsoenlijk zijn zijn zinnen. Soms klinkt hij als de onschuldige dief die blijft ontkennen, terwijl dat hem juist verdacht maakt. “Of ze mij geloven? De manier waarop ik me manifesteer moet tonen dat het zo is zoals het is. Naar onze eigen organisatie ben ik ook kritisch als er Kamerleden of afgevaardigden van ProRail of Rijkswaterstaat bij zijn. Dat is geen spelletje.”

Wat hij beter kan, timmeren of praten? “Mijn leraar van vroeger zei: als je zagen kunt scherpen, ben je een vakman. Ik kan zagen scherpen. Praten is een tweede deel van mijn leven geworden.”

Over een paar maanden zijn de verkiezingen. De uitkomst maakt wel degelijk uit, besluit Van Dijke. “Er moeten constructieve partijen aan tafel komen.” Op papier lijkt de SP de bouwpartij van morgen. Van Dijke kijkt verder vooruit. “De bouw moet over vijf jaar ook nog werken. Als dan blijkt dat we aan het potverteren zijn geweest, dan hebben we daar ook niets aan. Continuïteit is veel belangrijker. Dat bepaalt de waarde van een onderneming. Niet de pieken en dalen.”n

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels