nieuws

Gewilde woning is niet per se groot en nieuw

bouwbreed

Vooral woningen die voor 1920 of na 1990 gebouwd zijn doen het goed op de woningmarkt. De kleine huizen van de jaren vijftig zijn het goedkoopst.

Grote bouwgolven leveren vaak niet de mooiste woningen op, blijkt weer eens uit een deze week gepubliceerde studie van het Kadaster en Nicis.

Het zijn de vele woonerfwijken zoals die in Zoetermeer en Nieuwegein in de jaren zeventig en tachtig gebouwd zijn die, afgaand op de waardeontwikkeling in de periode 2005-2009, steeds minder waardering krijgen bij de bewoners. De waarde van de woningen daalde met 4 procent.

Terwijl in dezelfde periode de waarde van vooroorlogse woningen (1921-1944) met 5 procent steeg, en de woningen die voor 1920 gebouwd werden zelfs met 8 procent in waarde stegen.

Ook de WOZ-waarde wijst in het voordeel van de oude woningen. De waarde van de oudste woningen ligt 16 procent hoger dan de gemiddelde WOZ-waarde in Nederland. Alleen woningen die na 1990 gebouwd zijn, hebben een hogere WOZ-waarde. De woonerfwoningen liggen juist 5 procent onder het gemiddelde.

In het grauwe middengebied zijn zo bezien de minste woningen gebouwd. Woningen die in de wederopbouwperiode zijn gebouwd, zijn vooral klein en goedkoop, het hoge bouwtempo bracht weinig goeds.

Hoe beter het met de economie gaat, hoe meer vierkante meters nieuwe koop- en huurwoningen krijgen.

Een woning uit de jaren vijftig telt gemiddeld 83 vierkante meter. In de jaren zestig krijgen bewoners met 100 vierkante meters al meer lucht. Als de welvaart in de jaren zeventig stijgt, meet een nieuwe woning gemiddeld al 112 vierkante meter.

Dip

De economische dip in de jaren tachtig vertaalt zich in 10 vierkante meters minder woning. De woonoppervlakte stijgt daarna naar 115 vierkante meter in de jaren negentig, en zelfs 122 vierkante meter in het bloeiende eerste decennium van het nieuwe millennium. Gegevens na 2010 hebben de onderzoekers niet, maar die zullen ongetwijfeld uitwijzen dat het aantal vierkante meters weer (fors) aan het dalen is.

Het aantal vierkante meters zegt niet veel over de gewildheid van woningen. De woningen die voor 1920 gebouwd zijn, zijn in Noord-Holland, Utrecht en Drenthe en de vier grote steden het duurst, terwijl ze gemiddeld maar 84 vierkante meter groot zijn. De populariteit hebben deze woningen te danken aan hun plek: de gewilde binnenstedelijke gebieden. Vooral de binnenstad van de grote steden zijn in trek. De grote vier steden zagen de waarde van de woningen in de periode 2005-2009 zelfs stijgen met 26 procent.

De goedkoopste woningen stammen volgens de studie van het Kadaster en Nicis uit de jaren 50, 60 en 80. Opvallend is dat woningen uit de jaren vijftig in de periode 2005-2009 slechts 1 procent in waarde daalden. De onderzoekers gaan ervan uit dat dit komt door de herstructureringsactiviteiten van vooral woningcorporaties in deze wijken.

Achterblijvende wijken zijn vooral de jarentachtigwijken in de vier grote steden en de Vinex-wijken. “Als we de waardeontwikkeling van woningen als graadmeter beschouwen voor wijkontwikkelingen in het algemeen, is het duidelijk naar welke wijken het meeste aandacht moet gaan”, besluiten de onderzoekers.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels